Burgerlijke zaken over 2024 Registratienummers: CUR202003528 – CUR2022H00069 Uitspraak: 23 januari 2024 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: [APPELLANTE], wonende in Curaçao, in eerste aanleg eiseres, thans appellante, gesteld als gemachtigde: [gestelde gemachtigde], tegen de naamloze vennootschap ENNIA CARIBE SCHADE N.V., gevestigd in Curaçao, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. M.R. Hammoud. Partijen worden hierna [appellante] en Ennia genoemd. 1Het verloop van de procedure 1.1 Bij op 1 april 2022 per e-mail en op 4 april 2022 in hard copy ingekomen gedingstuk, getiteld, verkort weergegeven “kennisgeving hoger beroep” (hierna: de akte van appel) heeft [gestelde gemachtigde] namens [appellante] verklaard hoger beroep aan te tekenen tegen het tussen partijen gewezen en op 21 februari 2022 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). 1.2 Bij op 13 mei 2022 per e-mail en op 17 mei 2022 in hard copy ingekomen gedingstuk, getiteld, verkort weergegeven “betreft appel”, met producties, (hierna: de memorie van grieven) heeft [gestelde gemachtigde] namens [appellante] bezwaren tegen (onder meer) de gang van zaken bij het Gerecht aangevoerd en toegelicht. 1.3 Op 16 juni 2022 zijn de akte van appel en de memorie van grieven aan Ennia betekend. 1.4 Bij op 28 juli 2022 ingekomen “memorie van antwoord en incidenteel verzoek tot weigering gemachtigde” heeft Ennia zich uitgelaten. Zij heeft het Hof verzocht [gestelde gemachtigde] niet toe te laten als gemachtigde van [appellante]. Verder heeft zij geconcludeerd dat het Hof [appellante] niet-ontvankelijk zal verklaren, dan wel het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [appellante] – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten, met nakosten en rente. 1.5 Bij op 15 september 2022 per e-mail en op 28 september 2022 in hard copy ingediend gedingstuk, getiteld, verkort weergegeven “antwoord incidenteel verzoek” heeft [gestelde gemachtigde] het Hof verzocht hem toe te laten als gemachtigde van [appellante] en het volgende verzoek gedaan: “Ook verzoek ik U Geen Vonnis te wijzen en datum behandeling procedure mij te doen toekomen.” 1.6 Op de rolzitting van het Hof van 8 november 2022 heeft Ennia een pleitnota ingediend. Bij brief van 8 november 2022 heeft [gestelde gemachtigde] namens [appellante] verzocht hem uitstel te verlenen “ter indiening pleidooi”. 1.7 Bij e-mail van 9 januari 2023 heeft de griffie van het Hof [gestelde gemachtigde] medegedeeld dat hij zijn pleitnota kon indienen op de rol van 17 januari 2023 om 8.30 uur. 1.8 Op 17 januari 2023 heeft [gestelde gemachtigde] namens [appellante] een gedingstuk ingediend, getiteld, verkort weergegeven “betreft pleitnota” (al dan niet meteen met producties). Dit gedingstuk eindigt met: “Ik hoop U hierbij voldoende te hebben ingelicht en spreek de hoop uit een oproep te krijgen ter betwisting van het pleidooi ter zitting.” 1.9 Bij e-mail van 30 januari 2023 heeft de griffie van het Hof het gedingstuk van 17 januari 2023, met producties, als attachment gemaild naar mr. Hammoud en medegedeeld dat de zaak stond voor “akte uitlating producties zijdens Ennia”. 1.10 Bij e-mails van 9 en 16 maart 2023 heeft [gestelde gemachtigde] een vraag over de gang van zaken gesteld bij een gerechtssecretaris bij het Hof. Zij heeft gereageerd bij e-mail van 22 maart
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.