Burgerlijke zaken over 2024 Registratienummers: SXM201200055 - SXM2013H00024 SXM202200342 - SXM2022H00175 SXM202200342 - SXM2023H00167 Uitspraak: 23 oktober 2024 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaken van: zaaknummers SXM201200055 - SXM2013H00024 [DE MAN], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg gedaagde en opposant in conventie, eiser in reconventie, thans appellant in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, gemachtigden: E.I. Maduro en mr. V.C. Choennie, tegen [DE VROUW], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg eiseres en geopposeerde in conventie, verweerster in reconventie, thans geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, gemachtigde: mr. E.E.S. Moenir-Alam, en van: zaaknummers SXM202200342 - SXM2022H00175 1[DE MAN], 2. [DE TWEEDE ECHTGENOTE], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg eisers in conventie, thans appellanten, gemachtigden: E.I. Maduro en mr. V.C. Choennie, tegen [DE VROUW], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg gedaagde in conventie, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. E.E.S. Moenir-Alam, en van: zaaknummers SXM202200342 - SXM2023H00167 1[DE MAN], 2. [DE TWEEDE ECHTGENOTE], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg eisers in conventie, verweerders in reconventie, thans appellanten, gemachtigden: E.I. Maduro en mr. V.C. Choennie, tegen [DE VROUW], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. E.E.S. Moenir-Alam. Partijen worden hierna [de man], [de vrouw] en [de tweede echtgenote] genoemd. 1. De zaken in het kort Deze zaken betreffen de verdeling van een huwelijksgemeenschap na echtscheiding. De echtscheiding is reeds in 2005 uitgesproken. In 2006 heeft het Gerecht bij vonnis op tegenspraak de wijze bepaald waarop de huwelijksgemeenschap moet worden verdeeld. Dat vonnis is in kracht van gewijsde gegaan. De zaken die nu aan de orde zijn, hebben betrekking op problemen die zijn ontstaan in verband met de uitvoering van het vonnis uit 2006. 2. Het (verdere) verloop van de procedure zaaknummers SXM201200055 - SXM2013H00024 2.1 Voor het verloop van de procedure in hoger beroep tot aan het vonnis van 23 april 2024 verwijst het Hof naar dat vonnis. Bij dat vonnis heeft het Hof een mondelinge behandeling bevolen en de gemachtigden verzocht zich vooraf bij e-mail uit te laten. zaaknummers SXM202200342 - SXM2022H00175 2.2 Bij op 20 december 2022 ingekomen akte van appel zijn [de man] en [de tweede echtgenote] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 15 november 2022 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht). 2.3 Bij op 27 januari 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, hebben [de man] en [de tweede echtgenote] zes grieven aangevoerd en toegelicht tegen het vonnis, voor zover in conventie gewezen. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis, voor zover in conventie gewezen, zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, hun vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van [de vrouw] in de proceskosten in beide instanties. 2.4 Bij op 31 maart 2023 ingekomen memorie van antwoord, met producties, heeft [de vrouw] de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, met veroordeling van [de man], [de tweede echtgenote] en gemachtigde Maduro in de werkelijke kosten van het geding. zaaknummers SXM202200342- SXM2023H00167 2.5 Bij op 13 oktober 2023 ingekomen akte van appel zijn [de man] en [de tweede echtgenote] in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 3 oktober 2023 uitgesproken vonnis van het Gerecht, voor zover in reconventie gewezen. 2.6 Bij op 24 november 2023 ingekomen memorie van grieven, met producties, hebben [de man] en [de tweede echtgenote] dertien grieven tegen het vonnis van 3 oktober 2023 en het daaraan voorafgegane vonnis van 15 november 2022 (voor zover in reconventie gewezen) aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis van 3 oktober 2023 zal vernietigen en de vorderingen van [de vrouw] alsnog zal afwijzen, met veroordeling van [de vrouw], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in beide instanties. 2.7 [ [de vrouw] heeft in de zaak met zaaknummers SXM202200342- SXM2023H00167 geen memorie van antwoord ingediend. in alle zaken 2.8 Naar aanleiding van het vonnis van het Hof van 23 april 2024 heeft mr. Moenir-Alam zich uitgelaten bij e-mail van 6 mei 2024 en Maduro bij brief van 7 mei 2024 (verstuurd per e-mail), met bijlage. De mondelinge behandeling van alle zaken heeft plaatsgehad op 21 augustus 2024. Vóór de mondelinge behandeling heeft gemachtigde Maduro producties 1 tot en met 8 toegezonden en heeft [de vrouw] producties a tot en met y toegezonden. Bij de mondelinge behandeling zijn [de man], [de tweede echtgenote] en [de vrouw] verschenen, met hun gemachtigden. De gemachtigden Maduro en mr. Moenir-Alam hebben de standpunten van hun cliënten toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen, waarvan zij exemplaren hebben overgelegd. Na verdere uitwisseling van standpunten en beantwoording van vragen van het Hof is vonnis in alle zaken bepaald op vandaag. 3. De beoordeling Feiten in alle zaken 3.1 Het Hof gaat uit van de volgende feiten. 3.1.1 Op 11 juli 1991 zijn partijen in Sint Maarten in algehele gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Uit het huwelijk zijn geen kinderen geboren. 3.1.2 Bij beschikking van 16 mei 2005 heeft het Gerecht de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Op 8 juni 2005 is de echtscheidingsbeschikking ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. 3.1.3 Bij op tegenspraak gewezen vonnis van 21 november 2006, zaaknummer AR 62/2006, (hierna: het verdelingsvonnis) dat in kracht van gewijsde is gegaan, heeft het Gerecht bepaald hoe de huwelijksgemeenschap moet worden verdeeld. Namelijk door toescheiding aan [de vrouw] van, verkort weergegeven: a. een onroerende zaak aan [adres 1] (meetbrief [adres 1]); b. zes appartementen aan [adres 2]; c. een onroerende zaak groot 12.597 [adres 3] te Dominica; d. een Toyota dumptruck (kiepauto); e. de helft van banksaldi, en door toescheiding aan [de man] van, verkort weergegeven: f. een woonhuis en negen appartementen aan [adres 4]; g. een onroerende zaak groot 2.974 vierkante voet en een onroerende zaak groot 1.806 vierkante voet, beide gelegen [adres 3] te Dominica; h. een Mack dumptruck; i. de helft van banksaldi. 3.1.4 Het verdelingsvonnis is in kracht van gewijsde gegaan. 3.1.5 In 2008 is [de man] getrouwd met [de tweede echtgenote]. 3.1.6 Bij beschikking van 12 januari 2009, zaaknummer EJ 119/2008, heeft het Gerecht een verzoek van [de vrouw] om toekenning van partneralimentatie afgewezen. Bij beschikking van 19 juni 2009, zaaknummer H 28/2009, heeft het Hof de alimentatiebeschikking van het Gerecht van 12 januari 2009 bevestigd. Hierbij heeft het Hof overwogen dat de huwelijksgemeenschap bij vonnis van 21 november 2006 is verdeeld. Ook heeft het Hof overwogen dat als de verdeling wordt geëffectueerd, dit naar het zich laat aanzien tot gevolg zal hebben dat [de vrouw] geen behoefte (meer) zal hebben aan partneralimentatie. 3.1.7 Bij akte van 8 oktober 2021, ingeschreven op 12 oktober 2021, verleden voor notaris mr. M.F. Mingo, is bij wijze van gedeeltelijke verdeling het perceel, aangeduid in meetbrief [adres 1], toebedeeld en overgedragen aan [de vrouw]. [de vrouw] was daarbij aanwezig. [de man] werd uit kracht van een hierna te noemen verstekvonnis van 26 januari 2010 vertegenwoordigd door een deurwaarder. 3.1.8 Op het perceel aan de [adres 1] is een wooncomplex gerealiseerd. In dit wooncomplex wonen [de man] en [de tweede echtgenote]. Verder wonen er huurders. In diverse jaren betaalden die huurders huur aan [de man]. 3.1.9 Op 24 februari 2022 hebben [de man] en [de tweede echtgenote] ten laste van [de vrouw] beslag doen leggen op de onroerende zaak aan de [adres 1]. Vorderingen en beslissingen van het Gerecht zaaknummers SXM201200055 - SXM2013H00024 3.2 Bij verzoekschrift van 2 februari 2009, zaaknummer AR 17/2009, heeft [de vrouw] nadere verzoeken gedaan in verband met de verdeling van de huwelijksgemeenschap. 3.3 Bij verstekvonnis van 26 januari 2010 heeft het Gerecht, verkort weergegeven, een notaris benoemd om de verdeling te bewerkstelligen, en een deurwaarder benoemd om [de man] te vertegenwoordigen indien [de man] niet meewerkt. 3.4 Bij het bestreden verzetvonnis van 17 september 2012, zaaknummers V 17/2009 en SXM201200055, heeft het Gerecht, verkort weergegeven, overwogen dat het verstekvonnis in stand dient te blijven. Hiertoe heeft het Gerecht, verkort weergegeven, als volgt geoordeeld. [de man] heeft gesteld dat de in het verdelingsvonnis genoemde vermogensbestanddelen niet tot de huwelijksgemeenschap behoren of hebben behoord. Deze stelling stuit af op het gezag van gewijsde van het verdelingsvonnis (4.3). zaaknummers SXM202200342 - SXM2022H00175 3.5 Bij verzoekschrift van 23 maart 2022 hebben [de man] en [de tweede echtgenote] (in conventie) veroordeling gevorderd van [de vrouw] tot betaling van USD 470.000, met nevenvorderingen, op de grond, verkort weergegeven, dat [de vrouw] ongerechtvaardigd is verrijkt doordat naar de stellingen van [de man] en [de tweede echtgenote] het in meetbrief [adres 1] bedoelde perceel ten tijde van het vonnis van 21 november 2006 onbebouwd was, maar ten tijde van de akte van 8 oktober 2021 was bebouwd op kosten van [de man] en [de tweede echtgenote]. 3.6 Bij vonnis van 15 november 2022 heeft het Gerecht (in conventie) de vordering van [de man] en [de tweede echtgenote] afgewezen. Hiertoe heeft het Gerecht overwogen, verkort weergegeven, dat [de man] en [de tweede echtgenote] onvoldoende hun stelling hebben onderbouwd dat zij het in meetbrief [adres 1] bedoelde perceel alleen en voor eigen rekening hebben bebouwd (4.5). Indien die stelling waar is, is de daardoor opgetreden verrijking van [de vrouw] niet ongerechtvaardigd, omdat [de man] en [de tweede echtgenote] hebben gebouwd op een perceel dat in de (ontbonden) huwelijksgemeenschap viel (4.6). zaaknummers SXM202200342 - SXM2023H00167 3.7 In de zaak met zaaknummer SXM202200342 (ingeleid door [de man] en [de tweede echtgenote] bij verzoekschrift van 23 maart 2022) heeft [de vrouw] vorderingen in reconventie ingesteld. 3.8 Bij vonnis van 3 oktober 2023 heeft het Gerecht een deel van de vorderingen in reconventie toegewezen en wel, verkort weergegeven, als volgt: a. bevel aan [de man] om de helft van banksaldi aan [de vrouw] af te dragen, op straffe van verbeurte van dwangsommen; b. verbod aan [de man] om de huur van de appartementen aan [adres 2] te innen en bevel om de huurders te instrueren de huur voortaan aan [de vrouw] te betalen, op straffe van verbeurte van dwangsommen; c. bevel aan [de man] om de sinds 17 mei 2017 geïnde huuropbrengsten van [adres 1] af te dragen aan [de vrouw], met rente; d. bevel aan [de man] om de sinds 17 mei 2017 geïnde huuropbrengsten van de onroerende zaken aan [adres 2] af te dragen aan [de vrouw], met rente; e. bevel aan [de man] om de helft van de sinds 17 mei 2017 geïnde huuropbrengsten van de appartementen aan [adres 4] af te dragen aan [de vrouw], met rente; f. veroordeling van [de man] om een vergoeding van USD 1.200 per maand aan [de vrouw] te betalen voor het gebruik van de bebouwing op [adres 1] in de periode vanaf 17 mei 2017 tot aan de dag van de ontruiming, met rente; g. bevel aan [de man] om de huurders van de [adres 1] te instrueren dat de huur voortaan aan [de vrouw] moet worden betaald, op straffe van verbeurte van dwangsommen; h. bevel aan [de man] om het perceel aan [adres 1] te ontruimen; i. bevel aan [de man] om de helft van de sinds 17 mei 2017 geïnde huuropbrengsten van de onroerende zaken in [adres 3] in Dominica af te dragen aan [de vrouw], op straffe van verbeurte van dwangsommen; j. opheffing van het op 24 februari 2022 gelegde beslag. 3.9 Deze beslissingen heeft het Gerecht, verkort weergegeven, als volgt gemotiveerd. 3.10 In het vonnis van 15 november 2022: de ontruimingsvordering (vordering
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.