Burgerlijke zaken over 2024 Registratienummers: SXM202100284 – SXM2022H00034 en SXM2022H00040 Uitspraak: 15 mei 2024 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van (SXM2022H00034): [DE MAN], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg gedaagde, thans appellant, gemachtigde: mr. N.C. de la Rosa, tegen [DE VROUW], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg eiseres, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. N.A. Hoeve en N.R. Joubert. en in de zaak van (SXM2022H00040): [DE VROUW], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg eiseres, thans appellante, gemachtigden: mrs. N.A. Hoeve en N.R. Joubert. tegen [DE MAN], wonende in Sint Maarten, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. N.C. de la Rosa, Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd. 1De zaak in het kort Partijen zijn gescheiden. In dit geding heeft het Gerecht beslist over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap. Beide partijen zijn in hoger beroep gekomen. 2Het verloop van de procedures In zaak SXM2022H00034 2.1 Bij op 21 maart 2022 ingekomen akte van appel is de man in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 22 februari 2022 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht). 2.2 Bij op 4 april 2022 ingekomen memorie van grieven, met producties 1 tot en met 4, heeft de man acht grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Zijn conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de huwelijksgemeenschap alsnog zal verdelen overeenkomstig zijn voorstel, met veroordeling van de vrouw in de proceskosten in beide instanties. 2.3 Bij op 13 juni 2022 ingekomen memorie van antwoord, met producties 1 tot en met 6, heeft de vrouw de grieven van de man bestreden. 2.4 Op 10 maart 2023 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. De vrouw heeft daarbij producties 7 en 8 in het geding gebracht. 2.5 Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag. In zaak SXM2022H00040 2.6 Bij op 5 april 2022 ingekomen akte van appel, met productie 1, is ook de vrouw in hoger beroep gekomen van het eerder genoemde vonnis van het Gerecht. 2.7 Bij op 11 mei 2022 ingekomen memorie van grieven, met producties 2 tot en met 8, heeft de vrouw zeven grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht en haar eis gewijzigd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en de huwelijksgemeenschap alsnog zal verdelen overeenkomstig haar (gewijzigde) voorstel, met veroordeling van de man in de proceskosten in beide instanties. 2.8 Bij op 11 juli 2022 ingekomen memorie van antwoord, met producties 1 tot en met 12, heeft de man de grieven van de vrouw bestreden. 2.9 Op 10 maart 2023 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. De vrouw heeft daarbij producties 9 tot en met 13 in het geding gebracht. 2.10 Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag. 3De beoordeling Feiten 3.1 Het Hof gaat uit van de volgende feiten. 3.1.1 De man is in 1952 geboren [plaats]. De vrouw is in 1957 geboren [plaats]. Op [datum] zijn partijen [plaats] met elkaar getrouwd in gemeenschap van goederen. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren […]. De man heeft […] gewerkt. De vrouw heeft […] gewerkt. 3.1.2 In 2012 heeft de man de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Met ingang van eind september 2012 geniet hij een ouderdomspensioen van NAf 3.821,85 per maand. De vrouw geniet een AOV-uitkering van NAf 900 per maand. 3.1.3 Partijen hebben gewoond in de woning aan [adres] in Sint Maarten (hierna: de woning). De woning behoort tot de huwelijksgoederengemeenschap. Ook nadat zij geen affectieve relatie meer met elkaar hadden, zijn zij gedurende enige tijd beiden daar onder één dak blijven wonen. 3.1.4 In juni 2020 heeft de vrouw een verzoekschrift tot echtscheiding ingediend. Bij beschikking van 21 september 2020 heeft het Gerecht de echtscheiding uitgesproken. Deze beschikking is op 23 oktober 2020 ingeschreven in de registers. 3.1.5 Op 21 september 2020 heeft de vrouw aangifte gedaan van bedreiging door de man. Op die datum of een latere datum is zij elders gaan wonen (een huurovereenkomst waarin zij als huurster wordt genoemd, vermeldt als ingangsdatum 31 december 2020). De man is in de woning blijven wonen. Bij bericht van 9 februari 2021 heeft de officier van justitie aan de man laten weten dat zij besloten had hem niet te vervolgen wegens gebrek aan bewijs. 3.1.6 Bij beschikking van 2 november 2020 heeft het Gerecht op verzoek van de vrouw de man veroordeeld om met ingang van 1 juli 2020 een partneralimentatie van NAf 1.800 per maand aan de vrouw te betalen. In hoger beroep heeft het Hof bij beschikking van 18 februari 2022 (zaaknummer SXM202000472 - SXM2020H00132) de datum van ingang gewijzigd in 1 december 2020 en de beschikking van het Gerecht voor het overige bevestigd. 3.1.7 Tot de huwelijksgoederengemeenschap behoren appartementen aan de [adres] (hierna: de appartementen). Deze zijn (gedurende bepaalde perioden) verhuurd (geweest). Ter executie van de beschikking van 2 november 2020 heeft de vrouw op 27 november 2020 beslag doen leggen onder de (toenmalige) huurders van de appartementen. Op 26 juni 2021 zijn deze beslagen opgeheven. Bij brief van 15 oktober 2021 hebben de huurders van appartement [A] te kennen gegeven ernaar te streven het appartement per 30 november 2021 te ontruimen. Beslissingen van het Gerecht 3.2 Het Gerecht heeft, samengevat weergegeven, de volgende wijze van verdeling gelast. Toedeling aan de man In aanmerking genomen waarde (in USD) a. [adres] (de woning) 630.000 b. [auto] 2007 1.875 c. [auto] 2008 4.551 d. [auto] 2010 5.080 e. Pensioenrechten man nihil f. Meubilair in bezit van de man nihil g. Bankrekening man bij [bank] saldo per 11 juni 2020 Toedeling aan de vrouw h. [adres] (de appartementen) 422.500 i. [auto] 7.800 j. Meubilair in bezit van de vrouw nihil k. Bankrekening vrouw bij [bank]
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.