GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Vonnis in de zaak: de naamloze vennootschap GAMING SERVICES PROVIDER N.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: GSP, oorspronkelijk gedaagde, thans appellante, gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E. Frins, tegen [geïntimeerde], wonend in [woonplaats], hierna te noemen: [geïntimeerde], oorspronkelijk eiser, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs D.M. Wildeman en D.E. van Voorst. 1Verder procesverloop 1.1. Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025 en 17 juni 2025. Het gaat hier om zaak 10. 1.2. Zoals bepaald in het laatste tussenvonnis heeft op 31 oktober 2025 een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Verschenen zijn voor GSP [betrokkene 1], hiertoe schriftelijk gemachtigd door [bestuurder 2], middellijk bestuurder van GSP, en haar gemachtigden mr. Van Hoof en mr. Frins. De schriftelijke machtiging van [betrokkene 1] is overgelegd. Ook zijn overgelegd producties 7 en 8. Mrs Van Hoof en Frins hebben schriftelijke pleitnotities overgelegd. [geïntimeerde] is per video verschenen. Zijn gemachtigde mr. Van Voorst is in persoon verschenen. Zij heeft, mede namens mr. Wildeman, pleitaantekeningen overgelegd. 1.3. Vonnis is bepaald op heden. 2Verdere beoordeling 2.1. Het Hof gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden: a. [geïntimeerde] heeft naar eigen zeggen USD 123.000 gewonnen door te spelen op de website topbet.eu. b. Bij inleidend verzoekschrift van 13 april 2022 heeft [geïntimeerde] GSP aangesproken tot betaling van dit bedrag. c. GSP, als vergunninghouder ingevolge de Landsverordening buitengaatse hazardspelen, had tussen 1 november 2015 en 1 november 2017 een contract voor twee jaar met Oriënt Power Holdings Ltd. (hierna: Oriënt), die in deze periode topbet.eu uitbaatte. Het contract liep van rechtswege af en Oriënt wilde niet verlengen. 2.2. De Landsverordening buitengaatse hazardspelen is met ingang van 24 december 2024 opgevolgd door de Landsverordening op de kansspelen (P.B. 2024, no. 157) (LOK). Het Hof heeft kennisgenomen van Hoofdstuk 15 (Overgangs- en slotbepalingen) LOK. De LOK is in deze zaak niet van toepassing. 2.3. Het Gerecht heeft GSP veroordeeld tot betaling aan [geïntimeerde] van onder meer de geëiste USD 123.000, met wettelijke rente. 2.4. Het Gerecht overwoog onder meer: Aansprakelijkheid van GSP in het algemeen 3.2.1 De in meerdere zaken bij dit Gerecht bediscussieerde vraag of en zo ja op welke grond een (hoofd)vergunninghouder zoals GSP aansprakelijk is voor de gevolgen van een tekortschieten in haar contractuele en/of wettelijke plicht door een (sub-)licentiehouder zoals Orient, mag inmiddels als beantwoord worden beschouwd. De meest recente en uitvoerige antwoorden staan in het vonnis van dit Gerecht van 13 maart 2023 inzake SBGOK/Cyberluck en Suncast, CUR202200098 en vooral in het vonnis van het Hof van 14 maart 2023 inzake SBGOK/Cyberluck e.a., CUR2021H00364 (ECLI:NL:OGHACMB:2023:31). Het Hof heeft in dit vonnis geoordeeld over de aansprakelijkheid [van] de vergunninghouder voor een vordering van de speler op een met gebruikmaking van die vergunning geexploiteerd online casino. Het Gerecht volgt op dit punt het oordeel van het Hof in zijn genoemde vonnis, dat samengevat luidt als volgt. 3.2.2 De vergunninghouder (hier GSP) is, naast de houder van de (sub-)licentie tot exploitatie van het online casino (hier Orient), aansprakelijk voor uitbetaling van het prijzengeld omdat op de vergunninghouder een bijzondere zorgplicht rust die meebrengt dat zij waarborgt dat gewonnen prijzengeld wordt uitbetaald door haar (sub-)licentiehouders. De vergunninghouder staat in voor uitbetaling van het regulier gewonnen prijzengeld. Dat volgt uit het systeem van de wet. De vergunninghouder is daarnaast aansprakelijk uit onrechtmatige daad, daaruit bestaande dat zij er niet voor heeft gezorgd dat haar contractpartner (hier Orient) zich hield aan de vergunningvoorwaarden, met name het uitbetalen van het regulier gewonnen prijzengeld. Tot slot is de vergunninghouder aansprakelijk uit hoofde van art. 6:76 BW. Zij heeft voor de uitvoering van haar verbintenis jegens de speler gebruik [heeft] gemaakt van de sub-licentiehouder als hulppersoon, voor wiens gedragingen zij dan op gelijke wijze als voor eigen gedragingen aansprakelijk is. Aansprakelijkheid van GSP in dit geval 3.3.1 GSP stelt in de conclusie van antwoord dat zij selectief is voor wat betreft de derden (sub-licentiehouders) met wie zij contracteert: die worden gescreend en aan strenge voorwaarden gebonden, waaronder de vergunningsvoorwaarden. GSP houdt daarop ook toezicht, en neemt sancties als de exploitanten zich niet aan de voorwaarden houden, zoals het beëindigen van de relatie. Zij doet dat mede in het belang van de spelers, die moeten kunnen vertrouwen op een goed gereguleerde markt, aldus GSP. 3.3.2 Geheel in tegenspraak hiermee is van enig feitelijk toezicht door GSP op de handel en wandel van Orient niet gebleken, laat staan van een effectief, hands on toezicht dat de wanprestatie van Orient wellicht had kunnen voorkomen of achteraf herstellen. Daartoe was GSP wel verplicht krachtens de Landsverordening en vergunning. [geïntimeerde] mocht reeds op grond van die regels effectief toezicht verwachten. Hij mocht dit te meer verwachten op grond van het feit dat Orient op haar website adverteerde met een aan de master license van GSP ontleende, verified license en autorisatie van The Government of Curaçao, nota bene onder een logo waarin een wapenschild dat lijkt op de vlag van de Nederlandse Antillen wordt gecombineerd met de namen Government of Curaçao en Gaming Services Provider NV (productie 3 bij het verzoekschrift). 3.3.3 GSP heeft overigens haar wettelijke verplichting, waaruit een zorgplicht jegens spelers zoals [geïntimeerde] voortvloeide, om te beginnen al geschonden door de sub-licentie te verstrekken aan Orient, een buitenlandse vennootschap, terwijl de Landsverordening in artikel 1 lid 2 bepaalt dat vergunningen slechts worden verleend aan in de Nederlandse Antillen gevestigde rechtspersonen. Dat criterium had GSP ook moeten aanleggen bij de keuze van haar sub-licentiehouders. Reeds door dat niet te doen heeft zij effectief toezicht vanuit het Curacaose rechtssysteem op het gebruik van door haar regering verleende vergunningen onmogelijk gemaakt. 3.3.4 Het Gerecht gaat ervan uit dat de overeenkomst tussen GSP en Orient is geëindigd in 2018, al heeft GSP nagelaten daarvan enig bewijs te leveren. Zij heeft volstaan met screenshots van (wat zij stelt dat
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.