Burgerlijke zaken over 2025 Registratienummer: CUR202203227 – CUR2024H00081 Uitspraak: 16 december 2025 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba VONNIS In de zaak van: de naamloze vennootschap DELTA PETROLEUM N.V., gevestigd in Curaçao, oorspronkelijk gedaagde, thans appellante, gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel en N.R.C. Soeltaansingh, tegen de vennootschap naar Panamees recht HISHAM OVERSEAS S.A., gevestigd in Panama, oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. S.H. Barten. De partijen worden hierna Delta respectievelijk Hisham genoemd. De zaak in het kort Hisham heeft een bedrag van US$ 15.000.000,- overgemaakt naar Delta en stelt dat aan deze transactie een geldleningsovereenkomst ten grondslag ligt. In deze procedure vordert Hisham dat Delta wordt veroordeeld tot betaling van voornoemd bedrag. Delta betwist de gestelde geldleningsovereenkomst. Het Hof laat Hisham toe tot bewijs van haar stelling. 1Het verloop van de procedure 1.1 Voor het procesverloop in eerste aanleg wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis van 19 februari 2024 door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) uitgesproken. 1.2 Bij akte van hoger beroep, op 28 maart 2024 ingediend ter griffie, is Delta in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis. 1.3 Bij op 10 mei 2024 via e-mail en op 13 mei 2024 in hardcopy ingekomen memorie van grieven met producties heeft Delta drie grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en Hisham zal veroordelen tot terugbetaling van hetgeen Delta heeft betaald ter voldoening van het bestreden vonnis, met veroordeling van Hisham in de proceskosten in beide instanties, vermeerderd met wettelijke rente met ingang van twee weken na datum vonnis. 1.4 Hisham heeft op 19 juli 2024 een memorie van antwoord met producties ingediend en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van Delta in de proceskosten in hoger beroep, te vermeerderen met wettelijke rente met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis. 1.5 Op 4 november 2025 hebben partijen mondeling gepleit conform door hen overgelegde pleitnotities. Beide partijen hebben op voorhand producties naar het Hof en de tegenpartij gestuurd. Delta heeft op 4 juni 2025 producties 9 t/m 11 ingediend, op 5 juni 2025 productie 12, op 28 oktober 2025 productie 13, op 30 oktober 2025 producties 14 en 15, op 31 oktober 2025 productie 16 en op 3 november 2025 producties 17-
- Hisham heeft op 30 oktober 2025 producties 26-29 ingediend, op 30 oktober 2025 producties 30—32 en op 3 november 2025 productie
- 1.6 Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag. 2De feiten 2.1 Hisham is een internationale investeerder, waarvan wijlen de heer [persoon 1](hierna: [persoon 1]) tot zijn overlijden op [overlijdensdatum] 2020 via een truststructuur de uiteindelijk belanghebbende partij (UBO) was. Hisham heeft een Global Limit Credit Facility Agreement met J.P. Morgan S.A. gesloten op basis waarvan in december 2016 de totale beschikbare kredietfaciliteit US$ 190.000.000,- was. 2.2 Delta is een Curaçaose holdingmaatschappij. [persoon 1] was de meerderheidsaandeelhouder van Delta met een belang van 91.841632%. De overige aandelen in Delta zijn in eigendom van de Curaçaose SPF Elemento Oil and Gas Private Foundation. Deze heeft de aandelen verpand aan de Curaçaose SPF D. Petroleum Private Foundation. 2.3 Op 29 maart 2017 is vanaf de bankrekening van Hisham bij J.P. Morgan S.A. een bedrag van US$ 15.000.000,- overgeboekt naar de bankrekening van Delta. Hiervoor heeft Hisham eenzelfde bedrag van US$ 15.000.000,- van de beschikbare kredietfaciliteit bij J.P. Morgan S.A. gebruikt. 2.4 Ten tijde van voormelde overboeking was Ax Management N.V. (hierna: Ax) bestuurder van Delta. 2.5 Delta heeft het bedrag van US$ 15.000.000,- aangewend om aandelen te verkrijgen in een Nederlandse beheervennootschap. 2.6 De erfgenamen van [persoon 1] voeren in verschillende landen een juridische strijd om de nalatenschap en in dat verband ook om de zeggenschap in rechtspersonen van [persoon 1]. 2.7 Hisham heeft Delta op 24 juni 2022 gesommeerd om het openstaande bedrag van US$ 15.000.000,-, vermeerderd met rente en kosten, onmiddellijk aan haar terug te betalen. Delta heeft hieraan geen gevolg gegeven. 2.8 Hisham heeft op enig moment bij het Gerecht een kort geding aanhangig gemaakt tegen onder meer Delta en Ax waarin zij op grond van art. 843a Rv overlegging van onder meer jaarrekeningen en correspondentie omtrent de betaling van US$ 15.000.000.,- heeft gevorderd. 2.9 Ax bleek daarop bereid om afschriften van de stukken te verstrekken, waarop het kort geding is ingetrokken. 2.10 Bij e-mail van 7 september 2023 met als bijlagen onder meer diverse e-mails heeft [persoon 2] (namens Ax) aan de gemachtigde van Hisham onder meer het volgende bericht: “(…) After 2 years of intense effort, we received an Axtor internal document: Source of Funds, in which Mr. [persoon 1] declared the origin of the funds of USD 15 million. To our surprise, we also received a declaration of Loan between Hisham (…) and Delta (…), signed by Mr. [persoon 1]. We did not prepare such document. As a clear evidence, the name of AxManagement is incorrectly written. It has never been informed to the Delta N.V.’s Board of Director that a Loan has been granted to Delta (..) Once we studied the Declaration, the Board informed Mrs. [persoon 3], during a conference call, that a Loan Agreement needed to be entered in order to comply with Financial Rules and Regulations and that interest at arms-length needed to be included. It was agreed that an interest of 5% was going to be included and calculated, and by then, upon receipt of correct documentation, the Board would sign the Agreement. Unfortunately we never received the Loan Agreement and Mr. [persoon 1] passed away. (…). Finally, please be advised that the Source of Funds, an internal document from Axtor Group, may not and shall not be used to support any transaction. It is just an internal document, part of Compliance obligations, as stipulated by the Central Bank of Curacao and Saint Maarten (…)” 2.11 Bij de e-mail van 7 september 2023 waren als bijlagen onder meer e-mails gehecht van 5, 26 en 27 november 2018, 10 en 14 december 2018 van [persoon 4 ] (Ax) waarbij zij medewerkers van Delta om nadere informatie vraagt met betrekking tot de storting van US$ 15.000.000,- vanaf JPM Suisse. [persoon 4] vraagt in het bijzonder op wiens naam de bankrekening staat en wat de achtergrond is van de storting en vermeldt daarbij dat als het een rekening betreft van [persoon 1], er een Source of Funds formulier ingevuld moet worden. 2.12 Bij e-mail van 14 december 2018 heeft [persoon 4] (Ax) aan o.a. [persoon 5] (Hisham) onder meer vermeld: “Adjunto documento de prestamo entre Hisham y Delta Petroleum y formulario: “ Source of Funds” firmado. Bij e-mail van 6 februari 2019 heeft [persoon 5] namens Hisham aan [persoon 4] (Ax) en anderen verwezen naar als bijlagen overgelegde documenten. Bij e-mail van 12 februari 2019 heeft [persoon 5] [persoon 4] verzocht haar te laten weten of zij ook de originelen van de documenten wenst te ontvangen. 2.13 De (Engelse vertaling van de) verklaring waarnaar wordt verwezen in voormelde e-mail van 6 februari 2019 luidt als volgt: I, [persoon 1] (….) acting in my capacity as General Attorney of (..) HISHAM (..) duly empowered for this act as evidenced in power of attorney formalized on October 17, 2017, (…) hereby declare: My represented party gave on the 29th day of MARCH 2017 as a loan to DELTA PETROLEUM N.V ., (…) the amount of (…) (USO$ 15,000,000.00), which amount was obligated to be repaid within two (..) years from the date of its receipt. The amount loaned shall not accrue interest. (…) And we, [persoon 2] and [persoon 4] , acting in our capacity as Director and Attorney-in Fact, respectively of AX MANAGEMENT NV , (…) sole director of DELTA PETROLEUM N.V . (…), we hereby declare “ We declare the conformity of my represented company with the above”. Two
(2)copies are made to the same tenor and to the same effect on the 29th day of the month of March,
- 2.14 De Source of Funds waarnaar wordt verwezen in voormelde e-mail van 6 februari 2019 luidt als volgt: (…) 2-) that the funds totaling USD 15.000.000,00 3-) hat have been deposited by the undersigned on the account of HISHAM (…) in the client company named: DELTA (…) represents funds obtained by the undersigned from the UBO (…) [persoon 1] (…)All the funds invested in the structured are obtained from Mr. [persoon 1] active businesses as owner of (…) 2.15 In de jaarrekening van Delta over 2017 is het overgemaakte bedrag van US$ 15.000.000,- verwerkt als: CA payable to shareholder. 3De procedure in eerste aanleg 3.1 In eerste aanleg heeft Hisham – na wijzigingen van eis - gevorderd - samengevat- dat het Gerecht Delta veroordeelt tot betaling aan haar van US$ 15.000.000,-, te vermeerderen met de contractuele dan wel de Curaçaose wettelijke rente vanaf 29 maart
- 3.2 Het Gerecht heeft Delta veroordeeld tot betaling aan Hisham van een bedrag van US$ 15.000.000,-vermeerderd met wettelijke rente en Delta veroordeeld in de proceskosten. 3.3 Het Gerecht heeft onder meer het volgende overwogen. Op de rechtsverhouding tussen partijen is Panamees recht van toepassing. Partijen zijn het erover eens dat het hier gaat om een zakelijke overeenkomst. Deze wordt beheerst door het Panamese Wetboek van Koophandel. De totstandkoming van de overeenkomst kan vormvrij geschieden en de totstandkoming en inhoud daarvan kunnen worden bewezen door alle middelen (artikel 194 en 195 WvKP). Dit kan naast schriftelijke stukken dus ook door getuigenverklaringen (4.7). [persoon 1] heeft voor zijn overlijden schriftelijk namens Hisham verklaard dat Hisham aan Delta een renteloze lening heeft verstrekt (4.8). Uit een verklaring van de voormalige (middellijk) bestuurder van Delta volgt dat zij, na aanvankelijk in het ongewisse te hebben verkeerd over de herkomst van het bedrag, na onderzoek en ontvangst van deze verklaring in februari 2019 in overleg met de legal counsel van Hisham heeft bevestigd dat de betalingstransactie een geldlening betreft (4.8). Onvoldoende gemotiveerd gesteld is dat vermogensrechtelijke verschuivingen (zonder titel), waarvoor in de administratie ook verantwoording moet worden afgelegd, gebruikelijk waren binnen de groep (4.9). 4De beoordeling De memorie van grieven is tijdig ingediend 4.1 Hisham stelt dat de memorie van grieven buiten beschouwing moet worden gelaten omdat deze niet tijdig is ingediend. Hisham gaat er vanuit dat ook het griffierecht te laat is betaald. Bij gebreke van tijdige betaling is er sprake van verval van het hoger beroep. Hisham verzoekt het Hof vast te stellen of daarvan sprake is. 4.2 Op grond van art. 271 Rv is de termijn voor het indienen van de memorie van grieven zes weken vanaf de dag van instelling van het hoger beroep. Die termijn eindigde, zoals Hisham stelt, op 9 mei
- Dat was een officiële vrije dag op Curaçao (Hemelvaartsdag), waarop de griffie van het Hof was gesloten. Ook op 10 mei 2024 was de griffie van het Hof gesloten (ATV-dag). De beroepstermijn is daarom verlengd tot de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dat was 13 mei
- Op 13 mei 2024 is de akte van appel in hardcopy (nadat deze op 10 mei 2024 al per e-mail was verstuurd) bij de griffie van het Hof ingediend. Dat is tijdig, zodat de memorie van grieven bij de beoordeling zal worden betrokken. Nu ook het griffierecht op 13 mei 2024 en dus tijdig is betaald, is het hoger beroep niet vervallen. Toepasselijk recht 4.3 Tegen de overwegingen van het Gerecht in r.o.v. 3.7 over de toepasselijkheid van Panamees recht zoals hiervoor weergegeven onder 3.3 zijn geen bezwaren aangevoerd. Het Hof heeft ambtshalve geen bezwaren tegen deze overwegingen en neemt deze over. Hisham wordt toegelaten tot bewijslevering 4.4 Hisham stelt dat het bedrag van US$ 15.000.000,- aan Delta is verstrekt ten titel van een geldlening met een looptijd van twee jaar. Zij onderbouwt dit als volgt. Hisham heeft op 29 maart 2017 een bedrag van US$ 15.000.000,- overgeboekt naar Delta. Hiervoor heeft Hisham de beschikbare kredietfaciliteit bij J.P. Morgan S.A. gebruikt. Delta heeft deze gelden aangewend om een eigendomsbelang te verwerven in Delta Dutch Holding B.V. (Nederland). Delta heeft op 6 februari 2019 een door [persoon 1] ondertekende verklaring ontvangen waarin het bestaan van de geldlening van US$ 15.000.000,- wordt bevestigd. In gesprekken die na ontvangst van de verklaring hebben plaatsgevonden met het team van [persoon 1] heeft de oud-bestuurder van Delta bevestigd dat zij namens Delta een leningsovereenkomst zal tekenen met een rentepercentage van 5%. [persoon 1] was bevoegd namens Hisham rechtshandelingen aan te gaan op basis van een notarieel vastgelegde volmacht. 4.5 Dat Hisham ten laste van haar kredietfaciliteit het bedrag van US$ 15.000.000,- heeft overgeboekt naar een rekening van Delta staat vast. Delta heeft echter gemotiveerd betwist dat die betaling is gedaan uit hoofde van een tussen partijen gesloten overeenkomst van geldlening. Er was volgens haar sprake van een schenking dan wel een (persoonlijke) lening van [persoon 1] aan Delta. Delta heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Uit de enkele overboeking blijkt niet dat tussen partijen wilsovereenstemming bestond dat het een geldlening betrof. Niet kan worden uitgesloten dat de handtekening onder de door Hisham overgelegde verklaring geknipt en geplakt is. Delta betwist dan ook dat bedoelde verklaring de wil van [persoon 1] weergeeft. Daarbij komt dat Hisham pas achteraf aan [persoon 1] een volmacht heeft gegeven voor het afleggen van die verklaring. Ook geldt dat de toenmalige bestuurder van Delta de verklaring niet mede heeft ondertekend, terwijl zij wel in die verklaring wordt genoemd. De schuld is als vordering van [persoon 1] en niet van Hisham in de boeken opgenomen en de jaarrekeningen zijn door [persoon 1] als zodanig goedgekeurd. Dit betekent dat als er al op enig moment overeenstemming was over een lening van Hisham aan Delta, heeft te gelden dat [persoon 1] en Delta er daarna anders invulling aan hebben gegeven en de transactie toch als lening van [persoon 1] aan Delta zijn blijven beschouwen. Ook uit de tekst van de Source of Funds volgt niet dat sprake was van een lening, die duidt eerder op een schenking. 4.6 Gelet op deze gemotiveerde betwisting dat tussen partijen de door Hisham gestelde overeenkomst van geldlening tot stand is gekomen, rust op Hisham de bewijslast van haar stelling. Hisham zal conform haar bewijsaanbod tot dit bewijs worden toegelaten als na te melden. 4.7 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. BE S L I S S I N G Het Hof: laat Hisham toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat partijen in 2017 een overeenkomst van geldlening zijn aangegaan waarbij Hisham aan Delta een bedrag van US$ 150.000.000,- heeft geleend met een looptijd van twee jaar en een rentepercentage van 5%; bepaalt dat Hisham getuigen kan voorbrengen op 26 februari 2026 om 14.00 uur voor mr. E.A. Saleh, lid van het Hof in het Kas di Korte te Curaçao; bepaalt dat Hisham uiterlijk een week van te voren aan het Hof en de wederpartij de namen van de voor te brengen getuigen doet toekomen; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, C.G. ter Veer en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 16 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. Prod 22 akte Hisham 4 januari 2024