ECLI:NL:OGHACMB:2026:107
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Tussenvonnis in de zaak: de naamloze vennootschap USOFTGAMING N.V., gevestigd in Curaçao, hierna: Usoftgaming, oorspronkelijk (mede)gedaagde, thans appellante en incidenteel geïntimeerde in het incidenteel appel van Parapanos, gemachtigde: mr. T. Aardenburg, tegen 1. geïntimeerde 1], wonende in het [woonplaats], en 2. [ geïntimeerde 2], wonende in het Verenigd Koninkrijk, en 3. de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN (SBGOK), gevestigd in Curaçao, hierna: [geïntimeerden], oorspronkelijk eisers, thans geïntimeerden en [geïntimeerde 2] tevens incidenteel appellant, gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk, 1Verder procesverloop 1.1.
Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025 en 17 juni 2025.
1.2.
Bij het Hof zijn vragen gerezen ten aanzien van de toepasselijkheid en geldigheid van de algemene voorwaarden in deze zaak en in andere zaken. Vandaag worden ook in andere zaken vragen gesteld.
1.3.
Tussenvonnis is bepaald op heden.
2Verdere beoordeling 2.1.
Het Hof gaat ervan uit dat de vergunningsvoorwaarden voor alle vergunningshouders, voor zover relevant, dezelfde inhoud hebben. Tot de Cyberluck-vergunningsvoorwaarden (Landsbesluit van 1 oktober 1996, no. 1668/JAZ, artikel 14 leden 1-2) behoren:
2.2.
De vergunninghouder is verplicht deze voorwaarden contractueel op te leggen aan de sublicenseholders (zie het arrest van de Hoge Raad van 20 december 2024, rov. 2.18 en 3.4-3.5).
2.3.
De Landsverordening buitengaatse hazardspelen is toepasselijk. Deze landsverordening is met ingang van 24 december 2024 opgevolgd door de Landsverordening op de kansspelen (P.B. 2024, no. 157) (LOK). Het Hof heeft kennisgenomen van Hoofdstuk 15 (Overgangs- en slotbepalingen) LOK. De LOK is in deze zaak niet van toepassing.
Redelijke mogelijkheid kennis te nemen 2.4.
Bij het Hof zijn onder meer vragen gerezen ten aanzien van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Het Gerecht heeft geoordeeld dat er geen redelijke mogelijkheid was voor de spelers om van de algemene voorwaarden kennis te nemen, zodat zij terecht door de spelers zijn vernietigd.
2.5.
De artikelen 6:233 en 6:234 BW luiden, voor zover van belang (cursivering door het Hof):
Art. 233. Een beding in algemene voorwaarden is vernietigbaar, indien: a. het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij, of b. de gebruiker aan de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.
Art. 234 1. (…).
2.6.
Artikel 6:234 BW is versoepeld bij de Landsverordening van 12 december 2011, P.B. 2011, no. 60. In de Memorie van Toelichting is het volgende opgemerkt:
2.7.
Het Hof begrijpt uit de stellingen van Usoftgaming in hoger beroep (memorie van grieven onder 2.14) dat de speler bij het aanmaken van een account (waarbij hij zich moet registreren door onder meer zijn emailadres, geslacht en geboortedatum in te vullen) een vakje (tickbox) moet aanvinken waarmee de speler akkoord gaat met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Zonder het aanvinken van de tickbox is het niet mogelijk een account te maken. Op dezelfde pagina bevindt zich ook een link waarmee de algemene voorwaarden zichtbaar worden, waarna de tekst van de voorwaarden kan worden geprint en ook kan worden opgeslagen. Tenslotte ontvangt de speler op zijn door hem opgegeven mailadres een mail, die hij vervolgens moet bevestigen.
2.8.
Het Hof vraagt partijen: of deze procedure steeds gevolgd moest worden door de spelers, zo dat zij niet konden spelen in de onlinecasino’s als zij niet alle stappen van deze procedure doorlopen hadden; of dit gedurende de periode waarop de vordering ziet vaste praktijk was in de onlinecasino’s waarvoor Usoftgaming verantwoordelijk is; of deze praktijk in, voor, of na de periode waarover de vordering zich uitstrekt gewijzigd is; of het onlinecasino al dan niet: ‘voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij … bekend gemaakt heeft waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen’ (artikel 6:234 lid 2, gecursiveerde bepaling, BW); of de wettelijke eis van het ‘door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming’ (eerste in de wettekst genoemde situatie), wel geldt omdat in dit geval de tweede in de wettekst genoemde situatie (gecursiveerd door het Hof) van toepassing lijkt te zijn; of artikel 6:227a BW van toepassing is in deze zaak of dat het regiem van de algemene voorwaarden een apart regiem is met eigen beschermende regels; of de algemene voorwaarden, zoals door de speler aangeklikt, voortdurend op de website door de speler geraadpleegd kunnen worden?
2.9.
Het Hof wil van Usoftgaming een hard copy ontvangen van het onderzoeksrapport van Zvulony.
Onredelijk bezwarend 2.10.
Als de algemene voorwaarden in dit opzicht geldig zijn, rijst nog de vraag of een beding uit de algemene voorwaarden vernietigbaar is omdat ‘het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij’ (artikel 6:233 aanhef en onder a BW).
2.11.
Partijen dienen zich uit te laten over de vraag of het verbod van cessie (overdracht) in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Daarbij neemt het Hof het volgende tot uitgangspunt.
2.12.
Het verbod staat niet op de ‘grijze lijst’ van artikel 6:237 BW, zodat de bewijslast op de spelers rust. Met betrekking tot de vraag in welke omstandigheden een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in strijd met de redelijkheid en billijkheid wordt veroorzaakt, dient te worden nagegaan of de gebruiker redelijkerwijs ervan kon uitgaan dat de spelers een dergelijk beding zouden aanvaarden indien daarover op eerlijke en billijke wijze afzonderlijk was onderhandeld (vergelijk HR 22 november 2019, ECLI:NL:HR:2019:1830 (ABN/SDB), rov 3.2.3 en HR 23 mei 2025, ECLI:NL:HR:2025:820, rov. 3.1.2).
2.13.
Het beding in de algemene voorwaarden luidt (productie 1 bij conclusie van antwoord, na 11.3):
TRANSFER The player may not transfer any of their rights under these Terms and Conditions to any other person. The Operator may transfer its rights under these Terms and Conditions to another business where the Operator reasonably believes that the Player’s rights will not be affected.
2.14.
De op 24 december 2024 in werking getreden Landsverordening op de kansspelen (LOK) bepaalt in artikel 1.3:
Het is een deelnemer verboden: (…) c. om zijn vordering op een houder van een kansspelvergunning onder welke titel dan ook te verkopen, schenken, verhuren, leasen, belenen of te verpanden.
2.15.
De Memorie van Toelichting (Staten van Curaçao, zittingsjaar 2023 - 2024-215, nr. 3, p. 26) vermeldt:
Met onderdeel c wordt met name beoogd witwassen door middel van handel in vorderingen van deelnemers te voorkomen.
2.16.
Maar de LOK is, zoals reeds overwogen (rov. 2.3) in de onderhavige zaak niet van toepassing.
Goederenrechtelijk overdraagbaarheidsbeding 2.17.
Indien het beding niet kennelijk onredelijk is en dus geldig, rijst de vraag – [geïntimeerde] attenderen daarop – of wel sprake is van een goederenrechtelijk overdraagbaarheidsbeding. Zie laatstelijk HR 1 juli 2022, ECLI:NL:HR:2022:984 (Rabobank/Ten Berge q.q.) 4.3.1 Eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten zijn overdraagbaar, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet (art. 3:83 lid 1 BW). De overdraagbaarheid van vorderingsrechten kan ook door een beding tussen schuldeiser en schuldenaar worden uitgesloten (art. 3:83 lid 2 BW).
4.3.2 Om te beoordelen of een beding dat de overdracht van een vorderingsrecht verbiedt goederenrechtelijke werking heeft, dient het te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltexmaatstaf. Daarbij moet tot uitgangspunt worden genomen dat het uitsluitend verbintenisrechtelijke werking heeft, tenzij uit de – naar objectieve maatstaven uit te leggen – formulering ervan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW is beoogd [met noot.3: HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682 (Coface / Intergamma), rov. 3.4.2].
2.18.
R.o. 3.4.2 van HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:682 (Coface / Intergamma), waarnaar in noot 3 is verwezen, luidt:
3.4.2 Een beding als het onderhavige, dat naar zijn aard mede is bestemd om de rechtspositie te beïnvloeden van derden die de bedoeling van de contracterende partijen niet kennen, en dat ertoe strekt hun rechtspositie op uniforme wijze te regelen, dient te worden uitgelegd naar objectieve maatstaven, met inachtneming van de Haviltex-maatstaf (zie HR 20 februari 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO1427, NJ 2005/493). Als uitgangspunt bij de uitleg van bedingen die de overdraagbaarheid van een vorderingsrecht uitsluiten, moet worden aangenomen dat zij uitsluitend verbintenisrechtelijke werking hebben, tenzij uit de — naar objectieve maatstaven uit te leggen — formulering daarvan blijkt dat daarmee goederenrechtelijke werking als bedoeld in art. 3:83 lid 2 BW is beoogd.
2.19.
Partijen dienen zich uit te laten of sprake is van een goederenrechtelijk overdraagbaarheidsbeding. Usoftgaming draagt de bewijslast van haar stelling dat het beding goederenrechtelijke werking heeft.
2.20.
Als het beding goederenrechtelijke werking heeft, is SBGOK niet-ontvankelijk.
2.21.
Als het beding slechts obligatoire werking heeft, is de cessie geldig maar plegen de spelers die gecedeerd hebben wanprestatie. Wat is daarvan het effect? Partijen dienen zich daarover uit te laten.
2.22.
Het Hof wil dat SBGOK ingevolge artikel 3:94 lid 4 BW per speler/vervreemder een door deze gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel overlegt.
Andere bedingen 2.23.
Ook van andere in deze zaak relevante bedingen kunnen de spelers desgewenst gemotiveerd aanvoeren dat zij onredelijk bezwarend zijn.
2.24.
Het Hof wil dat een sublicenceholder of een vergunninghouder duidelijk noemt de bedingen uit de algemene voorwaarden die golden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst (eventueel via ‘way back’ terug te halen) waarop beroep gedaan wordt, met duidelijke vindplaats.
Besluit 2.25.
Partijen krijgen de gelegenheid gelijktijdig bij akte bovenstaande vragen te beantwoorden en eventuele opmerkingen te maken. Meteen peremptoir (P3) omdat het Hof de vele in hoger beroep aanhangige onlinegamingzaken zoveel mogelijk bij elkaar wil houden.
2.26.
Daarna krijgen partijen de gelegenheid voor een antwoordakte (ook meteen P3).
2.27.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3Beslissing Het Hof:
Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 maart 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.