← Nederland

ECLI:NL:OGHACMB:2026:11

CUR2025H00314 Datum uitspraak: 28 januari 2026 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op het hoger beroep van: [appellant] en Eric’s Adventure Tours B.V., appellanten, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 17 september 2025 in zaak nr. CUR202503296, in het geding tussen: appellanten en de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (hierna: de minister) Procesverloop Bij beschikking van 30 april 2025 heeft de minister appellanten onder aanzegging van bestuursdwang gesommeerd om binnen drie maanden hun activiteiten op overheidsgrond volledig te staken, de opstallen te verwijderen en het terrein schoon op te leveren. Bij brief van 7 augustus 2025 heeft de minister aan appellanten meegedeeld dat de feitelijke uitvoering van de beschikking van 30 april 2025 zal plaatsvinden in de periode van 8 tot en met 20 augustus

  1. Bij uitspraak van 17 september 2025 heeft het Gerecht zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen de brief van 7 augustus 2025 en het beroep tegen de beschikking van 30 april 2025 niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak hebben appellanten hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar. Overwegingen Appellanten hebben in hun hogerberoepschrift van 29 oktober 2025 niet uiteengezet met welke overwegingen van de uitspraak van het Gerecht zij zich niet kunnen verenigen en waarom dat zo is. Aldus hebben zij niet de gronden vermeld waarop het hoger beroep berust en hebben zij niet voldaan aan het vereiste uit artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Lar, gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid. Appellanten zijn op dit verzuim gewezen en zij zijn tot en met 28 november 2025 in de gelegenheid gesteld om dat te herstellen. Bij e-mailbericht van 1 december 2025 is deze termijn op verzoek van appellanten verlengd tot en met 12 december
  2. Op 23 december 2025 heeft het Hof appellanten geïnformeerd dat er geen hogerberoepsgronden zijn ontvangen en hen in de gelegenheid gesteld om uiterlijk op 30 december 2025 te reageren. Appellanten hebben daarop niet gereageerd. Gelet op artikel 22, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar ziet de voorzitter van het Hof hierin aanleiding om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
  3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier. w.g. Van Ettekoven voorzitter w.g. Buntjer griffier Uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.