Burgerlijke zaken over 2005 Registratienummers: AR-131/03, H-84/05 Uitspraak op 28 oktober 2005 VONNIS IN GEWEZEN DOOR HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA in de zaak van de rechtspersonen naar het recht van de republiek Frankrijk, PARFUMS CHRISTAN DIOR S.A., PARFUMS GIVENCHI S.A. en KENZO S.A., alle gevestigd te Parijs, Frankrijk, oorspronkelijk eiseressen, thans appellanten, gemachtigde: mr. J. Veen, tegen de naamloze vennootschap PRAKASH N.V., handelend onder de naam LUCKEY COSMETIC & CLOTHING CENTER, gevestigd op Sint Maarten, oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. W.J.A. Lansing. 1. Het verloop van het geding Appellanten (Dior e.a.) zijn bij een op 9 november 2004 ter griffie van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Sint Maarten (GEA), ingediende akte in hoger beroep gekomen van het op 12 oktober 2004 onder nummer AR 131/2004 tussen partijen uitgesproken vonnis waarbij de vordering van Dior e.a. is afgewezen. In een op 2 december 2004 ter griffie van het GEA ingekomen memorie hebben Dior e.a. drie tegen het vonnis gerichte grieven geformuleerd en toegelicht, producties overgelegd en gevorderd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en de (bij repliek gewijzigde)vorderingen van Dior e.a. alsnog zal toewijzen en geïntimeerde (Prakash) zal veroordelen in de kosten van het geding in beide instanties. Prakash heeft geen memorie van antwoord ingediend. Op de voor (schriftelijk) pleidooi bepaalde dag heeft de gemachtigden van Prakash een pleitnota overgelegd. De gemachtigde van Dior e.a. heeft van pleidooi afgezien. De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden. 2. De grieven Voor de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven. 3. De feiten Als gesteld en niet – gemotiveerd weersproken – kan van de volgend feiten worden uitgegaan. a. Dior e.a. produceren parfums en andere schoonheidsproducten die, naar zij stellen, tot de markt van de luxe schoonheidsproducten worden gerekend. De producten worden door Dior e.a. in het verkeer gebracht met gebruikmaking van een aantal woord- en beeldmerken die zij in de Nederlandse Antillen hebben gedeponeerd door inschrijving in het Bureau voor intellectuele eigendom op Curaçao in klasse 3 (parfums en cosmetica). De betreffende woordmerken zijn door Dior e.a. in het inleidend verzoekschrift onder 2 opgesomd. b. Prakash exploiteert een winkel aan de Backstreet 45 (Philipsburg) op Sint Maarten waar zij onder meer “luxe schoonheidartikelen” verkoopt waaronder ook vorenbedoelde door Dior e.a. geproduceerde parfums. Die parfums worden door Prakash ingekocht in ‘grote inkoopcentra’ gevestigd te New York (Broadway), Miami en Dubai. c. Op de verpakkingen van de door Dior c.s in het verkeer gebrachte parfums zijn twee coderingen aangebracht, te weten a. een “batchcode” (batch- of chargenummer) waardoor is te achterhalen tot welke partij het product behoort en een klant- of productcode (streepjescode), waardoor het mogelijk is te achterhalen aan wie het product is verkocht. d. De hiervoor bedoelde parfums zijn verpakt in kartonnen dozen die (strak) zijn omwikkeld met cellofaan dat aan de onder- en bovenkant is afgesloten. e. De door Prakash verkochte parfums zijn ontdaan van de onder c bedoelde codes, althans zijn die codes afgeplakt of vervangen. Daartoe is het onder d bedoelde cellofaan waaronder de codes zich bevinden verwijderd en opnieuw aangebracht (ompakking). 4. Beoordeling 4.1. Dior e.a. beklagen zich erover dat Prakash met de verkoop van de door haar in het verkeer gebrachte parfums in haar winkel in Backstreet op onrechtmatige wijze inbreuk maakt op haar “netwerk van selectieve distributiepunten”. Voorts voeren zij aan dat de hiervoor onder 3.e bedoelde ompakking ertoe heeft geleid het nieuwe cellofaan minder strak om de parfumdoosjes zit dan aanvankelijk het geval was waardoor de aantrekkelijkheid van het product is aantast. Die mindere “visuele indruk” doet volgens Dior e.a. afbreuk aan “de goede faam” van de parfums en verwarring bij het publiek ontstaan over de oorsprong en echtheid van de parfums. Dior e.a. hebben bovendien bij repliek nog aangevoerd dat Prakash geen vergunning heeft parfums te verkopen, hetgeen zou blijken uit de als productie overgelegde door het Eilandgebied Sint Maarten aan Prakash verstrekte vestigingsvergunning van 22 augustus 1996. Zij stellen als gevolg van het onrechtmatig handelen van Prakash schade te hebben geleden die zij ex aequo et bono waarderen op NAF. 5.000.=. Met een beroep op art. 24 MLV hebben Dior e.a. revindicatoir beslag laten leggen op een 6-tal door haar in de winkel van Prakash aangetroffen producten, te weten: “3 flesjes Fahrenheit, 1 fles Kenzo pour homme, 1 flowers by Kenzo en 1 Ysatis”. 4.2 De bij conclusie van repliek gewijzigde vordering van Dior e.a. luidt kort gezegd dat het Hof Prakash op verbeurte van dwangsommen zal verbieden van Dior e.a. afkomstige parfums te verkopen, Prakash zal bevelen Dior e.a. schriftelijk te informeren omtrent de herkomst van de parfums, voor recht zal verklaren dat het verhandelen van producten met beeldmerken van Dior e.a. waarvan de klant- en batchcodes zijn verwijderd of afgeplakt merkinbreuk oplevert, Prakash zal veroordelen tegen kwijting NAF. 5.000,= aan Dior e.a. te betalen, met rente en buitengerechtelijke kosten, het door Dior e.a. gelegde beslag van waarde zal verklaren, Dior e.a. zal machtigen de in beslaggenomen goederen te vernietigen op kosten van Prakash en haar zal veroordelen in de proceskosten in beide instanties. 4.3 Het verweer van Prakash komt erop neer dat Dior e.a. ten onrechte trachten een systeem van selectieve verkoopdistributie af te dwingen met een beroep op haar merkenrecht. Zij betoogt dat in de Nederlandse Antillen als uitgangspunt “de vrije markt” en de “wereldwijde uitputting” geldt, hetgeen, naar Prakash betoogt, in concreto betekent “dat zodra het product buiten de E.U. (de Europese Unie, Hof) gekocht wordt van een (geautoriseerde) distributeur, het product geacht wordt legaal in het economisch verkeer gebracht te zijn en mag het, nog steeds buiten de E.U. vrij doorverkocht worden. Het recht van de merkgerechtigde wordt alsdan geacht volledig uitgeput te zijn. De merkgerechtigde (in casu Dior c.s.) kan zich alsdan niet verzetten tegen wederverkoop binnen de Nederlandse Antillen. In casu bestaat er geen enkele twijfel over het feit dat de producten door of namens Dior op de internationale markt zijn gebracht.” Dior e.a. kunnen op de Nederlands Antilliaanse Markt daarom geen (verticale) restricties bewerkstelligen waar het de verkoop van haar producten betreft en niet is vereist dat de winkel van Prakash als verkooppunt door Dior e.a. wordt erkend. Prakash wijst er voorts op dat zij de parfums inkoopt in grote bekende inkoopcentra te New York (Broadway), Miami en Dubai tegen “marktconforme” prijzen, de daar door haar gekochte dozen met parfum in dezelfde toestand verkeren als toen zij door Dior e.a. op de markt werden gebracht en haar over verwijderde codes (3.c en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.