Zaaknummers: EJ 529A/06; H-101/08 Datum uitspraak: 10 maart 2009 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van de NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA BESCHIKKING in de zaak van de rechtspersoon naar vreemd recht IMANAGEMENT SERVICES LTD., gevestigd op Tortola, British Virgin Islands, en met gekozen woonplaats ten kantore van haar voormalige gemachtigden, voorheen verzoekster, thans appellante, verder: Imanagement, gemachtigden: aanvankelijk de advocaten mrs. T.C. Martis en A. Bach Kolling, thans geen. tegen de rechtspersoon naar vreemd recht ÇUKUROVA HOLDING A.S., gevestigd te Istanbul, Turkije, voorheen verweerster, thans geïntimeerde, verder: Çukurova, gemachtigde: de advocate mr. M.R. Hammoud. 1. Verloop van de procedure 1.1 Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van de Nederlandse Antillen, zittingsplaats Curaçao (verder: het GEA), wordt verwezen naar de tussen partijen gegeven beschikkingen van 6 maart 2007 (verder: de tussenbeschikking) en 15 november 2007 (verder: de eindbeschikking). De inhoud van beide geldt als hier ingevoegd. 1.2 Imanagement is in hoger beroep gekomen van de tussenbeschikking en de eindbeschikking door indiening van een beroepschrift ter griffie van het GEA op 27 december 2007. Zij heeft bij op 8 februari 2008 ingediend aanvullend beroepschrift vier grieven aangevoerd en toegelicht, en het Hof verzocht de beschikkingen te vernietigen en haar vordering alsnog toe te wijzen, met veroordeling van Çukurova in de proceskosten van beide instanties. Çukurova heeft een verweerschrift ingediend waarin zij de grieven heeft bestreden en heeft geconcludeerd tot bevestiging van de eindbeschikking met veroordeling van Imanagement in de proceskosten. De gemachtigden van Imanagement hebben gedesisteerd. Op de nader voor pleidooi bepaalde datum is alleen de gemachtigde van Çukurova verschenen, die een pleitnota en vooraf aan het Hof en aan Imanagement toegezonden producties heeft overgelegd. 1.3 De uitspraak van de beschikking in hoger beroep is bepaald op heden. 2. Ontvankelijkheid Het hoger beroep is tijdig en op de juiste wijze ingesteld zodat Imanagement daarin kan worden ontvangen. 3. Grieven 3.1 De in art. 429o Rv bedoelde middelen waarop het beroep is gegrond, zijn meer dan twee maanden na indiening van het beroepschrift voorgedragen. Anders dan Çukurova meent, heeft dit niet tot gevolg dat het Hof op de grieven geen acht slaat. Uit de vantoepassingverklaring in art. 429o Rv van art. 270 Rv vloeit voort dat bezwaren tegen de bestreden uitspraak ook in een zogenoemde EJ-procedure, die eindigt in een beschikking, afzonderlijk van en op een latere datum dan de akte van appel kunnen worden ingediend. Niet is overigens gebleken dat Çukurova door deze wijze van procederen van Imanagement in haar mogelijkheden om verweer te voeren, is geschaad. 3.2 De grieven beogen het verzoek van Imanagement tot verlening van rechterlijk verlof tot tenuitvoerlegging als bedoeld in art. 985 Rv (verder: exequatur) van de “award” (verder: het arbitraal vonnis) van het “Arbitral Court of the Chamber of Commerce and Industry of the Moscow Region” (verder: het scheidsgerecht Moskou) van 14 juni 2006 in volle omvang aan het oordeel van het Hof te onderwerpen en lenen zich voor gezamenlijke bespreking. 4. Verdere beoordeling 4.1 Het verzoek om exequatur dient, zoals het GEA terecht heeft overwogen (tussenbeschikking rov. 4.2) en door partijen in hoger beroep niet is betwist, ten minste te doorstaan de toets aan het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken, gesloten te New York op 10 juli 1958 (verder: het Verdrag). Het Verdrag bepaalt, voor zover thans van belang: <i><small>Artikel II 1. Iedere Verdragsluitende Staat erkent de schriftelijke overeenkomst waarbij partijen zich verbinden aan een uitspraak van scheidsmannen te onderwerpen alle of bepaalde geschillen welke tussen hen zijn gerezen of welke tussen hen zouden kunnen rijzen naar aanleiding van een bepaalde al dan niet contractuele rechtsbetrekking en betreffende een geschil, dat vatbaar is voor beslissing door arbitrage. 2. Onder “schriftelijke overeenkomst” wordt verstaan een compromissoir beding in een overeenkomst of akte van compromis, ondertekend door partijen, of vervat in gewisselde brieven of telegrammen. (…) Artikel V 1. De erkenning en tenuitvoerlegging van de uitspraak zullen slechts dan, op verzoek van de partij tegen wie een beroep op de uitspraak wordt gedaan, geweigerd worden, indien die partij aan de bevoegde autoriteit van het land waar de erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, het bewijs levert: (…) (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.