UITSPRAAK: 20 oktober 2009 ZAAKNR: EJ-3995/08-H-177/09 HET GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA Beschikking in de zaak van: de naamloze vennootschap ASSOCIATED TRANSPORT CO. (ARUBA) N.V. (hierna ATC), gevestigd in Aruba, appellante, gemachtigden: mrs. R.T.J.M. Oomen en H.U. Thieman, tegen 1. de publiekrechtelijke rechtspersoon HET LAND ARUBA, zetelend in Aruba, gemachtigde: mr. A.A.D.A. Carlo, 2. de publiekrechtelijke rechtspersoon SERVICIO DI LIMPIESA ARUBA (hierna Serlimar), gevestigd in Aruba, gemachtigde: mr. P.A.P.J. van der Sloot, geïntimeerden. 1. Het verloop van de procedure Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en verzocht, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna het GEA), wordt verwezen naar de tussen partijen op 7 mei 2009 gewezen beschikking. ATC is van deze beschikking in hoger beroep gekomen door op 10 juni 2009, dus tijdig, een beroepschrift ter griffie van het GEA in te dienen. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen, alsnog een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen en geïntimeerden zal veroordelen in de kosten van de procedure. Geïntimeerden hebben gezamenlijk één verweerschrift ingediend waarin zij hebben geconcludeerd, kort gezegd, tot bevestiging van de bestreden beschikking, met veroordeling van ATC in de kosten van de procedure. Bij de mondelinge behandeling hebben partijen volstaan met het overleggen van pleitaantekeningen, ATC onder het overleggen van op voorhand toegezonden producties. Partijen hebben hierna een beschikking gevraagd, waarvan de uitspraak is bepaald op heden. 2. De beoordeling 2.1 ATC wenst te worden toegelaten tot een voorlopig getuigenverhoor om bewijs te verkrijgen omtrent feiten en omstandigheden aangaande de feitelijke uitvoering van de heffing en de vergoeding zijdens het Land voor het ophalen en verwerken en/of ter verwerking aanbieden van huishoudelijk afval. Van belang, aldus ATC, is het antwoord op de vraag of Serlimar niet betaald wordt voor alle ophaalpunten doch slechts voor die ophaalpunten waar zij daadwerkelijk huisvuil ophaalt. 2.2 Genoemde heffingen en vergoedingen vinden hun grondslag in art. 8 van de Landsverordening instelling Servicio di Limpiesa di Aruba. De vaststelling daarvan is een publiekrechtelijke taak en beide verweerders zijn publiekrechtelijke rechtspersonen. Omtrent de vaststelling is tussen partijen geprocedeerd en uitspraak gedaan door de Lar-rechter op 9 januari 2008 (LAR nr. 3324 van 2006). ATC stelt dat de burgerlijke rechter hier toch een taak heeft of kan hebben omdat het aan het licht brengen van de juiste toedracht betekent dat vast komt te staan dat verweerder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.