HLAR 059/09 Datum uitspraak: 19 juli 2010 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA Uitspraak op het hoger beroep van: [appellant], wonend in Aruba, appellant, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 25 maart 2009 in zaak nr. 347 van 2009 in het geding tussen: appellant en de minister van Algemene zaken.
- Procesverloop Op 4 juli 2003 heeft appellant (hierna: [appellant]) de Directie Telecommunicatiezaken verzocht hem een radio-omroepvergunning te verlenen. Bij uitspraak van 25 maart 2009 heeft het Gerecht het door [appellant] tegen het uitblijven van een beschikking op het door hem tegen het uitblijven van een beschikking op dat verzoek gemaakte bezwaar ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij het Hof ingekomen op 29 april 2009, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een verweerschrift ingediend. Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 mei 2010, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. A.J. Swaen, advocaat, en mr. T. Correa, mr. L. Wernet en L. Jansen, allen werkzaam in dienst van het land, is verschenen.
- Overwegingen 2.
- Ambtshalve overweegt het Hof als volgt. 2.
- Ingevolge artikel 53c, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar), voor zover thans van belang, zijn de artikel 29 en 31 op het hoger beroep van overeenkomstige toepassing. Ingevolge artikel 29, eerste lid, voor zover thans van belang, bevat het beroepschrift, indien het door een gemachtigde is ingediend, het adres van de gemachtigde. Ingevolge het tweede lid wordt, indien de indiening van het beroepschrift geschiedt door een gemachtigde die niet als advocaat is ingeschreven bij het Hof, tevens een machtiging overgelegd. Ingevolge artikel 31, eerste lid, wordt, indien niet is voldaan aan enig bij wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van een beroepschrift gesteld vereiste, de indiener binnen een week na de ontvangst daarvan in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen. Ingevolge het tweede lid kan een beroepschrift uiterlijk binnen twee weken na ontvangst van het antwoord van de indiener of na het verstrijken van de daarvoor gestelde termijn niet-ontvankelijk worden verklaard. 2.
- [appellant] heeft in zijn hoger-beroepschrift het adres van de gestelde gemachtigde niet vermeld en geen machtiging overgelegd. Aldus heeft hij niet aan de voormelde bij artikel 29, leden 1 en 2, van de Lar gestelde vereisten voldaan. Bij brief van 23 februari 2010 is hij in de gelegenheid gesteld dat verzuim te herstellen. Van deze gelegenheid heeft hij geen gebruik gemaakt. Lettend op artikel 31, tweede lid, van de Lar, ziet het Hof hierin aanleiding het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. 2.
- Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. 2.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
- Beslissing Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba Recht doende in naam der Koningin: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. H.L. Wattel, voorzitter, en mr. R.W.L. Loeb en mr. A.W.M. Bijloos, leden, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Isenia, griffier. w.g. Wattel Voorzitter w.g. Isenia griffier Uitgesproken in het openbaar op 19 juli 2010 Verzonden: Voor eensluidend afschrift, de griffier, voor deze,