← Nederland

ECLI:NL:ORBAACM:2023:10

RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO Uitspraak op het hoger beroep van: [appellante], appellante, gemachtigde: mr. S.C. Larmonie, advocaat, tegen de uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Curaçao (Gerecht) van 15 juni 2022, CUR202001831 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Regering van Curaçao,geïntimeerde (hierna: de regering),gemachtigde: mr. S.M. Concincion-Quirindongo Procesverloop Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak. De Raad heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 januari

  1. Appellante en de regering hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Overwegingen
  2. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden. 1.
  3. Bij landsbesluit van 28 februari 2020 (bestreden besluit), door appellante ontvangen op 26 mei 2020, heeft de regering appellante met ingang van 11 januari 2018 in vaste dienst aangesteld in de functie van docent bij het openbaar onderwijs. 1.
  4. Op 26 juni 2020 heeft appellante daartegen bezwaar gemaakt bij het Gerecht op nader aan te voeren gronden. Bij brieven van 13 en 29 juli 2020 heeft het Gerecht appellante in de gelegenheid gesteld het bezwaarschrift binnen vier weken aan te vullen. Op 28 augustus 2020 heeft appellante het bezwaarschrift van 26 juni 2020 opnieuw ingediend met daarbij producties.
  5. Bij de aangevallen uitspraak heeft het Gerecht het bezwaar van appellante niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft het Gerecht vastgesteld dat ook de op 28 augustus 2020 ingediende producties geen gronden van het bezwaar bevatten. Appellante heeft het verzuim dus niet hersteld. Het bezwaar voldoet niet aan de vereisten van artikel 44, eerste lid, onder c, van de RAr en is om die reden niet-ontvankelijk, aldus het Gerecht.
  6. Appellante voert in hoger beroep aan dat zij alle relevante documenten heeft voorgelegd aan het Gerecht en dat hier aan voorbij is gegaan. Door de enkele vermelding van het woord "pro forma" in haar aanvullende bezwaarschrift is haar bezwaar nietontvankelijk verklaard. Zij had haar bezwaar immers aangevuld met producties.
  7. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.
  8. Op grond van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de RAr houdt het bezwaarschrift in de gronden waarop het bezwaar rust. Op grond van artikel 45 wijst de rechter de inzender van een bezwaarschrift die de voorschriften van artikel 44 niet in acht genomen heeft, op het gepleegde verzuim en nodigt hem uit dit binnen een bepaalde termijn te herstellen. Op grond van artikel 46, eerste lid, kan degene die niet binnen de door de rechter ingevolge het voorgaande artikel bepaalde termijn het door hem gepleegde verzuim heeft hersteld, zonder dat een nader onderzoek vereist is, in zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard worden. 4.
  9. Ter beoordeling ligt voor of het Gerecht het bezwaar van appellante tegen het bestreden besluit op goede gronden zonder nader onderzoek niet-ontvankelijk heeft verklaard. De Raad stelt vast dat appellante haar bezwaarschrift heeft ingediend onder nader aan te voeren gronden, een zogeheten pro forma bezwaar. Een dergelijk bezwaarschrift voldoet niet aan het vereiste van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder c, van de RAr omdat daarin niet de gronden zijn vermeld waarop het bezwaar rust. Daarom is appellante bij brieven van 13 en 29 juli 2020 met toepassing van artikel 45 van de RAr in de gelegenheid gesteld het geconstateerde verzuim te herstellen. Naar het oordeel van de Raad is in die brieven niet duidelijk genoeg vermeld wat appellante had moeten doen om het verzuim te herstellen. In die brieven is alleen vermeld dat appellante in de gelegenheid wordt gesteld om binnen een termijn van vier weken het bezwaarschrift aan te vullen. Er is niet duidelijk aangegeven dat dat betekent dat zij de gronden waarop het bezwaar rust moet indienen. Gelet daarop verkeerde appellante begrijpelijkerwijs in de veronderstelling dat zij het bezwaarschrift op juiste wijze heeft aangevuld op 28 augustus 2020 door het bezwaarschrift opnieuw in te dienen met aanvullende producties. Het Gerecht heeft het bezwaarschrift daarom ten onrechte zonder nader onderzoek nietontvankelijk verklaard. Het betoog slaagt. 4.
  10. De slotsom is dat het hoger beroep slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. De Raad wijst de zaak terug naar het Gerecht om te worden hervat in de stand waarin zij zich bevond. Het Gerecht moet appellante opnieuw in de gelegenheid stellen om de gronden van haar bezwaar aan te vullen. Dat wil zeggen dat appellante op schrift moet stellen waarom zij het niet eens is met het besluit van 28 februari
  11. De Raad ziet aanleiding om de regering met overeenkomstige toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht te veroordelen in de kosten van appellante in hoger beroep van NAf 1.400,- (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting van de Raad). Beslissing De Raad: vernietigt de aangevallen uitspraak; wijst de zaak terug naar het Gerecht; veroordeelt de regering in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van in totaal NAf 1.400,-. Aldus gegeven door mr. W.H. Bel, voorzitter, en drs. P.J. Thijssen en mr. M.A. Evertsz, leden, uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.