3 december 2007 Zaaknr. RvBAz 2007/71 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN Beschikking In de zaak van: [ambtenaar] wonende in Aruba, oorspronkelijk klaagster, thans appellante, gemachtigde mr. D.G. Kock, tegen: DE GOUVERNEUR VAN ARUBA zetelende te Aruba, oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde.
- Ontstaan en loop van het geding 1.1 Bij bezwaarschrift ter griffie van het Gerecht in ambtenarenzaken (het Gerecht) ontvangen op 25 mei 2007 hebben appellanten bezwaar gemaakt tegen de beschikking van de minister van Financiën en Economische zaken d.d. 26 april
- Het Gerecht heeft het bezwaar bij uitspraak van 3 oktober 2007 ongegrond verklaard. 1.2 Hiertegen is door appellanten beroep ingesteld bij beroepschrift gedateerd 3 november 2007, dat op 5 november 2007 ter griffie van het Gerecht is ontvangen.
- Ontvankelijkheid van het beroepschrift. 2.1 De termijn voor het indienen van een beroepschrift tegen een uitspraak van het Gerecht in ambtenarenzaken bedraagt ingevolge artikel 98 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak 30 dagen. Indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, vangt deze termijn aan op de dag na de uitspraak. In andere gevallen vangt de termijn aan op de dag na verzending of terhandstelling van de uitspraak. Bij ontvangst van het beroepschrift na afloop van de beroepstermijn blijft gelet op vaste jurisprudentie van de Raad niet-ontvankelijkverklaring achterwege indien aannemelijk is dat het beroepschrift voor het einde van de termijn is verzonden. 2.2 Uit het audiëntieblad van de zitting van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba van 3 oktober 2007 blijkt dat appellante bij het doen van de uitspraak werd vertegenwoordigd door mr. Zeppenfeld. De termijn van 30 dagen voor het indienen van een beroepschrift begon daarom de dag erna, dus op 4 oktober 2007 en liep af op vrijdag 2 oktober
- Het beroepschrift is blijkens door de griffie van het Gerecht geplaatste ontvangststempels daar binnengekomen op 5 november
- (Nu het beroepschrift op dezelfde datum is gedateerd is niet aannemelijk dat het voor die datum is verzonden). 2.3 Gelet hierop moeten appellante niet ontvankelijk worden verklaard in haar beroep. De voorzitter zal met toepassing van art. 107 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak uitspraak doen bij beschikking.
- Beslissing De Voorzitter van de Raad van Beroep: - verklaart appellante niet ontvankelijk in haar beroep. Aldus gegeven door mr. J.Th. Drop, voorzitter, en uitgesproken in het openbaar op *, in tegenwoordigheid van de griffier. Rechtsmiddel: Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van verzet open dat binnen 30 dagen na het doen van de uitspraak dan wel toezending of terhandstelling schriftelijk bij de Raad dient te worden ingediend. Zie artikel 108 van de Landsverordening Ambtenarenrechtspraak.