Uitspraak: 21 oktober 2009 Zaaknr: RvBAz 2008/66 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN Uitspraak In de zaak van: [13 ambtenaren] wonende te Curaçao, oorspronkelijk klagers, thans appellanten, gemachtigde: mr. W.E. Fortin, tegen: DE GOUVERNEUR VAN DE NEDERLANDSE ANTILLEN zetelend te Curaçao, oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. F.B.M. Kunneman en N.D.S. Joubert. 1. Ontstaan en loop van het geding. Bij 37 landsbesluiten van 29 november 2006 zijn 37 collega’s van appellanten in de functie van medewerker mentor met terugwerkende kracht bevorderd van schaal 8p naar schaal 9p. Bij bezwaarschrift van 23 januari 2008 zijn appellanten opgekomen tegen de fictieve weigering van verweerder om een beslissing te nemen op hun verzoek van 15 juni 2007. Dit verzoek strekte ertoe de 37 landsbesluiten van 29 november 2006 in te trekken, dan wel appellanten met ingang van 1 januari 2005 in te schalen in schaal 10p. Bij uitspraak van 28 augustus 2008 heeft het Gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het Gerecht) de bezwaren ongegrond verklaard. Hiertegen is door appellanten tijdig hoger beroep ingesteld. Geïntimeerde heeft een contra-memorie ingediend. Het beroep is behandeld ter zitting van de Raad op 9 september 2008. Appellanten zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Geïntimeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. De uitspraak is bepaald op heden. 2. feiten Appellanten zijn allen als ambtenaar werkzaam bij het Korps Politie Curacao of Korps Politie Sint Maarten. Zij vervullen de functies van teamleider of teambegeleider, functies waaraan schaal 9 met de rang van inspecteur is gekoppeld. De teamleiders geven binnen het korps leiding aan wijkteams. Direct onder de teamleider fungeert de medewerker mentor, een schaal 8-functie, waaraan de rang van hoofdagent is verbonden. 3 beoordeling Appellanten menen dat de hiërarchische verhoudingen binnen het korps zijn scheefgetrokken als gevolg van het besluit van geïntimeerde om de 37 medewerkers mentor met terugwerkende kracht te bevorderen naar schaal 9p. Met het verkrijgen van schaal 9p zijn deze 37 collega’s op hetzelfde schaalniveau als appellanten ingeschaald en appellanten soms zelfs in salaris voorbijgeschoten. Appellanten horen minstens een schaal hoger en met hoger salaris dan de genoemde 37 collega’s te zijn ingeschaald. Hiertoe hebben appellanten een verzoek ingediend. De Raad stelt allereerst vast dat appellanten met hun bezwaarschrift zijn opgekomen tegen de weigering van geïntimeerde om een beschikking te nemen op hun verzoek. Artikel 35, eerste lid, van de Regeling Ambtenarenrechtspraak 1951 (hierna: de Rar) bepaalt -voor zover relevant- dat een bezwaarschrift kan worden ingediend tegen een weigering om te beschikken. Artikel 41, eerste lid van de Rar bepaalt dat het bezwaarschrift tegen een weigering moet worden ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen weigering is uitgesproken. Het tweede lid bepaalt dat een orgaan wordt geacht de weigering tot het nemen van een beschikking of het verrichten van een handeling te hebben uitgesproken, indien het binnen de daarvoor bepaalde tijd of, waar een tijdsbepaling ontbreekt, binnen redelijke tijd een verplichte beschikking niet genomen of een verplichte handeling niet verricht heeft. In dit geval loopt de termijn van dertig dagen van de dag, waarop de weigering geacht wordt te zijn uitgesproken. Uit de voornoemde wettelijke bepalingen volgt dat aan de weigering om een beschikking te nemen geen materiële gevolgen zijn verbonden. De weigering om te beschikken wordt in de Rar niet als een afwijzende beschikking, noch als een goedkeurende beschikking gekwalificeerd. Door de gelijkstelling van de weigering om te beschikken met het afgeven van een reële beschikking is het voor belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.