Uitspraakdatum: 28 februari 2012 Zaaknummer: RvBAz 2011/47430 RAAD VAN BEROEP IN AMBTENARENZAKEN Uitspraak In de zaak tussen: [appellant] oorspronkelijk klager, thans appellant, en: DE REGERING VAN CURAÇAO als rechtsopvolger van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen, zetelend in Curaçao oorspronkelijk verweerder, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. N.R. Romero. 1.Procesverloop 1.1 Bij brief van 3 december 2007 heeft appellant verzocht om toekenning van een compensatie voor zijn inzet ten behoeve van de reorganisatie van de Voogdijraad. 1.2 Tegen de weigering van geïntimeerde om op dit verzoek te beslissen is appellant bij brief van 24 september 2010 in bezwaar gekomen bij het Gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het Gerecht). 1.3 Het Gerecht heeft bij uitspraak van 31 maart 2011 het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard 1.4 Tegen deze uitspraak is door appellant hoger beroep ingesteld bij beroepschrift van 28 april
- Geïntimeerde heeft een contra-memorie ingediend. 1.5 Het beroepschrift is door de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken (hierna: de Raad) behandeld ter zitting van 7 februari
- Appellant is in persoon verschenen. Geïntimeerde heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde voornoemd. 1.6 De uitspraak is bepaald op heden.
- Overwegingen 2.1 Het Gerecht heeft in haar uitspraak van 31 maart 2011 overwogen dat appellant door eerst op 24 september 2010 bezwaar in te dienen tegen de weigering van geïntimeerde om te beslissen, de termijn voor het indienen van bezwaar in aanzienlijke mate heeft overschreden als gevolg waarvan appellant niet kan worden ontvangen in zijn bezwaar. 2.2 Het Gerecht spreekt voorts de verwachting uit, onder verwijzing naar hetgeen ter zitting aan de orde is gekomen, dat geïntimeerde alsnog zal beslissen op het verzoek van appellant. 2.3 Ter zitting van de Raad is gebleken dat geïntimeerde op 29 augustus 2011 alsnog heeft beslist op het verzoek van appellant van 3 december
- Appellant heeft desgevraagd verklaard een rechtsmiddel tegen deze beschikking te hebben aangewend. 2.4 Met deze beschikking is het belang dat appellant heeft bij een uitspraak van de Raad over de weigering van geïntimeerde om te beslissen op het verzoek van appellant, komen te vervallen. De enkele wens van appellant dat de Raad een principiële uitspraak geeft, onder meer ten aanzien van het door appellant betoogde dat hij ten onrechte geen relevante jurisprudentie heeft ontvangen van geïntimeerde ondanks een verzoek daartoe, volstaat niet als een procesbelang. 2.5 Gelet op het vorenstaande zal de Raad het beroep van appellant niet-ontvankelijk verklaren.
- Beslissing. De Raad: - verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Aldus gegeven door mr. M.T. Boerlage, voorzitter, en mrs. J. Sybesma en S. Verheijen, rechters, en door de voorzitter uitgesproken in het openbaar op 28 februari 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.