Beschikking van 26 juli 2013, nrs. 2000/53987, 2001/53991, 2002/53992, 2003/53993 en 2004/
- DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Aruba, inzake: [belanghebbende], gemachtigde [A], tegen [de Inspecteur] 1Het procesverloop 1.1 Aan belanghebbende is op 31 december 2001 een definitieve aanslag in de winstbelasting opgelegd voor het jaar 2000, naar een bedrag van Afl. 17.457,
- 1.2 Aan belanghebbende is op 27 december 2002 een definitieve aanslag in de winstbelasting opgelegd voor het jaar 2001, naar een bedrag van Afl. 68.310,
- 1.3 Aan belanghebbende is op 29 december 2003 een definitieve aanslag in de winstbelasting opgelegd voor het jaar 2002, naar een bedrag van Afl. 91.080,
- 1.4 Aan belanghebbende is op 2 augustus 2005 een definitieve aanslag in de winstbelasting opgelegd voor het jaar 2003, naar een bedrag van Afl. 50.250,
- 1.5 Aan belanghebbende is op 24 mei 2006 een definitieve aanslag in de winstbelasting opgelegd voor het jaar 2004, naar een bedrag van Afl. 58.800,
- 1.6 Belanghebbende is op 17 augustus 2004 in bezwaar gekomen tegen de aanslagen voor het jaar 2000 t/m 2002 en op 30 augustus 2011 tegen de aanslagen voor het jaar 2003 en
- Bij uitspraak van 15 november 2011 heeft de Inspecteur de aanslagen gehandhaafd, met uitzondering van de aanslag voor het jaar 2002, dat door de Inspecteur bij definitieve aanslag van 10 augustus 2006 al geheel is verminderd. 1.7 Belanghebbende is op 12 januari 2012 tegen deze uitspraak in beroep gekomen. 1.8 De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 1.9 Ter zitting van 21 mei 2013 te Oranjestad zijn verschenen belanghebbende en namens de Inspecteur [B]. Beoordeling 2.1 Ingevolge artikel 17, eerste lid, V211 de Algemene landsverordening belastingen (ALL), kan degene die bezwaar heeft tegen een hen opgelegde belastingaanslag, daaronder begrepen bezwaar tegen het bedrag dat ingevolge artikel 11, vierde lid, buiten invordering is gebleven, of tegen een ingevolge deze landsverordening door de Inspecteur genomen voor bezwaar vatbare beschikking, binnen twee maanden na de -dagtekening van het aanslagbiljet of van het ter post bezorgde of uitgereikte afschrift van de beschikking een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Inspecteur. 2.2 Ingevolge artikel 32 van de ALL, kan de Inspecteur een onjuiste aanslag of beschikking inzake een boete ambtshalve verminderen. Een verzoek om ambtshalve vermindering wordt slechts in behandeling genomen indien zij is ingediend binnen vijf jaar na het ontstaan van de belastingschuld. 2.3 De bezwaarschriften van belanghebbende zijn niet binnen de bezwaartermijn van artikel 17, eerste lid van de ALL ingediend. Niet ontvankelijk-verklaring van een na het verstrijken van de bezwaartermijn ingediende bezwaarschrift kan achterwege blijven indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het bezwaar in verzuim is geweest. 2.4 Niet gebleken is van omstandigheden waaruit kan worden geoordeeld dat belanghebbende niet in verzuim is en dus de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar. De bezwaarschriften zijn dan ook niet- ontvankelijk. Gelet hierop zal het beroepschrift door de Raad ongegrond worden verklaard. 3Beslissing De Raad verklaart het beroep ongegrond. Aldus gedaan in raadkamer door mrs. Boerlage, voorzitter, G.J. van Muijen en E.F. Faase in tegenwoordigheid van de secretaris mr. N. Martines en uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2013.