← Nederland

ECLI:NL:ORBBACM:2015:51

Beschikking d.d. 30 januari 2015, nr. 2012/

  1. DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Curaçao, inzake: [belanghebbende], gemachtigde [A], tegen [de Inspecteur]. 1
  2. Het procesverloop 1.1 Aan belanghebbende is met dagtekening juli 2011 een boete opgelegd van NAf 1.000 wegens het niet tijdig indienen van de aangifte winstbelasting
  3. 1.2 Belanghebbende is op 25 januari 2012 in bezwaar gekomen tegen de boete. Bij uitspraak op bezwaar van 13 april 2012 heeft de Inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. 1.3 Belanghebbende is op 4 mei 2012 tijdig in beroep gekomen tegen deze uitspraak op bezwaar. 1.4 De Inspecteur heeft geen vertoogschrift ingediend. 1.5 Ter zitting van november 2014 te Willemstad zijn verschenen de gemachtigde en namens de Inspecteur [B]. 2De tussen partijen vaststaande feiten 2.1 Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken. 2.2 Belanghebbende heeft bij brief van 2 maart 2010 een verzoek gedaan om vrijstelling van winstbelastingaangifte
  4. Zij heeft op dat verzoek geen reactie gekregen. De aangifte is ingediend op 29 september
  5. 2.3 De termijn waarbinnen de aangifte winstbelasting over 2009 ingediend had moeten zijn, is verlengd tot 31 juli
  6. 3Geschil Tussen partijen is in geschil of terecht een boete is opgelegd. 4De standpunten van partijen 4.1 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht. 4.2 Belanghebbende stelt, kort weergegeven, dat zij er vanuit ging en mocht gaan dat het verzoek van 2 maart 2010 was ingewilligd. 4.3 De Inspecteur stelt dat het bezwaar terecht niet ontvankelijk is verklaard maar dat zij niet kan bewijzen dat het aanslagbiljet correct is verzonden. De Inspecteur heeft ter zitting geconcludeerd tot vermindering van de boete tot NAf
  7. 5Beoordeling van het geschil 5.1 De Raad heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van de stelling van belanghebbende dat zij het aanslagbiljet nooit heeft ontvangen. Nu belanghebbende direct na ontvangst van de aanmaning bezwaar heeft gemaakt, is er geen reden het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. 5.2 Artikel 15, vierde lid, Algemene Landsverordening Landsbelastingen bepaalt dat de belastingplichtige gehouden is uiterlijk op de laatste dag van zesde maand na afloop van het boekjaar over dat jaar definitief aangifte te doen en de belasting overeenkomstig de aangifte te betalen bij de Ontvanger. De uiterste datum voor indiening van de aangifte over 2009 was dus 30 juni
  8. Vaststaat dat die termijn voor de aangiften 2009 is verlengd tot 31 juli
  9. Belanghebbende is belastingplichtig voor de winstbelasting en was dus gehouden aangifte te doen conform voormelde bepaling. 5.3 Belanghebbende had op 31 juli 2010 de aangifte niet ingediend. De Raad is van oordeel dat het verzoek van 2 maart 2010 belanghebbende niet ontsloeg van de verplichting de aangifte tijdig in te dienen en dat belanghebbende er niet op mocht vertrouwen dat het verzoek was ingewilligd, nu zij geen reactie op het verzoek had gekregen. 5.4 Ter zitting is komen vast te staan dat de Inspecteur ten onrechte er vanuit ging dat sprake was van een derde verzuim en dat de boete moet worden verminderd tot NAf
  10. De Raad acht de aldus verminderde boete passend en geboden. 5.5 Belanghebbende heeft overigens geen bezwaren tegen de boete ingebracht. Uit het hiervoor overwogene volgt dat het beroep gegrond is. 6Beslissing De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak en vermindert de boete tot NAf
  11. Aldus gedaan in raadkamer door mrs. S. Verheijen, voorzitter, T. Groeneveld en A. Beukers-van Dooren, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris mr. B. Jussen en uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.