← Nederland

ECLI:NL:ORBBACM:2015:66

Beschikking d.d. 30 januari 2015, nr. 2012/56895 DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Curaçao, inzake: [belanghebbende], gemachtigde [A], tegen [de Inspecteur]. 1Het procesverloop 1.1 Aan belanghebbende is met dagtekening december 2011 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd voor het jaar

  1. 1.2 Belanghebbende is op 5 december 2011 in bezwaar gekomen tegen de aanslag. Bij uitspraak op bezwaar van 18 mei 2012 heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd. 1.3 Belanghebbende is op 6 juli 2012 tijdig in beroep gekomen tegen deze uitspraak op bezwaar. 1.4 De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 1.5 Ter zitting van 14 november 2014 te Willemstad zijn verschenen de gemachtigde en namens de Inspecteur [B]. 2De tussen partijen vaststaande feiten 2.1 Het volgende is op grond van de schriftelijke stukken en hetgeen ter zitting is gezegd, komen vast te staan. Het is tussen partijen niet in geschil of door een van de partijen gesteld en door de andere partij niet of onvoldoende tegengesproken. 2.2 In de aanslag is het belastbaar inkomen vastgesteld op NAf 40.
  2. Bij ambtshalve vermindering van 24 mei 2012 is het belastbaar inkomen verminderd tot NAf 38.
  3. 23 In een verklaring van 14 november 2014 schrijft [arts 1], arts te Curaçao: `To whom it may concern. [Belanghebbende] was reeds jaren bekend bij mij en o.a. diverse specialisten zoals bijv. [arts 2], [arts 3] enz., is aangeraden zich voortaan aan dieet te houden". 2.
  4. Belanghebbende heeft in 2010 kosten gemaakt voor vervoer naar apotheek, arts, controle etc van NAf
  5. 3Geschil Tussen partijen is in geschil of belanghebbende recht heeft op aftrek van dieetkosten als buitengewone lasten. Niet meer in geschil is dat zij recht heeft op aftrek van de in 2.
  6. vermelde reiskosten. 4De standpunten van partijen 4.1 Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, alsmede op hetgeen zij ter zitting hebben bijgebracht. 4.2 Belanghebbende heeft gesteld dat zij zich moet houden aan diëten in verband met diabetes, kanker en trombose en dat dat wordt bevestigd in de verklaring van [arts 1]. 4.3 De Inspecteur heeft gesteld dat er geen bewijs is dat belanghebbende zich houdt aan een of meer medisch voorgeschreven diëten. 4Beoordeling van het geschil 5.1 Op belanghebbende, die aftrek van ziektekosten claimt in verband met door haar gevolgde diëten, rust de bewijslast dat sprake is van op medisch voorschrift gevolgde diëten. Met de overgelegde verklaring van [arts 1] is dat bewijs niet geleverd, nu daarin slechts staat dat belanghebbende is aangeraden zich "voortaan", dat wil zeggen vanaf de datum van de verklaring, aan diëten te houden. De verklaring vermeldt ook niet om wat voor diëten het gaat. Nu belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in 2010 een dieet volgde op medisch voorschrift, is er geen reden voor enige aftrek. 5.2 De aanslag zal worden verminderd in verband met de aftrek van reiskosten. Het belastbaar inkomen wort dan NM 38.644 min NAf 360 is NAf 38.
  7. 5.3 De Raad begrijpt en verstaat dat belanghebbende niet meer betwist dat met de premie ZOG bij de aanslagregeling op juiste wijze rekening is gehouden. 5.4 Uit het hiervoor overwogene volgt dat het beroep gegrond is. 5Beslissing De Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en vermindert de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van NAf 38.
  8. Aldus gedaan in raadkamer door mrs. S. Verheijen, voorzitter, T. Groeneveld en A. Beukers-van Dooren, leden, in tegenwoordigheid van de secretaris mr. B. Jussen en uitgesproken in het openbaar op 30 januari 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.