BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 12 december 1985 1985-013 Gezien het op 21 maart 1985 bij de Secretaris van de Raad ingekomen beroepschrift van B, wonende <> op Curaçao, gemachtigde, blijkens schriftelijke volmacht: D, gericht tegen de ongedateerde beschikking van de Inspecteur der Belastingen op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen de aan het over het jaar 1981 opgelegde aanslag in de Inkomstenbelasting, ertoe strekkende, naar Wij belanghebbende begrijpen, de vorenbedoelde beschikking van de Inspecteur te vernietigen en de aanslag vast te stellen op basis van een zuiver inkomen van belanghebbende over het jaar 1981 van f. 39.832,-; Gezien het vertoogschrift van de Inspecteur; Gezien de overige stukken; Gelet op het verhandelde ter zitting van de Raad van 24 september 1985, alwaar aanwezig waren de gemachtigde va belanghebbende alsmede de Inspecteur; OVERWEGENDE: Nu de onderwerpelijke beschikking van de Inspecteur niet van een dagtekening is voorzien, gaat de Raad er van uit, dat belanghebbende tijdig in beroep is gekomen, zodat hij daarin kan worden ontvangen. De grief van belanghebbende tegen de door de Inspecteur bij zijn onderwerpelijke beschikking genomen beslissing is, dat geen rekening is gehouden met de in het onderhavige jaar door belanghebbende gemaakte kosten woon-werk verkeer ten bedrage van f. 6.160,-. Ter ondersteuning van zijn grief voert belanghebbende onder verwijzing naar een aantal arresten van de Hoge Raad ( HR 5 oktober 1952 B9286 en HR november 1977, BNB 1978/7) aan, dat de door hem gemaakte autokosten woon-werk verkeer zijn te beschouwen als kosten welke met uitschakeling van alle persoonlijke omstandigheden door ieder uit hoofde van zijn dienstbetrekking moeten worden gemaakt. Daarbij merkt belanghebbende op, dat de uitspraak van de Raad 10/84 in deze niet van toepassing is omdat:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.