BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP van 25 april 2005, nr. 2004-0018
- Procesverloop 1.
- Belanghebbende heeft op 14 april 2003 verzocht om een vrijstelling van invoerrechten op de invoer van verpakkingsmaterialen. Het verzoek werd afgewezen bij beschikking van de Inspecteur van 6 juni
- Zij heeft daartegen op 24 juni 2003, dus tijdig bezwaar, gemaakt. Bij beschikking van 11 december 2003 heeft de Inspecteur uitspraak op bezwaar gedaan. 1.
- Belanghebbende is tegen de beschikking op bezwaar op 12 januari 2004, dus tijdig, in beroep gekomen bij de Raad. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 1.
- De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van de Raad op 11 april
- Beide partijen zijn verschenen. De Inspecteur heeft een pleitnota ingebracht.
- Tussen partijen vaststaande feiten Belanghebbende voert vanuit het buitenland cement en cementzakken (hierna ook: verpakkingsmateriaal) in. Zij verpakt het cement in de cementzakken en distribueert de zakken cement in Aruba en het binnenland. Belanghebbende heeft de Inspecteur verzocht om te worden vrijgesteld van de heffing van invoerrechten op het verpakkingsmateriaal. De Inspecteur heeft dit verzoek slechts gehonoreerd voor zover het gaat om verpakkingsmateriaal bestemd voor cement dat wordt gedistribueerd in Aruba.
- Geschil en standpunten van partijen In geschil is of belanghebbende ook recht heeft op een vrijstelling van invoerrechten op verpakkingsmateriaal voor cement, dat bestemd is voor distributie in het binnenland. De Raad verwijst voor de standpunten van partijen naar de gedingstukken.
- Beoordeling van het beroep 4.
- Artikel 75, eerste lid, onderdeel r, aanhef en sub c van de Landsverordening tarief van invoerrechten (hierna: LVTI) bevat een vrijstelling voor: “Verpakkingsmiddelen ... voor zover zij worden ingevoerd om te worden gebruikt voor de verpakking van in het binnenland gewonnen, vervaardigde, bewerkte of verwerkte goederen”. Onderdeel b van hetzelfde lid bevat een vrijstelling voor: “Verpakkingsmiddelen ... voor zover zij worden ingevoerd om te worden gebruikt bij de uitvoer van goederen”. 4.
- Belanghebbende stelt primair dat het ingevoerde cement door haar wordt bewerkt; de Inspecteur ontkent dit. De Raad is van oordeel dat het enkel verpakken van een grote hoeveelheid cement in cementzakken niet als een bewerking kwalificeert in de zin van de LVTI. 4.
- Belanghebbende stelt subsidiair dat de Inspecteur het gelijkheidsbeginsel schendt omdat hij wel een vrijstelling verleend heeft voor verpakkingsmateriaal bestemd voor Aruba. Dit beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt niet. De LVTI maakt immers onderscheid tussen verpakkingsmiddelen die worden gebruikt voor het verpakken van goederen bestemd voor de uitvoer naar het buitenland, zoals Aruba, en die voor het verpakken van goederen bestemd voor de binnenlandse markt. Terecht heeft de Inspecteur rekening gehouden met dit onderscheid bij het afwikkelen van het verzoek van belanghebbende om vrijstelling van invoerrechten.
- Beslissing De Raad verklaart het beroep ongegrond. mrs. J.Th. Drop, C.W.M. van Ballegooijen en G.J. van Muijen
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.