A.T. Nr. 78.067 Zitting 8 januari
- Mr. Remmelink. Conclusie inzake: [verdachte] . Edelhoogachtbare Heren, In deze zaak waarin het Hof behoudens de beslissing omtrent de inbeslaggenomen niet teruggegeven voorwerpen en de strafmotivering bevestigend het vonnis van de Rechtbank requirant heeft veroordeeld terzake van "Opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2, eerste lid en onder A Opiumwet gegeven verbod" (requirant zou opzettelijk per vliegtuig vanuit het buitenland 4,8 kg heroïne binnen het grondgebied van Nederland hebben gebracht) tot een gevangenisstraf voor de tijd van 6 jaar, tegen welk arrest hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, is namens hem één middel van cassatie voorgesteld. Aangevoerd wordt, dat de rechters uit de bewijsmiddelen niet hebben kunnen afleiden, dat requirant (voorwaardelijk) opzet heeft gehad. De omstandigheid, dat requirant ieder onderzoek van de op smokkel ingerichte koffers die hij meekreeg achterwege liet zou - zo versta ik het cassatiemiddel - geen aanwijzing van opzet zijn, maar eerder van schuld. Hij deed niet wat hij had behoren te doen. Had hij dat wèl gedaan, dan zou hij hebben geweten. Maar juist de (actuele) wetenschap is noodzakelijk voor opzet, stelt requirant met een beroep op Nieboer . Ik meen gelet op de gehele context, dat de Rechtbank het anders bedoelt: Zij stelt, dat de omstandigheden waaronder hem de koffers ten vervoer werden aangeboden alle aanleiding gaven die niet zonder meer mee te nemen. Requirant heeft willens en wetens de kans dat het hier om smokkelkoffers ging aanvaard doordien hij opzettelijk heeft nagelaten daarnaar een onderzoek in te stellen. Zou hij dat wèl hebben gedaan, dan zou hij enz .. Dat nalaten zal opzettelijk zijn geweest, want hij heeft zijn weinige eigendommen in de koffers gestopt en hij werd geconfronteerd met de "opvallend" geringe ruimte. Iedere doorsneemens zal dat opvallen, zo denkt kennelijk de Rechtbank, en wie dan (zg.) onwetend blijft, is niet te goeder trouw, m.a.w. is in werkelijkheid wel op de hoogte. Zie over bewijs van opzet in dit verband ook de jurisprudentie enz. vermeld bij Hazewinkel-Suringa, negende druk, p.
- Requirant klaagt er ook nog over, dat de Rechtbank heeft vastgesteld onder de streep dat de koffers een abnormaal hoog "leeg gewicht" hadden. Dat zou uit de gebezigde bewijsmiddelen niet blijken. Ik meen evenwel, dat de Rechtbank deze conclusie heeft kunnen trekken uit de eigen "waarneming" van de koffers. Zij constateerde immers dat de koffers waren voorzien van dubbele deksels en bodems die gedeeltelijk waren weggebroken en dat er een opvallend duidelijke afstand voelbaar was tussen de binnenkant van de deksel of bodem en de buitenkant. M.a.w. de Rechtbank zal de koffers ook wel in handen hebben gehad. Het middel niet aannemelijk achtend concludeer ik tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.