na.- Nr. 81.863 Zitting 6 oktober 1987 Mr. Remmelink Conclusie inzake: [verdachte] Edelhoogachtbaar college, In deze zaak waarin het Hof requirant in appel bij verstek heeft veroordeeld terzake van “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2 eerste lid onder B Opiumwet gegeven verbod”, meermalen gepleegd (requirant zou op tijdstippen in maart en april 1984 samen met een ander heroïne en/of cocaïne hebben verkocht), tot een gevangenisstraf voor de tijd van 2 jaar + onttrekking aan het verkeer van een plastic mes met sporen heroïne, 2 plastic zakjes met sporen heroïne, 5 notitieboekjes, 2 pesolawegers, 2 plastic zakjes en een notitieboekje (opschrift Heineken), tegen welk arrest hij zich van beroep in cassatie heeft voorzien, zijn namens hem vijf middelen van cassatie voorgesteld. In middel I klaagt requirant erover, dat het Hof zich niet heeft beziggehouden met de omstandigheid, dat uit het procesdossier blijkt, dat requirant, wiens onderhavige zaak op 17 november 1986 heeft gediend, reeds tegen een eerdere datum, nl. tegen 22 september 1986 (in deze zaak) was gedagvaard zonder dat blijkt wat er met die dagvaarding is gebeurd. Het komt mij voor, dat het ervoor gehouden moet worden, dat deze in ieder geval niet heeft geleid tot een terechtzitting (hetgeen mij bij informatie bij het parket werd bevestigd), zodat requirant bij deze klacht geen belang heeft. Ik merk bovendien op, dat, schoon requirant op 17 november zelf niet verschenen was, wèl zijn rechtsgeleerde raadsman aanwezig was, en dat mag worden aangenomen, dat deze, wanneer de eerder uitgebrachte dagvaarding tot een terechtzitting zou hebben geleid het Hof daarop zou hebben geattendeerd. In middel II wordt erover geklaagd, dat het Hof niet is ingegaan op de omstandigheid, dat er tussen het vonnis van de Rechtbank, 19 november 1984 en de behandeling van de zaak in appel (dus op 17 november 1986) een te lange tijd is verlopen. Het komt mij voor, dat, nu tussen de dag waarop requirant in appel is gegaan (…..) en de dag waarop requirant in appel is gedagvaard ….. minder tijd is verlopen dan twee jaar, het Hof nog niet genoodzaakt was om duidelijk te maken waarom het college het OM nochtans wel ontvankelijk achtte. Vgl. in dit verband het lid van Uw Raad De Waard in de bundel Naar eer en geweten, 1987, p.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.