ECLI:NL:PHR:1999:AA3795
CONCLUSIE:
Mr van Dorst Nr. 1 11.221 Conclusie inzake:
Zitting 14 september 1999 [verzoeker=verdachte] Edelhoogachtbaar College, 1. Wegens lokaalvredebreuk, tweevoudige zaaksbeschadiging en het misdrijf van art. 162a Sr heeft het gerechtshof te Leeuwarden verzoeker tot straffen veroordeeld.
4.1. De bewezenverklaring van feit 4 houdt, voor zover te dezen van belang, in dat verzoeker op 8 maart 1996 opzettelijk de diensten van de luchtverkeersbeveiliging op de luchthaven Groningen Airport Eelde heeft verstoord door als piloot van een vliegtuig muziek uit te zenden op de luchtvaartfrequenties 118.7 en 121.7 Megahertz.
4.2. Deze bewezenverklaring steunt onder meer op de verklaringen van twee verkeersleiders met betrekking tot de blokkeringen van genoemde frequenties op 8 maart 1996 vanaf 17.59 uur door muziekuitzendingen en de peilingen die zijn uitgevoerd om de bron van de uitzendingen te detecteren.
5.1. Door en namens verzoeker is in hoger beroep onder meer aangevoerd hetgeen in de toelichting op het middel is weergegeven.
5.2. Het hof heeft naar aanleiding hiervan overwogen:
Verdachte heeft aangevoerd dat uit de waarnemingen tussen 17.35 en 17.37, zoals deze in het peilingsrapport zijn vastgelegd rechtstreeks kan worden afgeleid dat peilingen niet afkomstig kunnen zijn van het door hem bestuurde vliegtuig.
Het hof is van oordeel dat in elk geval uit de waarnemingen en peilingen zoals deze zijn verricht na het door verdachte genoemde tijdstip van 17.37 uur en zoals deze zijn opgenomen in bovenstaande op feit 4 betrekking hebbende bewijsmiddelen niet anders kan worden afgeleid dan dat de peilingen afkomstig zijn van het door verdachte bestuurde vliegtuig. Daardoor behoeft het door verdachte gevoerde verweer geen nadere bespreking.
12.1. Het hof heeft aan verzoeker ten aanzien van feit 2 en feit 3 een schadevergoedingsmaatregel opgelegd van respectievelijk fl. 834,25, subsidiair 17 dagen hechtenis, en fl. 58,75, subsidiair twee dagen hechtenis.
12.2. Ingevolge art. 36f lid 6 Sr j° art. 24c lid 3 Sr is terzake van elk van beide maatregelen één dag vervangende hechtenis teveel opgelegd.
12.3. De Hoge Raad zal dit verzuim zelf kunnen herstellen.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,