Rolnr. C98/381 Zitting d.d. 19 mei 2000 Conclusie mr Spier inzake [Eiseres] tegen [Verweerder] Edelhoogachtbaar College, 1. Feiten 1.1 In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan. 1.2 [Verweerder] is tijdens zijn werkzaamheden (als loodgieter) in dienst van [eiseres] op 16 december 1986 een bedrijfsongeval overkomen. Hij heeft dientengevolge blijvend letsel opgelopen. [Verweerder] is gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt. 1.3 [Eiseres] is jegens [verweerder] aansprakelijk voor de als gevolg van dit ongeval door [verweerder] geleden en nog te lijden schade. 1.4 De bedrijfsaansprakelijkheidsverzekeraar van [eiseres] (Zwolsche Algemeene) heeft [verweerder] bij wijze van voorschot in totaal ¦ 50.000 betaald. 1.5 Beide procesdossiers zijn incompleet. Tezamen bevatten zij, voorzover ik kan nagaan, alle processtukken. 2. Procesverloop 2.1. [Verweerder] heeft [eiseres] gedagvaard voor de Rechtbank Breda1; hij heeft - voorzover thans nog van belang - een bedrag van ¦ 282.350 c.a. gevorderd terzake van geleden en nog te lijden inkomensschade. In cassatie speelt enkel een rol de schade vanwege gemist overwerk bij [eiseres] en gemiste nevenwerkzaamheden in een bakkerij. 2.2 Aan de vordering terzake van gemist overwerk bij [eiseres] heeft [verweerder] ten grondslag gelegd dat hij structureel overuren maakte bij [eiseres] die hem per kas werden uitbetaald (cvr onder 15). Ter ondersteuning daarvan heeft [verweerder] bij cvr verklaringen van hemzelf en van zijn vrouw overgelegd. In zijn eigen verklaring spreekt hij van een vergoeding van ¦ 15 per uur. 2.3 [Eiseres] heeft betwist dat [verweerder] structureel overwerk heeft verricht. Als incidenteel een overuur gemaakt moet worden, dan is [verweerder] daartoe volgens [eiseres] ook na het ongeval nog wel in staat (cvd onder 5). Bovendien worden incidentele pieken opgevangen met behulp van uitzendkrachten en voorzover door vaste werknemers af en toe wordt overgewerkt, wordt dit "ook nog wel eens" met vrije tijd gecompenseerd (pleitnota mr Sturkenboom van 23 april 1996 onder 13). 2.4 Met betrekking tot de vordering wegens gemiste inkomsten uit nevenwerkzaamheden heeft [verweerder] gesteld dat hij een groot deel van zijn vrije tijd werkzaam was als technisch installateur/manusje van alles bij een bakkerij. Hij ontving voor deze werkzaamheden ¦ 15 per uur; in totaal ¦ 15.750 netto per jaar (m.n. cvr onder 17 en 19). 2.5 [Verweerder] ontving de bedragen voor de werkzaamheden in de bakkerij "zwart". Volgens [verweerder] zijn daarvan geen betalingsbewijzen of belastingaangiften (cvr onder 19). Bij cvr heeft hij o.m. een brief van Mr Ruijgrok overgelegd waarin verslag wordt gedaan van een gesprek dat Z.E.G. met de bakker heeft gehad. Daarin wordt onder meer gesproken van "contante" betalingen ten belope van ¦ 15 per uur. Ook een bij pleidooi overgelegde verklaring van [directeur 1] maakt van deze werkzaamheden gewag. 2.6 Uit het door [verweerder] bij cvr overgelegde rapport van Actua - waarop [verweerder] zich baseert - blijkt dat de inkomsten zijn berekend "tot 60 jarige leeftijd met lineaire afbouw vanaf 55 jarige leeftijd". 2.7 [Eiseres] heeft deze vordering betwist, primair door te stellen dat [verweerder] niet heeft kunnen aantonen dat hij deze nevenwerkzaamheden daadwerkelijk heeft verricht, laat staan dat hij de pretense omvang daarvan heeft aangetoond (cvd onder 6 en 7). Subsidiair heeft [eiseres] betoogd dat in ieder geval het gedeelte van het loon dat aan de fiscus had moeten worden afgedragen niet voor vergoeding in aanmerking komt (cvd onder 8). Voorts heeft [eiseres] de hoogte van het door Actua Consult B.V. opgenomen bedrag betwist alsmede het uitgangspunt dat de voortzetting van de werkzaamheden door [verweerder] tot zijn 55 jarige leeftijd zou plaatsvinden. [Eiseres] heeft er daarbij op gewezen dat het onaannemelijk is dat [verweerder] nog gedurende 25 jaar 60 à 70 uur per week zou werken naast zijn taak als vader in een gezin met drie opgroeiende kinderen en een werkende vrouw en "de nodige klussen in en om het huis" (cvd onder 8; eerste pleitnota Mr Sturkenboom onder 6). 2.9 Bij tussenvonnis van 18 juni 1996 heeft de Rechtbank ten aanzien van de vordering op grond van gemist overwerk bij [eiseres] overwogen dat [verweerder] daarvan de bewijslast draagt; zij heeft hem toegelaten de omvang van de voor het ongeval gewerkte overuren te bewijzen (rov. 3.4). 2.10 Met betrekking tot de vordering wegens nevenwerkzaamheden in de bakkerij heeft de Rechtbank overwogen dat [verweerder] niet kan volstaan met overlegging van verklaringen ter onderbouwing van het bestaan en de omvang van de nevenwerkzaamheden. De Rechtbank heeft [verweerder] toegelaten de omvang van de door hem voorafgaand aan het ongeval verichte nevenwerkzaamheden en de daarmee verworven inkomsten te bewijzen (rov. 3.5 in samenhang met het dictum onder 3). 2.11.1 Als getuigen aan de zijde van [verweerder] zijn gehoord [verweerder], zijn vrouw, [directeur 1] en de bakker […]. 2.11.2 Ten aanzien van de nevenwerkzaamheden bij de bakker heeft [verweerder] verklaard dat hij reeds 12 à 13 jaar bijverdiensten bij de bakker had. En voorts: "Bijna elke avond werkte ik er van zeven tot tien en soms ook later en het gebeurde ook wel dat ik maar een uurtje nodig was. Ik werkte er ook bijna elke zaterdag de hele dag. Zelfs kwam het wel eens voor dat ik op zondag werkte. (...). In de regel werkte ik zo'n 6 weken per jaar niet in de bakkerij. (...). De betaling vond doorgaans een keer per maand plaats. Het was zo dat ik als ik aan de hand van mijn urenlijstje zo rond de ¦ 1000,-- tegoed had ik het meldde waarna de bakker mij uitbetaalde. Betalingen geschiedden altijd contant en zonder kwitanties." 2.11.3 Ten aanzien van het overwerk bij [eiseres] heeft [verweerder] het volgende verklaard. "Ik deed sinds 10 jaar voorafgaand aan het ongeval overwerk bij mijn werkgever. Gemiddeld was dit 5 uur per week. Als zowel de bakker als [eiseres] mij nodig hadden dan regelde ik het wel zo dat beiden aan hun trekken kwamen. Betaling vond plaats in uren, natura hetzij vrije tijd dit naar eigen keuze. Ik kreeg zo'n ¦ 15,-- tot ¦ 17,50 per uur. Kwitanties werden niet verstrekt. Ook op de loonstrook was er niets van terug te vinden." 2.11.4 [De echtgenote van] [verweerder] heeft terzake de nevenwerkzaamheden bij de bakker als volgt verklaard. "Mijn man werkte omstreeks 9 jaar voorafgaande aan het ongeval bij de bakkerij. Hij deed dit gemiddeld 4 dagen per week van 18.30/19.00 uur tot 22.30/23.00 uur. Een enkele keer was het ook wel eens later als een bepaalde klus af moest. Elke zaterdag werkte hij vanaf 6.30/07.00 uur tot omstreeks 16.00/17.00 uur. (...). Werken op zondag geschiedde slechts bij hoge uitzondering. (...). De betaling was ¦ 15,-- per uur. Dit gebeurde handje contantje. De betaling ging zo dat mijn man na zo'n 3 tot 4 weken werken zijn uren opgaf waarna hij uitbetaald kreeg. De betalingen bedroegen zo tussen de ¦ 800,-- en ¦ 1.100,-- per keer." 2.11.5 Ten aanzien van het overwerk heeft [de echtgenote van] [verweerder] verklaard: "[Eiseres] ging bij overwerk altijd voor. Dit was wel vervelend voor de bakker maar dat kon niet anders. Overwerk was heel wisselend. In drukke periodes was dit 2 tot 3 avonden per week, maar soms waren er ook lange periodes waarin helemaal geen overwerk plaatsvond. Mijn man werd ¦ 15,-- per uur uitbetaald. (...) Betaling vond altijd contant plaats zonder kwitantie." 2.11.6 [Directeur 1] heeft allereerst verklaard dat hij tot 26 juni 1994 directeur is geweest van [eiseres]. Ten aanzien van de nevenwerkzaamheden heeft hij verklaard dat hij niet meer weet dan dat [verweerder] regelmatig bij de bakker bezig was. 2.11.7 Ten aanzien van het overwerk heeft [eiseres] verklaard als volgt. "Het overwerk dat [verweerder] verrichtte vond plaats met de frequentie van soms 1 of 2 keer per week en soms ook helemaal niet. (...). [verweerder] verdiende zo'n ¦ 15,-- per overwerk uur. (...) Het overwerken werd niet op loonstroken verantwoord" 2.11.8 De bakker heeft ten aanzien van de nevenwerkzaamheden van [verweerder] het volgende verklaard. "In 1977 ben ik een eigen bakkerij begonnen in Tilburg. Bij het opstarten, toen wij bij de zaak woonden, hadden wij een huishoudelijk klusje waarvoor ik [verweerder] heb gevraagd. Sindsdien is zijn gereedschapskist blijven staan. (...). Het is moeilijk om het aantal uren te kwantificeren. Hij werkte soms bijna elke avond en elke zaterdag. De vergoeding bedroeg ergens tussen de ¦ 10,-- en ¦ 12,50 netto per uur. Ik schat dat hij gemiddeld tenminste ¦ 1000,-- per maand bij mij bijkluste. (...). 2.12 In de contra-enquête heeft [eiseres] haar directeur sinds 1 januari 1994 - [directeur 2] - doen horen. Ten aanzien van het overwerk en de nevenwerkzaamheden heeft deze getuige verklaard dat het hem bekend was dat dit plaatsvond, doch dat de omvang ervan hem onbekend is. 2.13 Bij conclusie na enquête heeft [eiseres] er onder meer op gewezen dat het overwerk slechts incidenteel plaatsvond. Daartoe beroept zij zich onder meer op een aangehecht schrijfsel van [directeur 1] BV gericht aan Bureau Pals. Zij heeft de nevenwerkzaamheden erkend doch de omvang ervan betwist. [Eiseres] meent dat uitgegaan moet worden van een bedrag van ¦ 1000 netto per maand hetgeen - rekening houdend met de genoemde onderbreking van 6 weken per jaar - neerkomt op een bedrag van maximaal ¦ 10.500 per jaar. [Eiseres] heeft herhaald dat "met een brutobedrag moet worden gerekend, nu het om "zwart" genoten inkomsten gaat" (onder 17 en 18). Zij heeft bovendien nog eens aangegeven dat het "onaanvaardbaar" is dat Actua-Consult ervan is uitgegaan dat [verweerder] deze neveninkomsten volledig tot 55-jarige leeftijd en daarna tot 60-jarige leeftijd gedeeltelijk zou hebben behouden. [Eiseres] heeft gemotiveerd gesteld dat redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de nevenwerkzaamheden in de toekomst zouden afnemen (onder 18 en 19). 2.14 Bij pleidooi heeft [verweerder] aangegeven dat het onder 2.13 genoemde schrijfsel niet door [directeur 1] is geschreven doch door de boekhouder. 2.15 Bij tussenvonnis van 3 maart 1998 heeft de Rechtbank ten aanzien van het overwerk als volgt overwogen: "Op grond van de verklaringen van [verweerder], diens echtgenote en [directeur 1] acht de rechtbank bewezen dat [verweerder] gemiddeld zo'n 5 uur per week bij [eiseres]. overwerkte. De verklaringen van de echtgenote van [verweerder] - soms twee tot drie avonden per week, soms ook lange perioden zonder - en van [directeur 1] - een of twee per week, meestal op vrijdag, zaterdag en zondag, soms helemaal niet - vermelden weliswaar niet een dergelijk gemiddelde, doch kunnen zeer wel tot een dergelijk gemiddelde leiden. Niet valt in te zien waarom overwerk van een dergelijke omvang niet zou zijn te rijmen met de werkzaamheden van [verweerder] bij [de bakker]. Ook de brief van [directeur 1] aan Pals B.V. d.d. 24 september 1991 behoeft hier, gelet op de wijze waarop de betaling van overwerk bij [eiseres]. was geregeld, niet mee in tegenspraak te zijn. Uitgaande van 46 werkweken per jaar komt dit neer op 230 uur per jaar. Op grond van voormelde verklaringen gaat de rechtbank uit van een netto-uurloon van ¦.15,--. Een en ander resulteert dan in een vergoeding van ¦.3.450,-- per jaar" (rov. 2.2.2). 2.16 De Rechtbank acht [verweerder] tevens geslaagd in het bewijs terzake van de door hem gestelde inkomsten uit nevenwerkzaamheden. Daartoe heeft zij in rov. 2.2.3 overwogen: "Uit de verklaringen van [verweerder], diens echtgenote en [de bakker] leidt de rechtbank af dat [verweerder] gedurende ten minste zeven jaren voorafgaand aan het ongeval bij [eiseres]. structureel werkzaamheden voor [de bakker] verrichtte en dat hij hier gemiddeld zo'n fl. 1000,= netto per maand ontving. Gelet op de verklaringen van [verweerder] en diens echtgenote, dat hij gemiddeld per jaar gedurende zes weken, respectievelijk drie tot vier weken, niet voor [de bakker] werkte, gaat de rechtbank ervan uit dat hij elf maanden per jaar bij [de bakker] werkte en hiervoor een vergoeding van fl. 11.000,= per jaar ontving." 2.17 De Rechtbank heeft vervolgens een deskundigenonderzoek gelast. De deskundige diende zich uit te laten omtrent de hoogte van de post overwerk en nevenwerkzaamheden. "Hierbij dient (....) de contante waarde van deze posten bepaald te worden. Hierbij behoort in navolging van hetgeen Actua Consult B.V. in haar rapport heeft aangegeven er van uit te worden gegaan dat [verweerder] tot zijn 55e levensjaar deze werkzaamheden volledig had kunnen verrichten en dat hij deze werkzaamheden gedurende de daaropvolgende 5 jaren lineair had afgebouwd tot zijn 60e levensjaar. Het door [eiseres] hiertegen gevoerde verweer wordt door de rechtbank gepasseerd, nu de rechtbank dit uitgangspunt redelijk acht en [eiseres] heeft nagelaten haar verweer hiertegen in voldoende mate te onderbouwen." 2.18 Partijen hebben vervolgens een conclusie genomen. [eiseres] heeft hierbij onder meer betoogd dat de deskundige opgedragen dient te worden de door de Rechtbank vastgestelde bedragen uit overwerk en nevenwerkzaamheden als "bruto-inkomen vóór belastingen" te verwerken. Naar haar mening is tussen partijen in confesso dat de schade moet worden berekend op basis "van het bedrag dat hij ([verweerder]) bij correcte belastingaangifte zou hebben verkregen" (sub 3). 2.19 Bij akte heeft [verweerder] zich tegen de onder 2.18 verwoorde benadering verzet. Ten aanzien van het overwerk heeft hij opgemerkt dat hij ervan mocht uitgaan dat [eiseres] op zijn (overwerk)salaris de benodigde inhoudingen heeft verricht (blz. 1). Terzake van de nevenwerkzaamheden heeft [verweerder] gesteld dat "de schade in de portemonnee van [verweerder] het misgelopen bedrag is - door uw Rechtbank begroot op ¦ 11.000,00 per jaar - en dat [verweerder] dat netto misloopt" (blz. 2). [eiseres] heeft bij antwoord-akte onder verwijzing naar de getuigenverklaringen van [verweerder], zijn vrouw en [directeur 1] betwist dat [verweerder] ervan mocht uitgaan dat het op het salaris voor overwerk de benodigde inhoudingen werden verricht. Zowel het overwerk als de nevenwerkzaamheden waren zwart en die inkomsten dienen bij de schadeberekening als bruto-inkomsten te worden meegenomen. 2.20 De (inmiddels enkelvoudige kamer van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.