Nr. 00443/01/E Mr Machielse Zitting 15 januari 2002 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Dat degene die het afval houdt wel eens kan denken dat je maar nooit weet of het niet een keer van pas komt, of dat wellicht voor een klein onderdeeltje nog wel een nuttige aanwending kan worden gevonden wil nog niet zeggen dat er niet meer van afvalstoffen sprake kan zijn. Het aantreffen van een bruikbaar fietswiel op een afvalberg met schroot verandert niets aan het karakter van die afvalberg. Het middel faalt. 6.
- Het vierde middel stelt dat het hof ten onrechte geen of een onvoldoende gemotiveerde beslissing zou hebben gegeven op het verweer dat de banden niet lagen opgeslagen in de inrichting van verdachte en dat de banden wel degelijk waren afgevoerd naar een andere inrichting. 6.
- De weerlegging van het verweer is te vinden in de bewijsconstructie. Het hof heeft de verklaring van verdachte voor het bewijs gebruikt dat hij een bedrijf te [plaats C] exploiteert en dat op het bedrijfsterrein motorbanden lagen opgeslagen. Voorts is onder 3 gebruikt voor het bewijs een proces-verbaal inhoudende dat het bedrijf [E] een inrichting exploiteert en dat een enorme berg motorbanden nog binnen de inrichting aanwezig was. De feiten waarop het verweer berustte zijn door het hof in de bewijsconstructie terzijde geschoven. Ik merk overigens op dat de gemeente geweigerd heeft de melding van twee afzonderlijke inrichtingen te behandelen, als gevolg waarvan er officieel maar één inrichting bestond waarvoor verdachte verantwoordelijk was. Of hij de banden liet liggen op het terrein van [betrokkene A] of op het deel van het terrein dat hijzelf in gebruik had doet er niet toe; de banden lagen op het terrein van dé inrichting. Het vierde middel faalt.
- Het vijfde middel beweert in de kern genomen dat de opslag van de banden geen enkel gevaar voor de gezondheid van mensen of voor het milieu opleverde. Ook dat punt is in de bewijsconstructie beantwoord (bewijsmiddel 3). Het middel faalt.
- Het eerste, derde, vierde en vijfde middel kunnen naar mijn mening op de voet van art.101a RO worden verworpen. Ambtshalve heb ik geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Een zgn. Dakdekkersverweer. Zie Corstens, Het Nederlands strafprocesrecht, p.
- 2 Vgl. HR NJ 1999,26.