Nr. 02804/03 Mr. Fokkens Zitting: 30 november 2004 Conclusie inzake: [verdachte]
(1)Nu in het dossier niets te vinden is over het onderzoek - behalve dat het volgens de regels is uitgevoerd en wat het resultaat was - was het voor de verdediging immers onmogelijk concreet aan te geven in hoeverre het onderzoek mankementen vertoonde. De enige mogelijkheid die de verdediging had om de betrouwbaarheid van het enige bewijsmateriaal tegen de verdachte te onderzoeken, was dan ook een verzoek om een tegenonderzoek van de gevonden vingerafdruk.
- In dit verband wijs ik op andere deskundigenonderzoeken waarvan de uitkomst in beginsel bepalend is voor het al dan niet bewezen zijn van het strafbare feit: de ademanalyse respectievelijk de bloedproef bij het vermoeden van rijden onder invloed en het in de artikelen 151a e.v. en 195a e.v. Sv geregelde DNA-onderzoek. Voor al die onderzoeken geldt dat de verdachte het recht op een tegenonderzoek heeft.
- Door het verzoek van verdachte in deze omstandigheden op deze gronden af te wijzen en vervolgens verdachte op grond van de uitslag van het dactyloscopisch onderzoek te veroordelen, heeft het Hof verdachtes recht op een fair trial geschonden. De verdachte is de mogelijkheid onthouden het bewijsmateriaal tegen hem op zijn betrouwbaarheid te onderzoeken. Dat dit niet op voorhand als overbodig kan worden bestempeld als het gaat om vingerafdrukken, kan bijv. worden opgemaakt uit het in het NJB opgenomen artikel van de hoogleraren Merkelbach, Crombag en Van Koppen (NJB 2003, p. 710 e.v. i.h.b. p. 714) waaruit kan worden afgeleid dat deskundigen met elkaar van mening kunnen verschillen over de vraag of een vingerafdruk dezelfde is als een bijv. in het archief aanwezige vingerafdruk.
- Ik acht het eerste middel gegrond.
- Het tweede middel klaagt dat de gebezigde bewijsmiddelen de bewezenverklaring niet kunnen dragen. Daartoe wordt aangevoerd dat de bewezenverklaarde betrokkenheid van de verdachte door het Hof is gebaseerd op de aangetroffen vingerafdruk van de verdachte en diens verklaring over die vingerafdruk. De tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte zou echter niets toevoegen aan het bewijs.
- Die klacht is ondeugdelijk. Het Hof heeft geoordeeld dat de aangetroffen vingerafdruk toebehoorde aan de verdachte en heeft vervolgens overwogen dat het Hof, nu verdachte daarvoor geen verklaring kan geven, tot de conclusie komt dat die afdruk daar tijdens de inbraak is gezet. Dat is geen onbegrijpelijke conclusie. Verdachte moet ter plekke zijn geweest als zijn vingerafdruk daar wordt gevonden. In die omstandigheden mag worden verwacht dat hij, als hij verdacht wordt van betrokkenheid bij een inbraak in het betreffende pand, die verdenking tegen hem zal wegnemen als hij dat kan door te verklaren hoe die vingerafdruk daar, anders dan ter gelegenheid van de inbraak (maar bijv. omdat hij de ramen de dag tevoren heeft schoongemaakt) terecht is gekomen.
- Het middel faalt.
- Het derde middel klaagt over de motivering van de beslissing van het Hof de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen. In de toelichting wordt gesteld dat de motivering onbegrijpelijk is, omdat de verdediging de vordering wel heeft betwist.
- De ter terechtzitting in hoger beroep overgelegde pleitnota houdt in: "Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij: Nu [de; JWF] verdediging primair tot vrijspraak pleit, verzoekt zij de vordering benadeelde partij af te wijzen."
- Het arrest van het Hof houdt op dit punt in: "
- Vordering tot schadevergoeding In het onderhavige strafproces heeft [betrokkene 1] zich namens Jannes Vos B.V., gevestigd te Alphen aan den Rijn, zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde tot een bedrag van € 2.106,
- In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit - in eerste aanleg toegewezen - bedrag. De verdachte heeft de vordering van de benadeelde partij niet betwist. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve worden toegewezen. Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken."
- Aldus heeft de verdediging tegen de vordering van de benadeelde partij alleen ingebracht dat de verdachte de geleden schade niet heeft veroorzaakt. De verdediging heeft bijvoorbeeld niet tegen die vordering ingebracht dat de geleden schade niet is veroorzaakt door de inbraak. De overweging van het Hof dat de verdachte de vordering niet heeft betwist moet dan ook aldus worden verstaan dat de verdachte niet heeft betwist dat de vordering van de benadeelde partij ziet op de schade als gevolg van de inbraak.
- Het middel faalt.
- Het eerste middel gegrond achtend concludeer ik tot vernietiging van de bestreden uitspraak met verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden plv. 1 Zie over de wijze van identificering van vingersporen, de reële foutkans en de maatregelen tegen een foutieve identificatie, A.J. Zeelenberg, Achtergronden en problematiek van de identificatie van vingersporen in h. de Doelder & J. Hielkema, Goed gezien? Problemen bij identificatiemethoden in strafzaken, Arnhem 1993, pp. 143-158