Rolnr. C04/017HR mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 3 december 2004 Conclusie inzake: [eiseres] tegen [verweerster]
(2)en procesverloop 1.1 Voorzover in cassatie van belang, gaat het in deze zaak om het volgende. Eiseres in cassatie, [eiseres], en verweerster in cassatie, [verweerster], waren ten tijde van de procedure in eerste aanleg buren. [Eiseres] is eigenares van het perceel gelegen aan de [a-straat 1] te [woonplaats] en [verweerster] was eigenares van het ernaast gelegen perceel, [a-straat 2]. 1.2 Tussen beide percelen loopt een tegelpad (een brandgang). 1.3 Bij inleidende dagvaarding van 7 november 1997 hebben [eiseres] en (haar inmiddels overleden echtgenoot) [betrokkene 1], [verweerster] gedagvaard voor de arrondissementsrechtbank te Groningen en gevorderd [verweerster] te veroordelen tot verwijdering van de schutting en verlaging van haar erf. Aan deze vorderingen hebben [eiseres en betrokkene 1] ten grondslag gelegd dat zij gehinderd worden in het gebruik van het pad, doordat [verweerster] haar schutting naar het midden van het tegelpad had verplaatst alsmede dat zij last hebben van wateroverlast op hun perceel en op het pad, omdat [verweerster] haar perceel had laten ophogen. 1.4 Bij gelegenheid van een door de rechtbank bevolen comparitie ter plaatse van het perceel op [a-straat 2], hebben [eiseres en betrokkene 1] de vordering met betrekking tot de schutting ingetrokken. Daarna hebben zij bij akte houdende vermindering van eis tevens in plaats van verlaging van het erf van [verweerster], aanpassing van het erf gevorderd. 1.5 De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 23 oktober 1998 met betrekking tot de door [eiseres en betrokkene 1] gestelde wateroverlast als gevolg van de ophoging van het erf door [verweerster] een deskundigenbericht gelast en vervolgens bij rolbeschikking van 4 december 1998 de heer Muis van Arcadis Heidemij Advies B.V. als deskundige aangewezen. 1.6 Het deskundigenbericht is op 15 oktober 1998 uitgebracht. Na nadere conclusiewisseling heeft de rechtbank bij vonnis van 9 juni 2000 de vordering(
- en)van [eiseres en betrokkene 1] afgewezen en hen in de kosten veroordeeld, waaronder de kosten van het deskundigenbericht van ƒ 11.280,--. 1.7 [Eiseres] is, alleen voor zich en niet tevens in haar hoedanigheid van (enig) erfgenaam van [betrokkene 1], van de vonnissen van de rechtbank van 23 oktober 1998 en 9 juni 2000 in hoger beroep gekomen bij het gerechtshof te Leeuwarden. [Verweerster] heeft verweer gevoerd. 1.8 Het hof heeft bij (tussen)arrest van 28 november 2001 een comparitie van partijen gelast, onder meer teneinde met partijen te overleggen over een mogelijk in het verschiet liggend deskundigenbericht. Deze comparitie heeft plaatsgevonden op 4 maart 2002. 1.9 Vervolgens heeft het hof de zaak bij (tussen)arrest van 9 oktober 2002 naar de rol verwezen voor het verstrekken van informatie aan de zijde van [eiseres] zoals weergegeven in rechtsoverweging 3 en 4 van dat arrest. Daarin heeft het hof overwogen dat [eiseres] onder meer exact dient aan te geven hoe de situatie thans is na bestrating van de brandgang in geval van regen (rov. 3), alsmede het hof informatie dient te verschaffen over de vraag of zij heeft overlegd met diegene die de opdracht tot herbestrating gaf of die de bestrating uitvoerde(
- n)over (de wijze van) het opnieuw bestraten van de brandgang, ten einde de door haar gestelde wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen en of de bestrating vervolgens conform haar wens is uitgevoerd, of waarom dat niet is gebeurd (rov. 4). 1.10 Nadat beide partijen een akte hebben genomen, heeft het hof op 24 september 2003 arrest gewezen en daarin de bestreden vonnissen van de rechtbank bekrachtigd. 1.11 [Eiseres] heeft tijdig