Nr.01603/04 Mr. Jörg Zitting 8 maart 2005 Conclusie inzake: [verzoekster=verdachte]
(1)genoemde persoon ten gevolge van het strafbare feit is overleden, kunnen zich voegen diens erfgenamen terzake van hun onder algemene titel verkregen vordering en de personen, bedoeld in artikel 108, eerste en tweede lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek terzake van de daar bedoelde vorderingen."
- In onderhavige zaak staat vast dat de moeder van de benadeelde partij niet als gevolg van het strafbare feit is overleden. De dochter kan zich dus niet als erfgename onder algemene titel met betrekking tot de door haar moeder geleden schade als benadeelde partij voegen. Met andere woorden, de door de moeder geleden schade is niet als rechtstreekse schade bij de dochter onder te brengen (zie F.F. Langemeijer, Het slachtoffer en het strafproces, Studiepocket Strafrecht nr. 35, 2004, p. 59).
- Dit laat natuurlijk onverlet dat de dochter, als erfgename onder algemene titel, de door wijlen haar moeder geleden financiële schade bij de burgerlijke rechter kan vorderen van verzoekster.
- Het middel slaagt.
- Het eerste middel faalt en leent zich voor toepassing van art. 81 RO. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de vordering van de benadeelde partij en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, nevenvestiging Leeuwarden, teneinde op het bestaande hoger beroep in zoverre opnieuw te worden berecht. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Degene die rechtstreeks schade heeft geleden door een strafbaar feit.