Nr. 01008/05 H Mr Machielse Zitting 7 juni 2005 Conclusie inzake: [Aanvrager]
- Aanvrager van herziening is door de Rechtbank te Amsterdam bij verstekvonnis van 25 maart 2003 ter zake van "als degene aan wie het kenteken is opgegeven voor een motorrijtuig waarvoor een kentekenbewijs is afgegeven niet een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen sluiten en in stand houden" veroordeeld tot twee weken hechtenis. Voorts heeft de Rechtbank aan de aanvrager een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen opgelegd voor de duur van 6 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Deze zaak hangt samen met de door dezelfde aanvrager ingediende herzieningsaanvraag met nr. 00467/05 H, waarin ik heden ook conclusie neem.
- De herzieningaanvraag is ingediend door mr. A.J. van Ommeren, advocaat te Amsterdam.
- De aanvraag berust op de stelling dat de auto op de pleegdatum wel verzekerd was. Aangevoerd wordt dat aanvrager van beroep autohandelaar is en de op zijn naam staande voertuigen altijd direct aanmeldt bij zijn verzekering. In de aanvraag wordt dan ook gesteld dat de omstandigheid dat de voertuigen niet vermeld stonden in het Centraal Register Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (CRWAM) moet berusten op een miscommunicatie tussen zijn verzekeringsmaatschappij en de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Ter staving van deze stelling is bij de aanvraag een verklaring ex art. 34 WAM gevoegd welke op 11 december 2003 is afgegeven door Delta Lloyd Schadeverzekering NV, inhoudende dat op de pleegdatum 28 juli 1999 op naam van aanvrager een motorrijtuig met kenteken [AA-00-BB] was verzekerd.
(1)- Kennelijk is het desbetreffende voertuig dus door aanvrager wél bij zijn verzekeringsmaatschappij aangemeld, maar is het kenteken ten gevolge van een omissie niet doorgegeven aan de RDW, of door Delta Lloyd wel aan die instantie doorgegeven maar aldaar niet danwel onjuist geregistreerd. Wat er ook feitelijk precies mag zijn gebeurd, voornoemde door Delta Lloyd afgegeven verklaring, tot stand gekomen en afgegeven nadat de Rechtbank vonnis had gewezen, doet in ieder geval het ernstig vermoeden ontstaan dat de Rechtbank, ware zij daarmee bekend geweest, aanvrager - die overigens in beide feitelijke instanties bij verstek is veroordeeld - zou hebben vrijgesproken van het hem tenlastegelegde.
- Ik concludeer dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voorzover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van de Rechtbank van 25 maart 2003 zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam opdat deze op de voet van art. 467 Sv opnieuw zal worden behandeld en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Uit de bijgevoegde art. 34 WAM-verklaring kan voorts worden afgeleid dat de aanvrager bij Delta Lloyd kennelijk een zogenaamde "garageverzekering" heeft afgesloten, een verzekering die onder meer voor autohandelaren is bedoeld en een combinatie inhoudt van een algemene aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (avb) en een op de autobranche toegespitste motorrijtuigverzekering. Hierbij wordt aan de autodealer de mogelijkheid geboden op elk moment - tegenwoordig vaak zelfs via internet - middels de verzekeraar nieuwe kentekens bij de RDW aan te melden en niet meer bij het bedrijf in gebruik zijnde kentekens weer af te melden.
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.