Griffienr. 02769/04 Mr. Wortel Zitting:28 juni 2005 Conclusie inzake: [verzoeker = verdachte]
- Dit cassatieberoep betreft een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij verzoeker wegens "poging tot diefstal" is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf.
- Namens verzoeker heeft mr. A.P. Visser, advocaat te 's-Gravenhage, een schriftuur houdende cassatieklachten ingediend.
- Er wordt één middel voorgesteld. Daarin wordt er over geklaagd dat de zaak buiten aanwezigheid van verzoeker is behandeld.
- Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een faxbericht van mr R. Heemskerk, advocaat te 's-Gravenhage, gedateerd 12 juli
- Daarin is medegedeeld dat mr. Heemskerk namens verzoeker hoger beroep heeft ingesteld doch nadien geen contact meer met zijn cliënt heeft gehad. Het bericht houdt voorts in dat mr Heemskerk niet wist of zijn cliënt van de zittingsdatum op de hoogte was en/of aldaar wenste te verschijnen, en dat mr Heemskerk de verdediging neerlegde. Bij die stukken bevindt zich voorts een transportorder, waarin opdracht is gegeven verzoeker op 13 juli 2004 vanuit zijn detentieplaats over te brengen naar het Hof. Deze transportorder vermeldt twee griffienummers van het Hof, waaronder het giffienummer van de onderhavige zaak. Ten slotte is bij de stukken een "afstandsverklaring" te vinden, waarmee verzoeker heeft laten weten geen gebruik te maken van de gelegenheid om op 13 juli 2004 ter terechtzitting van het Hof te verschijnen, met als reden "hoefde niet van advocaat / geen dagvaarding gehad". Deze "afstandsverklaring" vermeldt alleen een griffienummer dat niet behoort bij de onderhavige zaak.
- Uit de aan de Hoge Raad toegezonden stukken blijkt voorts dat de voor verzoeker bestemde dagvaarding om ter terechtzitting van 13 juli 2004 voor het Hof te verschijnen bij het instellen van het rechtsmiddel, door mr Heemskerk als daartoe bepaaldelijk gevolmachtigde raadsman, terstond aan mr Heemskerk is uitgereikt.
- Deze uitreiking geldt, ingevolge de art. 408a, 450, eerste lid aanhef en onder a en tweede lid, en 588, derde lid, aanhef en onder b, laatste volzin, Sv als uitreiking aan verzoeker in persoon.
- Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft (de voorzitter van) het Hof ter terechtzitting vastgesteld: "dat in de zaak met rolnummer 2200234604 de verdachte, voor wie wel een transportorder is uitgegaan afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht, omdat hij geen dagvaarding in die zaak heeft ontvangen. In de onderhavige zaak is de verdachte volgens de wettelijke regels opgeroepen voor de zitting en is niet verschenen. Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte"
- Voor zover mr Heemskerk, toen als raadsman van verzoeker optredend, zou hebben verzuimd de hem ter hand gestelde appèldagvaarding (onverwijld) aan verzoeker te doen toekomen, moet die omstandigheid voor rekening van verzoeker blijven. Dat vloeit voort uit de wettelijke bepaling dat de uitreiking aan de raadsman (de tot het instellen van een rechtsmiddel gemachtigde) geldt als uitreiking in persoon.
- Daarom kon het Hof er van uitgaan dat de aantekening in de "afstandsverklaring" "hoefde niet van advocaat / geen dagvaarding gehad" op de onderhavige zaak geen betrekking kon hebben. Het Hof kon (en moest) er dus van uitgaan dat verzoeker van de zittingsdatum op de hoogte was, doch er voor gekozen heeft niet bij het Hof te verschijnen.
- Naar mijn inzicht is op goede gronden verstek tegen verzoeker verleend, zodat het middel faalt.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,
🔗 Naar officiële bron
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.