Nr. 01447/05 Mr. Vellinga Zitting: 18 april 2006 Conclusie inzake: [verdachte]
(1)over het indienen van een tegenvordering of het doen van een beroep op verrekening ter gelegenheid van de behandeling van de vordering van een benadeelde partij in het strafproces: "Anders dan in een procedure bij de burgerlijke rechter, is in het kader van het strafproces een tegenvordering (reconventie) niet toegelaten. De verdachte kan wel als verweer aanvoeren dat hij de schade wil verrekenen met een tegenvordering die hij op enigerlei grond op de benadeelde partij heeft (art. 6:127 e.v. BW). De mogelijkheden voor verrekening zijn echter gering. Art. 6:135 BW sluit elk beroep op verrekening uit indien de verplichting strekt tot vergoeding van schade welke de dader opzettelijk heeft toegebracht. Daarenboven schrijft art. 6:136 BW voor dat de rechter een vordering van een benadeelde partij ondanks een beroep op verrekening kan toewijzen indien de gegrondheid van dit verweer niet op eenvoudige wijze is vast te stellen en de vordering overigens voor toewijzing vatbaar is."
- In aanmerking genomen dat het Wetboek van Strafvordering niet voorziet in een vordering in reconventie en dat de onderhavige schade gelet op de bewezenverklaring opzettelijk is toegebracht en dus ingevolge art. 6:135 onder b BW verrekening niet mogelijk is, geeft het door het middel bestreden oordeel van het Hof in de onderhavige zaak geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Daarbij teken ik aan dat de overweging van het Hof dat in de procedure betreffende de vordering van de benadeelde partij geen verrekening mogelijk is, te algemeen is geformuleerd. Is de schade niet opzettelijk veroorzaakt dan valt een beroep op verrekening niet op voorhand uit te sluiten.
- Het middel faalt.
- Het tweede middel klaagt dat het Hof het bepaalde in art. 359 lid 2 Sv heeft geschonden doordat het zonder daarvoor bijzondere redenen op te geven is afgeweken van het uitdrukkelijk namens de verdachte voorgedragen standpunt dat ten onrechte wettelijke rente over de schadevergoeding is gevorderd.
- Blijkens zijn pleitnota, waarnaar het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep verwijst, heeft verdachtes raadsman aangevoerd: "De door [betrokkene 1] gevorderde rente en bijkomende indirecte kosten (?) dienen reeds aanstonds afgewezen te worden, nu deze bedragen met geen enkel verificatoir bescheid aannemelijk zijn gemaakt, noch worden gemaakt. Niet alleen heeft [betrokkene 1] -voorzover bekend- nimmer aanspraak gemaakt op de wettelijke rente, de rente is cliënt ook nooit aangezegd (onduidelijk is voorts op welke gronden de Rechtbank aansluiting heeft gezocht bij de datum 17 januari 2002). Ingevolge de tussen partijen gesloten overeenkomst (vide dossier blz. 37 e.v.) zijn partijen ook geen boete of vertragingsrente bij te late oplevering overeengekomen. Uit dien hoofde wordt er ten onrechte een bedrag terzake rente opgevoerd."