Nr. 00226/06 Mr. Vellinga Zitting: 17 oktober
(1)De wet stelt geen eisen aan de actualiteitswaarde van dergelijke adviezen en rapporten noch is hieraan ingevolge de wet enig instemmingsvereiste van verdachte verbonden voor gebruikmaking hiervan. Het stond het Hof in de onderhavige zaak derhalve vrij naast het advies van het PBC en het advies van psychiater Matthaei tevens acht te slaan op het naar aanleiding van een eerdere strafzaak tegen de verdachte opgemaakte rapport van de psycholoog Sterk uit 2002, zonder dat het Hof daarvoor de instemming van verdachte nodig had.
- Voorts wordt in de toelichting op het middel geklaagd, dat de motivering van de oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege onbegrijpelijk is nu het gebruikte PBC-rapport onder meer inhoudt dat de kans op recidive gering wordt geacht en in het rapport niet wordt geconcludeerd tot opname. Daardoor zou niet zijn voldaan aan het vereiste van een 'advies' van tenminste twee gedragsdeskundigen als bedoeld in art. 37 lid 2 juncto art. 37a Sr.
- Voor zover aan deze klacht de opvatting ten grondslag ligt dat alleen tot terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege kan worden overgegaan wanneer in de adviezen van beide gedragsdeskundigen daartoe wordt geconcludeerd, stelt het een eis die geen steun vindt in de wet. Overigens geldt, dat het oordeel van het Hof voldoende is gemotiveerd, ook wanneer in aanmerking wordt genomen dat het Hof is afgeweken van het advies van het PBC. Het Hof zet immers uiteen waarom het ten aanzien van de inschatting van het gevaar voor herhaling en het daaraan verbonden advies van terbeschikkingstelling meer waarde hecht aan het advies van de psychiater Matthaei dan aan dat van het PBC, en wel op grond van de helderheid van de uiteenzetting op dat punt van de psychiater Matthaei alsmede op grond van de inhoud van het reeds eerder in verband met een ander geweldsdelict uitgebrachte advies van de psycholoog Sterk, die destijds eveneens tot in verdachtes persoonlijkheid besloten liggend gevaar voor recidive concludeerde en adviseerde tot dwangbehandeling, zij het in de vorm van een voorwaardelijk strafdeel. Daarbij dient bedacht te worden dat deze motivering zijn kracht mede ontleent aan de omstandigheid dat het destijds door de psycholoog Sterk gesignaleerde gevaar voor recidive zich blijkens de bewezenverklaring in de onderhavige zaak gerealiseerd heeft. Voorts wijst het Hof erop dat de verdachte thans, anders dan ten tijde van het rapport van de psycholoog Sterk het geval was, niet gemotiveerd is om een behandeling te ondergaan, en dat de verdachte er blijkens meerdere veroordelingen voor geweldsdelicten in zeer uiteenlopende situaties niet voor terugdeinst om geweld te gebruiken.
- Volgens het middel had het Hof afzonderlijk aandacht moeten besteden aan het in de pleitnota in hoger beroep gesignaleerde verschil in waargenomen stoornissen tussen het PBC-rapport en het rapport van Sterk. Deze stelling gaat reeds daarom niet op omdat Sterks diagnose van verdachtes persoonlijkheidsstoornis steun vindt in het advies van de psychiater Matthaei. Overigens doet dit verschil ook niet af aan de kracht van de door het Hof gebezigde argumenten voor oplegging van een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Bedoeld verschil in diagnose vormt immers kennelijk mede een verklaring voor het verschil in taxatie van het gevaar voor recidive.
- Het middel faalt.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Vgl. HR 16 december 1997, NJ 1998, 334 waarin de Hoge Raad oordeelde dat in een geval waarin sprake is van een zgn. weigerende observandus noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis aanknopingspunten bieden voor de stelling dat het de rechter niet vrij zou staan acht te slaan op adviezen die in een eerdere strafzaak omtrent de persoonlijkheid van de verdachte zijn uitgebracht.