Nr. 03451/05 Mr. Vellinga Zitting: 17 oktober 2006 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1). 6. Dit proces-verbaal houdt voorts onder meer het volgende in: "De verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging, laatstgenoemde aan de hand van zijn pleitnotities, die na afloop bij de stukken zijn gevoegd. De raadsman voert daarbij een verweer als weergegeven in het arrest." 7. Het Hof heeft in de bestreden uitspraak onder het hoofd "bespreking van een verweer" het volgende overwogen: "De raadsman heeft namens de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep betoogd - zakelijk weergegeven - dat de verklaringen van [betrokkene 1] van het bewijs dienen te worden uitgesloten
- a)omdat de verdediging niet in enig stadium van het proces de gelegenheid heeft gehad deze getuige te ondervragen, terwijl diens verklaringen - in het bijzonder op het punt van de opzettelijke vrijheidsberoving/gijzeling - geen of onvoldoende steun vinden in de andere voorhanden bewijsmiddelen en
- b)omdat [betrokkene 1], gelet op zijn verklaring over (het dreigen met) een vuurwapen - dat nimmer is aangetroffen - en op de omstandigheid dat hij kennelijk niet wil meewerken aan zijn verhoor en zich daarom onvindbaar heeft gemaakt, ook overigens een onbetrouwbare getuige zou zijn. Het hof overweegt met betrekking tot dit verweer het volgende. Weliswaar is de verdediging niet in enig stadium van het proces in de gelegenheid geweest de getuige [betrokkene 1] te ondervragen, doch diens verklaringen - in het bijzonder ook op het punt van de opzettelijke vrijheidsberoving/gijzeling - vinden in voldoende mate steun in andere voorhanden bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van [betrokkene 2], de afgeluisterde telefoongesprekken, de verklaringen van andere verdachten in deze zaak en - zelfs - verdachtes eigen verklaring. Op grond hiervan acht het hof de verklaringen van [betrokkene 1], voorzover zij voor het bewijs worden gebruikt, voldoende betrouwbaar. De - overigens speculatieve - stelling van de raadsman dat de getuige [betrokkene 1] zich onvindbaar heeft gemaakt om zich aan een getuigenverhoor in deze zaak te onttrekken, doet - ook indien men uitgaat van de juistheid ervan - aan het vorenstaande niet af. Het verweer van de raadsman wordt mitsdien in beide onderdelen verworpen en de verklaringen van [betrokkene 1] kunnen dan ook tot het bewijs worden gebezigd." 8. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevinden zich niet de in voornoemd proces-verbaal vermelde pleitnotities. Navraag bij de strafgriffie van het Hof heeft opgeleverd dat de pleitnotities ook aldaar niet zijn terug te vinden en derhalve kennelijk in het ongerede zijn geraakt. 9. Door het ontbreken van de desbetreffende pleitnotities valt niet na te gaan of - behoudens het in de bestreden uitspraak weergegeven verweer -, en zo ja welke, verweren ter terechtzitting in hoger beroep zijn gevoerd. 10. Dit verzuim strijdt zozeer met een behoorlijke procesorde dat het, nu het onherstelbaar is, nietigheid van het onderzoek en de naar aanleiding daarvan gedane uitspraak meebrengt.