Nr. 02838/06 B Mr. Knigge Zitting: 29 mei 2007 Conclusie inzake: [betrokkene/klaagster]
(1)De raadsman deelt mede -zakelijk weergegeven-: In de maanden augustus/september zijn er onder regie van [betrokkene 1] geldbedragen op diverse rekeningen in België gestort. Via de zoon van [betrokkene/klaagster] zijn er geldbedragen op de rekening van [betrokkene/klaagster] gestort. Op 3 mei dient de strafzaak tegen [betrokkene/klaagster] in Tongeren. Ik vraag u, rechter, het ne bis in idem beginsel als vermeld in art. 552l eerste lid sub b Sv, in acht te nemen. Het onderhavige feit maakt deel uit van de lopende strafzaak in België; er is sprake van gelijktijdigheid van feiten. De officier van justitie wijst erop dat in de Belgische beschuldiging als pleegdata genoemd worden 2 en 4 september 2002, terwijl in de beschuldiging van het Amtsgericht Frankfurt am Main wordt gesproken over augustus 2002 als pleegperiode. Ik heb er evenwel geen bezwaar tegen, als de zaak wordt aangehouden, zodat bij de Belgische autoriteiten geïnformeerd kan worden of het onderhavige feit wél of niet buiten de aldaar ingestelde vervolging valt. De rechtbank schorst vervolgens, gehoord de raadsman van [betrokkene/klaagster] en de officier van justitie daaromtrent, het onderzoek in raadkamer voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat de zaak in beginsel mei 2006 zal worden voortgezet. De rechtbank beveelt dat de officier van justitie ervoor zal zorgdragen dat een kopie van de beschuldiging jegens [betrokkene/klaagster] van het Amtsgericht Frankfurt am Main aan de procureur des konings in Tongeren, genaamd Lijsels, zal worden toegezonden, met het verzoek om schriftelijk te reageren op de vraag of de Belgische strafzaak hetzelfde feitencomplex betreft als die in Duitsland."
- Het proces-verbaal van de behandeling in openbare raadkamer van 30 mei 2006 houdt, voor zover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: "De raadsman deelt mede -zakelijk weergegeven-: De brief die de officier van justitie aan de procureur des konings in Tongeren heeft toegezonden is heel duidelijk. Gelet op de brief d.d. 18 april 2006 van voornoemde procureur is bij mij echter de vraag gerezen of zij het onderhavige dossier wel heeft ingezien. Zij heeft heel kort door de bocht een negatief antwoord gegeven op de vraag of de Belgische strafzaak hetzelfde feitencomplex betreft als die in Duitsland. Tevens verschaft voornoemde brief geen duidelijkheid over de vraag of [bedrijf A] is betrokken bij de in België aanhangige strafzaak. Gelet op het vorenstaande verzoek ik om aanhouding van de onderhavige zaak, zodat ik zelf bij de rechtbank in Tongeren kan nagaan of [bedrijf A] betrokken is bij de in België lopende strafzaak. De officier van justitie brengt naar voren -zakelijk weergegeven-: Uit de brief van de procureur des konings van Tongeren is gebleken dat er geen sprake is van schending van het ne bis in idem beginsel, nu de in België en Duitsland lopende strafzaken andere feiten betreffen. Gelet op het vorenstaande verzet ik me tegen aanhouding van de onderhavige zaak en ben ik voorts van mening dat de vordering ex artikel 552n van het Wetboek van Strafvordering dient te worden toegewezen. De rechtbank overweegt dat de inhoud van de brief van de procureur des konings van Tongeren duidelijk is. In deze brief staat vermeld dat de feiten als vermeld in het [verzoek van het] Amtsgericht Frankfurt am Main een ander slachtoffer behelzen zodat die feiten als dusdanig niet vervolgd worden voor de rechtbank te Tongeren. Van schending van het ne bis in idem beginsel is daarmee geen sprake. Het verzoek van de raadsman om aanhouding van de zaak wordt, gelet op het voorgaande, afgewezen."
- De hiervoor bedoelde brief van de Procureur des Konings K. Leyssen houdt, voor zover voor de beoordeling van belang, het volgende in: "In antwoord op uw schrijven dd. 31.03 j.l. kan ik u meedelen dat mijn ambt inderdaad overging tot dagvaarding voor de Correctionele rechtbank alhier van [betrokkene/klaagster] uit hoofde van dader-mededaderschap aan feiten van gebruik valse stukken en oplichting, zoals omschreven in de bijgevoegde dagvaarding.