Nr. 02077/06 Mr. Vellinga Zitting: 19 juni 2007 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Van ondergeschikt belang acht ik dit feit bepaald niet. Van iemand die een tas vervoert op verzoek van een ander, en daarbij - onder de overigens in de overwegingen van het Hof geschetste omstandigheden - nalaat een onderzoek naar de aanwezigheid van verboden stoffen te verrichten kan eerder worden gezegd dat hij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard op de aanwezigheid van dergelijke stoffen dan van iemand die een tas leent. In het laatste geval is het initiatief immers uitgegaan van de verdachte en niet van een derde die mogelijk belang zou kunnen hebben bij het gebruiken van de tas door de verdachte vanwege de daarin verstopte contrabande.
- Het middel slaagt.
- De middelen 1 tot en met 4 kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Van de mogelijkheid te verwijzen naar een wettig bewijsmiddel waaraan dit feit is ontleend heeft het Hof geen gebruik gemaakt; vgl. HR 24 juni 2004, NJ 2004, 165, HR 15 mei 2007, LJN BA0424 en BA0425.