Nr. 03468/06 Mr Machielse Zitting 20 november 2007 Conclusie inzake: [verdachte]
(1): "Het bestreden arrest houdt, voorzover voor de beoordeling van het middel van belang, het volgende in: (..) Blijkens het proces-verbaal van bevindingen met nummer 2003125410-1 van verbalisant [verbalisant 1] van 14 mei 2003 is de woning X-hs te A. op 14 mei 2003 door de politie betreden en doorzocht. Blijkens bijbehorende "machtiging en verslag binnentreden in woning" is door [betrokkene 2], commissaris van het regionaal politiekorps Amsterdam/Amstelland (naar het hof begrijpt: in zijn hoedanigheid van hulpofficier van justitie) op 14 mei 2003 aan [verbalisant 1] voornoemd machtiging verleend om zonder toestemming van de bewoner ten behoeve van huiszoeking op grond van de Wet wapens en munitie binnen te treden in de woning gelegen aan de X-straat te A. Het hof merkt in dit verband op dat het een feit van algemene bekendheid is dat een woning in A., waar die betreft een benedenwoning die deel uitmaakt van een perceel met bovengelegen etagewoningen, wel wordt aangeduid met het huisnummer zonder meer, dan wel met het huisnummer met de toevoeging hs (huis). Kennelijk betrof de onderhavige woning aan de X-straat zo'n benedenwoning. Uit voormeld proces-verbaal van relaas met onderwerp: Zaak 3.07 XTC pillen R. en K., nummer 280-502/03, van verbalisant [verbalisant 2] van 22 juli 2003 blijkt - voor zover hier van belang - het volgende. Op 14 mei 2003 kwam via Meld Misdaad Anoniem een melding binnen luidende: "Melder meldt dat in de X-straat te A. drugs, wapens en geld aanwezig zijn en hangt op." Deze informatie is door de teamleider van het XTC-team vergeleken met de onderzoeksgegevens binnen het lopende onderzoek "Klaroen". Hieruit kwam naar voren dat de Volkswagen Golf, kenteken AA-BB-00, van K. via informatie van het baken in die auto, op 14 april 2003 in de X-straat is geweest, dat er in 2002, naar aanleiding van CIE-informatie dat - kortweg - Van B. en K. actief zijn in de uitvoer van xtc en amfetaminen, een onderzoek "Forel" heeft gelopen dat vanwege de capaciteit eind 2002 is gestopt, dat K. in dat onderzoek K. wordt genoemd en dat er in dat onderzoek contact is waargenomen tussen K. en R. K. had een antecedent uit 1998 ter zake van de Opiumwet. Het Klaroen onderzoek is gestart mede omdat - opnieuw - uit CIE informatie naar voren was gekomen dat K. nog steeds actief was in de verdovende middelenhandel. Uit tapgesprekken (het hof begrijpt: uit het Klaroen onderzoek) is gebleken dat er op 12, 21, 23 en 29 maart 2003, op 7, 14, 17, 18, 20, 23, 24, 29 april 2003 en op 3 en 6 mei 2003 buzzer/gsm contacten zijn geweest tussen de buzzer/telefoon in gebruik bij K. en de gsm in gebruik bij R., alsook dat R. op 13 mei 2003 te 18.14 uur op zijn mobiele telefoon een sms bericht heeft ontvangen met als tekst: "Wil deze week met je praten over die coca cola" (welke "die coca cola" de politie kennelijk heeft verstaan en ook kunnen verstaan als versluierd taalgebruik voor illegale waar, zoals verdovende middelen of wapentuig). Door de teamleider (het hof begrijpt: van het Klaroen onderzoek) is (het hof begrijpt: ter zake van deze feiten of omstandigheden) voor de CIE Amsterdam een zogeheten afscherm proces-verbaal opgemaakt om het lopende Klaroen onderzoek af te schermen, op grond waarvan vervolgens door personeel van een ander team van het kernteam op 14 mei 2003 perceel X-hs te A. (het hof begrijpt: daar bekend was dat de woning van R. voornoemd was gelegen X-hs te A.) is betreden en doorzocht. Gelet op voormelde feiten of omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, daarbij in aanmerking nemend dat het een feit van algemene bekendheid is dat bij personen die worden verdacht van (grootschaliger) handel in verdovende middelen regelmatig wapens worden aangetroffen, kan niet worden gezegd dat bij het op 14 mei 2003 binnentreden van de woning X-hs te A. en het vervolgens doorzoeken van die woning door de politie onrechtmatig is gehandeld. (..) In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. (
- i)de regiopolitie Amsterdam/Amstelland heeft op 14 mei 2003 van MMA informatie gekregen die op die dag aan MMA telefonisch (anoniem) was meegedeeld, inhoudende dat "in de X-straat 1 te A. drugs, wapens en geld aanwezig zijn"; (
- ii)deze informatie, die door de politie is vergeleken met gegevens van een lopend onderzoek naar de handel in verdovende middelen, heeft aanleiding gegeven tot het op diezelfde dag binnentreden en doorzoeken van de woning aan de X-hs te A.; (iii) MMA is de aanduiding van een telefoonlijn (een zogenoemde kliklijn) die door de Stichting Meld Misdaad Anoniem in stand wordt gehouden en die de mogelijkheid biedt tot anonieme melding van informatie over ernstige misdrijven; (
- iv)het bestuur van de stichting wordt in ieder geval gevormd door personen die zijn voorgedragen door het ministerie van Justitie, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de Raad van Hoofdcommissarissen en het Verbond van Verzekeraars, met wie de stichting samenwerkt en van wie zij jaarlijks financiële bijdragen ontvangt. (..) Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat geen rechtsregel eraan in de weg staat dat de politie anonieme informatie gebruikt als startinformatie voor een opsporingsonderzoek. Mede gelet hierop getuigt het oordeel van het Hof dat het gebruik van de informatie van MMA in het onderhavige geval niet in strijd is met art. 6 EVRM dan wel met beginselen van een behoorlijke procesorde, niet van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen 's Hofs vaststelling dat de juistheid van die informatie door de politie is getoetst en onderbouwd met nadere onderzoekgegevens, alsmede de omstandigheid dat het Hof de informatie niet voor het bewijs heeft gebruikt." 3.4. De Hoge Raad heeft met deze uitspraak het gebruik voor de opsporing van anonieme tips die bij de politie binnenkomen via de Stichting Meld Misdaad Anoniem toelaatbaar geacht. Uit de door de Hoge Raad geciteerde overwegingen van het hof in de betreffende zaak volgt dat de anonieme tip uitvoerig was geverifieerd. In zovere is onderhavige zaak daarmee niet helemaal vergelijkbaar. Van enig nader onderzoek op basis van de tip en voorafgaande aan de doorzoeking is echter wel sprake. Gelet op de melding van opvallend concrete gegevens, de omstandigheid dat zij ook vuurwapens betreft, dat niemand bij de woning staat ingeschreven en verdachte zich er wel begeeft als kennelijke bewoner met een bestelbus, acht ik het oordeel van het hof dat er voldoende verdenking bestond voor het betreden en doorzoeken van de woning niet onbegrijpelijk. 3.5. Als het hof met de rechtbank ervan is uitgegaan dat een enkele MMA-melding op zichzelf nooit voldoende grond voor verdenking kan opleveren en dat een verdenking eerst kan ontstaan wanneer die melding wordt bevestigd door extra onderzoek, is het hof mijns inziens uitgegaan van een verkeerde rechtsopvatting.
(2)Maar dat behoeft in deze zaak niet tot vernietiging te leiden, omdat het hof van oordeel was dat strengere eisen dienen te worden gesteld en dat aan deze strengere eisen in deze zaak was voldaan. En die weging van feitelijke omstandigheden die het hof heeft opgesomd heeft niet tot een onbegrijpelijke uitkomst geleid. 3.
- Het middel faalt.
- Het voorgestelde middel faalt. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van het bestreden arrest behoort te leiden.
- Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Overigens in de kern overeenkomstig HR 18 november 1980, NJ 1981,
- 2 Vgl. HR 14 september 1992, NJ 1993, 83.