Nr. 03601/06 Mr. Knigge Zitting: 29 januari 2008 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Belangrijker is dat, als het "verbeterblad" wordt weggedacht, bepaald niet duidelijk of het Hof nu wegens het primair tenlastegelegde danwel wegens het subsidiair tenlastegelegde heeft veroordeeld. Op dat essentiële punt is het arrest van het Hof innerlijk tegenstrijdig. Die tegenstrijdigheid werkt tot in het dictum door, terwijl juist de beslissingen in het dictum ondubbelzinnig dienen te zijn vastgelegd. Het is anders gezegd nog maar de vraag of de voorgestelde verbeteringen geen afbreuk doen aan de "essentie" van 's Hofs arrest omdat onduidelijk is wat die essentie is. Voor een verbeterde lezing van het arrest zie ik daarom geen ruimte.
- Het middel slaagt.
- Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gegronde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Nog steeds ontbreekt dan een expliciete vrijspraak van het primair tenlastegelegde, nog steeds wordt op p. 3 met betrekking tot de deelvrijspraken van het primair tenlastegelegde gesproken en nog steeds worden op p. 4 de verkeerde wetsartikelen aangehaald.