Nr. 07/10712 Mr. Vellinga Zitting: 23 september 2008 Conclusie inzake: [Verdachte]
(4)17. Het middel slaagt. 18. Het derde middel klaagt dat de bewezenverklaring van de onder 5 tenlastegelegde gekwalificeerde diefstal van een BMW niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. 19. Ten laste van de verdachte is onder 5 bewezenverklaard dat: "hij op 25 juni 2005 te 's-Gravenhage op de openbare weg de Wingerd, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een auto (merk BMW, kenteken [EE-00-FF]) toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte, met hoge snelheid met die auto is weggereden, terwijl voornoemde [slachtoffer 2] zich op de motorkap van die auto bevond ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] vanaf de motorkap met zijn hoofd op de straat is gevallen." 20. Deze bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: "24. De verklaring van de getuige [getuige 2], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2006. Deze verklaring houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven: [verdachte] is mijn partner. Het nummer van mijn mobiele telefoon is: [06-002]. 25. Een proces-verbaal met nummer PL 1535/2005/30215-12 van 27 juni 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 11] en [verbalisant 12] (doorgenummerde pagina's 288-290). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 27 juni 2005 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [slachtoffer 2]: Ik heb mijn personenauto, merk BMW en voorzien van het kenteken [EE-00-FF] te koop gezet op het internet. De vraagprijs was € 31.950,-. Op 25 juni 2005, omstreeks 09.00 uur werd ik gebeld door een mij onbekende man op mijn mobiele telefoon. Mijn telefoonnummer van mijn mobiele telefoon is [06-003]. De man vertelde mij dat hij [betrokkene 1] heette. [Betrokkene 1] vroeg mij naar de BMW die ik te koop had gezet. Ik vroeg [betrokkene 1] naar zijn telefoonnummer en hij zei tegen mij dat hij mij zou terugbellen zodat zijn nummer bij mij bekend zou worden. Ongeveer 5 minuten later werd ik teruggebeld door dezelfde man, Ik herkende de stem van de man die mij belde als de stem van de man uit het gesprek van vijf minuten daarvoor. Het nummer dat in de display van mijn mobiele telefoon verscheen, heeft mijn vrouw doorgegeven aan de politie. [Betrokkene 1] bood mij een prijs van € 27000,- voor de BMW en zei dat hij naar de auto wilde komen kijken. Ik zei dat wij dan zouden onderhandelen over de prijs. We hebben afgesproken dat hij omstreeks 11.00 uur naar de auto zou komen kijken. Omstreeks 10.30 werd ik weer gebeld op mijn mobiele telefoon door de man van de eerdere gesprekken. Hij vertelde mij dat hij bij de Mac Donalds was bij Ypenburg bij de afslag Nootdorp van de A13 en vroeg mij hem te komen ophalen. Toen ik bij de Mac Donalds aankwam, zag ik niemand. Op het moment dat ik mijn telefoon pakte, zag ik een man naast mijn auto staan. Ik vroeg de man of hij [betrokkene 1] was en hij knikte bevestigend. [Betrokkene 1] stapte in mijn auto en wij zijn naar mijn woning gereden. Eenmaal bij mijn woning aangekomen, heb ik de auto de oprijlaan opgereden. Wij stapten uit de BMW. Ik zag dat [betrokkene 1] weer in de BMW stapte op de bestuurdersplaats. Ik zag dat hij het portier dicht deed en tegelijkertijd met zijn andere hand de sleutel in het contact omdraaide en de auto startte. Dit ging allemaal heel snel. Ik zag dat [betrokkene 1] meteen met grote snelheid achteruit reed in mijn BMW. Ik ben direct achter mijn BMW aangerend en op het moment dat de BMW stilstond na te zijn gedraaid op de Wingerd, ben ik op de motorkap gesprongen. Ik heb meerdere keren geroepen dat hij moest stoppen. Ik hoorde dat [betrokkene 1] vol gas gaf en met hoge snelheid weg reed over de Wingerd. Ik ben ongeveer 10 meter meegesleurd. Ik viel van de motorkap af en kwam ten val op straat, waarbij ik met mijn hoofd op de straat terechtgekomen ben. Ik ben korte tijd buiten bewustzijn geweest. Op het moment dat ik bij kwam, was de BMW verdwenen. Ik ben opgenomen in het ziekenhuis Westeinde te Den Haag. Ik heb heel veel hoofdpijn en pijn aan de linkerzijde ter hoogte van mijn slaap. 26. Een proces-verbaal met nummer PL 1535/2005/30215-5 van 26 juni 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 11] (doorgenummerde pagina's 280-282). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 25 juni 2005 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [slachtoffer 2]: Op 25 juni 2005 werd mijn man gebeld op zijn mobiele telefoon door een man die zich voorstelde als [betrokkene 1] (fon). Hij heeft twee keer gebeld; om 09.00 uur en 10.27 uur. Zijn nummer is [06-004]. De BMW X5 met het kenteken [EE-00-FF] staat op naam van mijn man (het hof begrijpt: [slachtoffer 2]). 27. Een proces-verbaal met nummer PL 1535/2005/30215-17 van 29 juni 2005, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 13] (doorgenummerde pagina's 306-307). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 juni 2005 tegenover verbalisant afgelegde verklaring van [getuige 3]: Op zaterdag 25 juni 2005, omstreeks 10.53 uur, reed ik in mijn personenauto in Den Haag. Op de kruising van de Guirlande en De Wingerd werd ik afgesneden door een BMW, die ik herkende als de auto die altijd bij [a-straat 1] voor de deur staat. Ik reed verder en zag een man op de grond liggen. Dit bleek later de eigenaar van de gestolen auto te zijn. 28. Een proces-verbaal met nummer 2005166342 van 4 januari 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina 596). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Uit de telefonische contacten op 25 juni 2005 t/m 22 juli 2005 tussen het mobiele telefoonnummer [06-004], in gebruik bij "[betrokkene 1]", en andere gebelde danwel inbellende communicatiemiddelen blijkt dat "[betrokkene 1]"meerdere specifieke relaties heeft die te relateren zijn aan [verdachte]. Uit een stemherkenning blijkt dat de "intro" van de voicemail van de [06-004] is ingesproken door [verdachte]. Ook uit de historische telefoongegevens van de [06-004] over de periode 27 mei t/m 24 juni 2005 blijkt dat er meerdere specifieke telefoonnummers naar voren komen die te relateren zijn aan [verdachte]. Vervolgens blijkt, door het vergelijken van het "actuele" telefoonoverzicht met het historische telefoonoverzicht van de [06-004], dat er dusdanige parallellen bestaan tussen beide overzichten, dat aangenomen kan worden dat we met een en hetzelfde relatienetwerk van doen hebben. Met name op grond van de combinatie, de frequentie en de tijdsduur van de specifieke relaties van [verdachte] (familie en vrienden) kan aangenomen worden dat de mobiele telefoon [06-004] alleen in gebruik is geweest bij [verdachte]. 29. Historische gegevens van het nummer [06-004], als bijlage gevoegd bij een procesverbaal met nummer 2005166342 van 4 januari 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina 650). Startdatum/tijd Einddatum/tijd A-nummer B-nummer duur 25-jun-2005 02:04:41 25-jun-2005 02:11:41 [06-002] [06-004] 7:00 25-jun-2005 02:17:00 25-jun-2005 02:33:45 [06-002] [06-004] 16:45 25-jun-2005 02:40:58 25-jun-2005 02:41:02 [06-004] [06-002] 0:04 25-jun-2005 02:51:49 25-jun-2005 02:55:34 [06-002] [06-004] 3:45 25-jun-2005 08:57:09 25-jun-2005 08:59:54 [06-004] [06-003] 2:45 25-jun-2005 09:01:40 25-jun-2005 09:03:09 [06-004] [06-003] 1:29 25-jun-2005 09:04:31 25-jun-2005 09:06:37 [06-004] [06-005] 2:06 25-jun-2005 10:28:20 25-jun-2005 10:29:20 [06-004] [06-003] 1:00 25-jun-2005 11:02:51 25-jun-2005 11:03:34 [06-004] [06-005] 0:43 25-jun-2005 11:54:34 25-jun-2005 11:55:21 [06-004] [06-005] 0:47 25-jun-2005 15:48:12 25-jun-2005 15:48:16 [06-002] [06-004] 0:04 26-jun-2005 17:10:43 26-jun-2005 17:10:47 [06-002] [06-004] 0:04 30. Een proces-verbaal met nummer 2005166342 van 4 januari 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (doorgenummerde pagina's 590-596, met als bijlage twee plattegronden). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Zaterdag 25 juni 2005 Op 25 juni 2005 heeft er in Den Haag een carjacking plaatsgevonden. De dader die zich "[betrokkene 1]" noemde heeft aangever [slachtoffer 2] telefonisch benaderd met het mobiele telefoonnummer [06-004]. Uit de historische gegevens van de [06-004] blijkt dat om 09.04 uur gebeld wordt naar [06-005] t.n.v. [betrokkene 5]. opmerking verbalisant: Uit onderzoek is gebleken dat het telefoonnummer [06-005] ten name staat van [betrokkene 5], wonende [b-straat 1] te [plaats]. Het mobiele telefoonnummer van [betrokkene 5] komt voor onder de naam "[betrokkene 5]" en "[betrokkene 5]" in de telefoonboeken van de later inbeslaggenomen mobiele telefoons van [verdachte]. Uit de historische gegevens van de [06-004] blijkt dat deze om 10.28/10.29 uur aanstraalt op paal 1623.1, volgens provider Telfort: Alexander Fleminglaan 1 te Delft. opmerking verbalisant: De Alexander Fleminglaan te Delft ligt in de omgeving van de woning van [verdachte] aan de [c-straat] te Delft. Uit de historische gegevens van de [06-004] blijkt, dat de [06-004] om 10.36 uur aanstraalt op paal 1573.1, volgens provider Telfort: Brasserkade 2 te Delft. opmerking verbalisant: uit onderzoek blijkt dat de vestiging van de Mac Donalds aan de Kleveringweg 2 te Delft in de buurt ligt van de Brasserkade. Uit de historische gegevens van de [06-004] blijkt dat er om 11.02 uur en 11.54 uur gebeld wordt naar telefoonnummer [06-005] t.n.v. [betrokkene 5]. De [06-004] straalt aan op palen 1608.2 en 546.2, volgens provider Telfort betreft het de Lange Kleiweg te Rijswijk en Motorwal 20-272 te Amsterdam. opmerking verbalisant: De locatie Motorwal ligt vlakbij de [b-straat] alwaar [betrokkene 5] woonachtig is. 31. Een proces-verbaal met nummer 2005166342 van 6 januari 2006, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] (doorgenummerde pagina's 651-663). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Zaterdag 9 juli 2005 Uit de historische gegevens van de [06-001] in gebruik bij [verdachte] (het hof begrijpt: verdachte [verdachte]) blijkt dat om 11.09 uur gebeld wordt naar [06-005] t.n.v. [betrokkene 5]. Uit de historische gegevens van de [06-001], in gebruik bij [verdachte], blijkt dat tussen 12.25 en 12.46 vijfmaal gebeld wordt naar [06-005] t.n.v. [betrokkene 5]." Voorts heeft het Hof met betrekking tot het bewijs van feit 5 overwogen: "Nadere bewijsoverweging Het hof overweegt ten aanzien van het onder 5 bewezenverklaarde het navolgende. Uit de verklaring van aangever [slachtoffer 2] afgelegd bij de politie op 27 juni 2005 (pagina 288
- ev)blijkt dat hij op 25 juni 2005 omstreeks 09.00 uur telefonisch wordt benaderd door een hem onbekende man, zich [betrokkene 1] noemend, die interesse toont in de door aangever te koop aangeboden BMW, type X5, met een vraagprijs van ruim € 30.000,-. Afgesproken wordt dat [betrokkene 1] die dag om 11 uur naar de auto zal komen kijken. Rond 10.30 uur wordt aangever wederom gebeld door de man die zich [betrokkene 1] noemt met het verzoek hem op te halen bij de Mac Donalds bij de afslag Nootdorp van de A13. De man die aldaar naar zijn auto toekomt, bevestigt [betrokkene 1] te zijn. Bij de woning van aangever gaat [betrokkene 1] er uiteindelijk (uit de verklaring van getuige [getuige 3] afgelegd bij de politie op 29 juni 2005 (pagina 306) leidt het hof af omstreeks 10.53 uur) met de auto van aangever vandoor, waarbij aangever lichamelijk letsel oploopt. Uit de historische gegevens (pagina 623
- ev)van het nummer [06-004], zoals toegelicht in het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot deze telecomgegevens (pagina 590 ev), blijkt dat de aangever [slachtoffer 2] met dat nummer is gebeld. Nader onderzoek door de politie wijst uit dat de mobiele telefoon met het nummer [06-004] te herleiden is naar verdachte [verdachte]. Zo wordt de stem van de persoon die de voicemail boodschap van het nummer [06-004] heeft ingesproken herkend als die van verdachte (proces-verbaal van bevindingen van 27 oktober 2005, pagina 498) en blijkt uit de opgenomen en afgeluisterde gesprekken en historische gegevens van de betreffende mobiele telefoon dat de telefonische contacten tussen deze telefoon en andere gebelde danwel inbellende communicatiemiddelen toe te schrijven zijn aan personen die behoren tot het relatienetwerk van verdachte. Voorts komt het nummer [06-004] voor in het telefoonboek van de mededader van het onder 2 bewezenverklaarde feit, [betrokkene 2]; onder de vermelding '[...]' (het hiervoor genoemde proces-verbaal, pagina 596). Verdachte ontkent ter terechtzitting in hoger beroep niet dat de telefoon die gebruikt is rond de wederrechtelijke toe-eigening van de auto (hierna vermeld als de carjacking) van 25 juni 2005 van hem is geweest, maar verklaart dat hij deze telefoon de avond tevoren, te weten op 24 juni 2005, is kwijtgeraakt. Verdachte verklaart dat hij een aantal keren met de telefoon van zijn vriendin [getuige 2] naar zijn eigen telefoon heeft gebeld, ten einde de verblijfplaats ervan te achterhalen, hetgeen contacten tussen zijn telefoon en die van zijn vriendin zouden verklaren. Het hof acht het door verdachte gestelde niet aannemelijk. Zo blijkt uit het meergenoemd historisch overzicht van het telefoonnummer [06-004] dat het belgedrag van verdachte na het moment waarop hij verklaart de telefoon te zijn kwijtgeraakt niet wezenlijk veranderd is. De telefoon met bovenstaand nummer heeft in de nacht van 24 op 25 juni 2005 nog langdurig contact gehad met de telefoon eindigend op de cijfers -.... toebehorende aan zijn vriendin [getuige 2]; te weten 7 minuten op 25 juni om 02.04 uur en bijna 17 minuten op 25 juni om 02.17 uur. Hierna is er nog een kort uitgaand contact geweest van de telefoon van verdachte naar die van zijn vriendin waarna er ongeveer 10 minuten later om 02.51 uur wederom een (inkomend) contact van 03.45 minuten plaatsvindt met de telefoon van [getuige 2]; langdurige contacten die niet verklaard worden door het door verdachte gestelde, te weten dat hij contact zocht met zijn telefoon om de verblijfplaats ervan te achterhalen. Ook na de carjacking op 25 juni 2005 heeft de telefoon van [getuige 2] nog verscheidene malen getracht contact op te nemen met de (vanaf 25 juni 2005 omstreeks 12.00 uitgeschakelde) telefoon van verdachte, hetgeen moeilijk te rijmen is met de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij zijn vriendin direct verteld heeft over het verlies van zijn telefoon. Uit de stukken van het dossier kan daarnaast het navolgende worden afgeleid. Uit de historische gegevens blijkt, zoals hiervoor is vermeld, dat de telefoon met het nummer [06-004] heeft gebeld met de telefoon van aangever rond de tijdstippen vermeld in de aangifte. Hoewel het nummer [06-004] rond 9.00 uur aanstraalt op een paal in de buurt van Tilburg blijkt uit de gegevens dat de gsm om 10.28 uur, het tijdstip waarop degene die zich [betrokkene 1] noemt de aangever belt met het verzoek hem op te halen bij de Mac Donalds, aanstraalt op een paal aan de Alexander Fleminglaan te Delft, hetgeen in de nabije omgeving is van de woning van verdachte aan de [c-straat] te Delft. Rond 10.36 uur straalt de telefoon vervolgens aan op een paal in de buurt van de Mac Donalds te Delft, eveneens niet ver verwijderd van zijn woning. Voorts kan uit voornoemde historische gegevens worden vastgesteld dat de telefoon met het nummer [06-004] zowel voor de carjacking om 09.04 uur als na de carjacking om 11.02 en 11.54 uur gebeld heeft met een telefoonnummer op naam van [betrokkene 5]. '[Betrokkene 1]' is dan kennelijk op weg naar deze [betrokkene 5] nu de telefoon van verdachte om 11.54 aanstraalt op een paal in de buurt van de woning van [betrokkene 5] voornoemd te Amsterdam. Het hof constateert dat deze [betrokkene 5] eveneens in beeld komt met betrekking tot het onder 1 bewezenverklaarde feit. Verdachte onderhoudt ook kort voor en na dàt feit telefonische contacten met [betrokkene 5] (pagina 698). Deze [betrokkene 5] is blijkens een door de advocaat-generaal ter terechtzitting in hoger beroep overgelegd vonnis van 27 juli 2006 door de rechtbank te Amsterdam veroordeeld voor gewoonteheling van auto's uit het duurdere marktsegment. Tenslotte kan worden opgemerkt dat het signalement dat aangever van '[betrokkene 1]' heeft verstrekt, verdachte niet uitsluit, terwijl ook de onderhavige zaak net als de bewezengeachte feiten 1 en 2 een carjacking van een dure auto betreft, uitgevoerd in het weekend, een periode waarin verdachte vanwege (weekend)verlof niet in de penitentiaire inrichting verbleef. Uit voornoemde feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt het hof af dat de telefoon met het nummer [06-004] uitsluitend in gebruik is geweest bij verdachte en hij, als bezitter van deze telefoon, het onder 5 tenlastegelegde feit heeft gepleegd. Daarbij merkt het hof nog op dat de verdachte voor het feit dat zijn telefoon voor het maken van afspraken met het slachtoffer is gebruikt geen redelijke, de redengevendheid van voornoemd bewijsmateriaal ontzenuwende verklaring heeft gegeven, zoals hiervoor nader is overwogen." 21. Het middel bevat ten eerste de klacht dat het Hof in zijn bewijsoverweging ten onrechte heeft overwogen dat uit hetgeen verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard kan worden afgeleid dat hij zijn vriendin direct heeft verteld over het verlies van zijn telefoon en aldus die verklaring van verdachte heeft gedenatureerd. Deze klacht doelt, blijkens de toelichting, op 's Hofs nadere bewijsoverweging, voor zover inhoudende: "Verdachte ontkent ter terechtzitting in hoger beroep niet dat de telefoon die gebruikt is rond de wederrechtelijke toe-eigening van de auto (hierna vermeld als de carjacking) van 25 juni 2005 van hem is geweest, maar verklaart dat hij deze telefoon de avond tevoren, te weten op 24 juni 2005, is kwijtgeraakt. (...) Ook na de carjacking op 25 juni 2005 heeft de telefoon van [getuige 2] nog verscheidene malen getracht contact op te nemen met de (vanaf 25 juni 2005 omstreeks 12.00 uitgeschakelde) telefoon van verdachte, hetgeen moeilijk te rijmen is met de verklaring van verdachte ter terechtzitting in hoger beroep dat hij zijn vriendin direct verteld heeft over het verlies van zijn telefoon." 22. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 12 oktober 2006 houdt in dat de verdachte aldaar heeft verklaard, voorzover hier van belang: "Ten aanzien van feit 5: Ik heb mij niet schuldig gemaakt aan dit feit. De telefoon die de dader van de carjacking op 25 juni 2005 heeft gebruikt is inderdaad van mij geweest. Op de avond van 24 juni was ik de telefoon kwijt. Ik was thuis toen ik er achter kwam. Met de telefoon van [getuige 2] heb ik vervolgens naar mijn telefoon gebeld. Een of twee keer werd er opgenomen, maar werd er niets gezegd. De overige keren dat ik belde werd er niet opgenomen of kreeg ik de voice-mail. Familie en vrienden hebben ook mijn telefoon gebeld. Op een gegeven moment ben ik gestopt met bellen. Ik heb iedereen niet meteen laten weten dat ik mijn telefoon kwijt was. Alleen mensen zoals mijn vader en [getuige 3] wisten ervan." 23. Het Hof heeft het hiervoor onder 11 weergegeven onderdeel van de verklaring van de verdachte kennelijk en niet onbegrijpelijk aldus verstaan dat verdachte weliswaar niet meteen aan iedereen heeft laten weten dat hij zijn telefoon kwijt was zodra hij dat ontdekte, maar dat hij dat wel direct heeft verteld aan (onder meer) zijn vader en - zoals voor de hand lag omdat hij met haar telefoon zijn telefoon is gaan bellen toen hij ontdekte dat hij zijn telefoon miste - zijn vriendin [getuige 2]. Aldus heeft het Hof, anders dan het middel stelt, aan de verklaring van verdachte geen verdergaande of andere betekenis gegeven dan de betekenis die de verdachte daaraan heeft willen toekennen. Van (ontoelaatbare) denaturering is derhalve geen sprake. 24. Het middel faalt in zoverre. 25. Voorts klaagt het middel dat het terzake van feit 5 tot bewijs gebezigde proces-verbaal van politie, opgemaakt door opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (bewijsmiddel 28) - gelet op art. 344 lid 1 Sv - ontoelaatbare conclusies van de verbalisant bevat. 26. Het middel stelt terecht dat de in bedoeld proces-verbaal weergegeven mededeling van de verbalisant voor zover inhoudende dat "aangenomen kan worden dat we met een en hetzelfde relatienetwerk van doen hebben" en "kan aangenomen worden dat de mobiele telefoon [06-004] alleen in gebruik is geweest bij [verdachte]" ontoelaatbare conclusies van de verbalisant behelst. De klacht behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden omdat deze conclusies geen dragend element vormen van de bewijsvoering van het Hof. De verdachte heeft immers zelf verklaard dat de telefoon met het nummer [06-004] aan hem tot kort voor het bewezenverklaarde feit aan hem toebehoorde, terwijl zijn verklaring dat hij de telefoon op 24 juni 2005 kwijt is geraakt door het Hof als kennelijk leugenachtig wordt aangemerkt zonder dat bij de motivering van dat oordeel bedoelde conclusies een rol spelen. 27. Voor het overige is het middel dus tevergeefs voorgesteld. 28. Het vijfde middel klaagt dat de redelijke termijn in cassatie is overschreden nu tussen het tijdstip waarop beroep in cassatie is ingesteld en dat waarop de stukken door de Hoge Raad zijn ontvangen meer dan twaalf maanden zijn verstreken. 29. De verdachte - die ten tijde van de aanzegging in verband met deze zaak in voorlopige hechtenis verbleef - heeft op 22 februari 2007 beroep in cassatie ingesteld. Blijkens een op de inventaris van de stukken geplaatst stempel zijn deze op 7 maart 2008 ter griffie van de Hoge Raad binnengekomen. Dat brengt mee dat de redelijke termijn is overschreden. Gelet op de mate van overschrijding van die termijn moet de straf dus worden verminderd. 30. Ambtshalve wijs ik voorts op het volgende. Verdachte - die ten tijde van de aanzegging in verband met deze zaak in voorlopige hechtenis verbleef - heeft (dus) op 22 februari 2007 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan 16 maanden zijn verstreken. Dat brengt eveneens mee dat in cassatie de redelijke termijn is overschreden, zodat gelet op de te verwachten mate van overschrijding van de termijn van zestien maanden ook om deze reden de straf moet worden verminderd. 31. Het middel slaagt. 32. Het eerste en het derde middel kunnen worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering. 33. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd. 34. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de voor het onder 3 bewezenverklaarde feit, gegeven kwalificatie en tot kwalificatie van het onder 3 bewezenverklaarde als "medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit wordt begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III", en "medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie", tot vernietiging voor wat betreft het onder 4 bewezenverklaarde feit en voor wat betreft de strafoplegging, en in zoverre terugwijzing naar het Hof dan wel verwijzing naar een aangrenzend Hof teneinde in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Een tot de stukken van het geding behorend proces-verbaal van politie ten aanzien van de technische omschrijving van genoemd wapen en genoemde munitie, houdt in dat het aangetroffen wapen een wapen is in de zin van art. 2, lid 1, Categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie (WWM) en dat het vuurwapen gevuld was met voor dat vuurwapen geschikte patronen/munitie (proces-verbaal van politie d.d. 21 juli 2005, nr. 2005174044, p. 112 van het doorgenummerde proces-verbaal).Dat ook het Openbaar Ministerie zich heeft vergist vindt steun in het ter terechtzitting in eerste aanleg van 18 januari 2006 door de officier van justitie gehouden requisitoir. Het aan het proces-verbaal van die zitting gehechte requisitoir houdt namelijk onder het kopje "Feit 2. Voorhanden hebben van vuurwapen. (...) [verdachte]" in: "- Aantrefffen wapen/muts. Voor de passagierstoel wordt een geladen vuurwapen gevonden (...). Het betreft een cat. III wapen (p. 112). - Wapenrapport: 9 mm Luger, 75 D compact (p. 112), met 7 scherpe patronen, p. 69" 2 Vgl. HR 11 januari 2005, LJN AR5101, HR 18 november 2003, LJN AJ0533 en HR 3 april 2007, LJNAZ7072 (niet gepubl.). 3 Vlg. HR 3 juni 1997, NJ 1997, 657 en HR 3 juli 2007, LJN BA5034. 4 Vgl. HR 4 maart 2008, LJN BC3667.