Nr. 08/01258 Mr. D.W.F. Verkade Parket 14 november 2008 Conclusie inzake: [Verzoeker]
(2). 3.2. Middel 1 faalt omdat uit niets in 's hofs arrest blijkt dat het hof de (door [verzoeker] betwiste) samenwoning met zijn vriendin aan zijn beslissing tot bekrachtiging van het vonnis van 7 januari 2008 ten grondslag heeft gelegd; uit rov. 3.2 en 3.3 moet zelfs het tegendeel worden afgeleid. 3.3. Voor middel 2 geldt mutatis mutandis hetzelfde als voor middel 1. 3.4. Middelen 3 en 4, wat daar overigens van zij, klagen over een klaarblijkelijk door het hof in de slotalinea van rov. 3.3 ten overvloede gegeven beslissing (zie de strofen aldaar 'Daar komt nog bij...' en 'Ook hierin...'). De klachten missen daarom belang tenzij een of meer van de hierna te bespreken klachten succes zou hebben, wat niet het geval zal blijken te zijn. 3.5. Middelen 5 en 6 hebben betrekking op de blijkens rov. 3.3 voor het hof wél doorslaggevende niet nakoming van sollicitatieverplichtingen. De klachten falen. De klacht onder (
- a)faalt omdat zij voorbij gaat aan de - voldoende gemotiveerde en begrijpelijke - constatering van het hof in rov. 3.3 dat het door [verzoeker] bij brief van 17 september 2007 overgelegde overzicht van sollicitaties slechts betrekking heeft op de periode van 23 juli 2007 tot 17 september 2007, en niet op de periode daarna. De klacht onder (
- b)faalt omdat zij voorbij gaat aan genoemd manco zijdens [verzoeker] sedert 17 september 2007 en voorts miskent dat het hof (reeds hierom) niet gehouden was om aan de - overigens onomstreden - sollicitatieplicht nadere invulling te geven als in de klacht bedoeld. 3.6. Middel 7 miskent dat de nu juist ten behoeve van 'sanieten' gecreëerde wettelijke faciliteit van een schuldsaneringsregime met een potentieel 'schone lei' aan het einde, daarmee uiteraard ten nauwste samenhangende inlichtingenplichten jegens bewindvoerders meebrengt. Het faalt vanwege deze miskenning, en voorts om dezelfde redenen als waarom middelen 5 en 6 falen. 3.7. Middel 8 geeft niet aan waar de daarin bedoelde klachten (ten aanzien van proportionaliteit en subsidiariteit) eerder naar voren zijn gebracht. Het miskent dat het hof hierover niet ambtshalve had te oordelen. Het miskent ook het karakter van de wettelijke 'postblokkade'. Het faalt voorts waar het kennelijk voortbouwt op de eerdere, vergeefs voorgestelde middelen. 4. Conclusie Mijn conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, A-G 1 Binnen acht dagen; art. 351, vijfde lid Fw. 2 Middel 'X' aan het slot speelt geen rol (meer), nu het proces-verbaal van de mondelinge behandeling inmiddels is nagezonden en niet tot nadere klachten heeft geleid.