Nr. 08/00379 Mr. Machielse Zitting 12 mei 2009 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Tegenover de bewijsconstructie van het hof, inclusief de extra bewijsoverwegingen waarin het hof op de bewijsverweren van de advocaat van verdachte ingaat, weet de schriftuur niet meer te stellen dan dat het bewijs van het opzet tekort schiet. Waarom dat het geval zou zijn wordt niet geëxpliciteerd. Dit onderdeel kan buiten beschouwing worden gelaten.
- Het derde middel klaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase en is gegrond. Op 13 juli 2007 is cassatie ingesteld, maar het dossier is eerst op 30 oktober 2008 ter administratie van de Hoge Raad ontvangen. Aldus is de door de Hoge Raad op acht maanden gestelde inzendtermijn met zeven maanden en 17 dagen overschreden. Deze schending dient tot een verlaging van de opgelegde straf te leiden.
- Het derde middel is gegrond. Het eerste middel faalt en kan met de aan art. 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Wat als tweede middel wordt voorgesteld voldoet niet aan de eisen die aan een cassatiemiddel worden gesteld en kan buiten bespreking blijven.
- Deze conclusie strekt tot verlaging van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep voor het overige. De Procureur-Generaal Bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met 07/10403 ([medeverdachte 2]), 07/10134 ([medeverdachte 1]), 07/10206 ([medeverdachte 7]), 08/01568 ([medeverdachte 4]) en 08/04492 ([medeverdachte 5]), in welke zaken ik ook vandaag concludeer. 2 Vgl. HR 4 september 2007, LJN BA5844.