Nr. 07/11428 Mr. Knigge Zitting: 2 juni 2009 Conclusie inzake: [Verdachte 2]
(20), doch gewijzigd in 3.10 (3.11) Voorschrift Vreemdelingen 2000 voorziet in een bevoegdheid van de korpschef van - voor zover van belang - de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft of wil kiezen (vet:hof), gaat "het hof daaraan voorbij nu het in de onderhavige zaak vast staat dat geen van de vreemdelingen waarvoor een aanvraag is ingediend, het op zijn aanvraagformulier, door de verdachte en/of zijn mededaders, opgegeven adres, een door de vreemdeling 'gekozen' adres betrof en evenmin door de verdachte en/of zijn mededaders is aangegeven dat het opgegeven adres een domicilie betrof. Dat bij de opgave van 'adres' moet worden gelezen, althans begrepen, 'domicilie' dan wel 'gekozen adres', zoals door de verdachte ter zitting is betoogd, vindt zonder meer geen steun in de vreemdelingen wet- en regelgeving. Daarenboven is deze door de verdachte gegeven invulling aan het 'adres' onaannemelijk nu doorgaans aan de vreemdeling wiens aanvraagformulier het betrof, niet werd gevraagd wat zijn woon - of verblijfplaats was. De verdachte en zijn mededaders gingen er -bij voorbaat- van uit dat de vreemdeling geen woon- of verblijfplaats had dan wel dat niet bekend wilde maken uit angst voor de Vreemdelingenpolitie bereikbaar te zijn. Op de aanvraag werd -zonder meer- een van de hieronder te noemen adressen in [plaats A] en [plaats B] op de aanvraag ingevuld. Daar hadden de verdachte en zijn mededaders ook belang bij, omdat veel van de vreemdelingen die zich bij de verdachte dan wel [A] meldden, niet uit [plaats A] kwamen, zodat de bevoegdheidsregels, neergelegd in de regeling ter zake van het rechtmatig verblijf van vreemdelingen, er aan in de weg zouden staan dat de aanvraag voor de beoogde verblijfsvergunning door de Vreemdelingendienst te Den Haag zou worden behandeld. Op enig moment is op het -Model M35-A door de verdachte en/of zijn mededaders, na 'adres', -eigenmachtig het gegeven 'postadres' ingevoegd. Door of namens de vreemdeling wordt hierdoor, naar het oordeel van het hof, impliciet benadrukt dat 'adres' niet zijn of haar postadres is, maar zijn woon- of verblijfplaats. In de onderhavige zaak staat vast dat, in de periode van 1 oktober 2001 tot 22 januari 2004, op de - door de verdachte en zijn mededaders - ingediende M35-A formulieren, bij "Adres" één van de volgende adressen werd opgegeven in de daarachter opgegeven aantallen: [a-straat 1], [plaats A] - 169 vreemdelingen [b-straat 1], [plaats A] -1601 vreemdelingen [e-straat 1], [plaats A] - 680 vreemdelingen [c-straat 1], [plaats A] - 487 vreemdelingen [d-straat 1], [plaats B] - 436 vreemdelingen. Naar het oordeel van het hof staat vast dat in alle van de hiervoor aangegeven gevallen de opgegeven 'adressen' vals zijn in die zin dat deze niet door de vreemdeling als woon- of verblijfplaats waren opgegeven en geen van de vreemdelingen op een van de adressen feitelijk zijn woon- of verblijfplaats had."
- Of bij de invulling van M35-A formulieren met het opgeven van een postadres kan worden volstaan, doet in onderhavige zaak niet ter zake. Verdachte wordt niet verweten dat hij een postadres heeft ingevuld, terwijl hij een woonadres had moeten invullen. In dat geval zou (zeker als duidelijk was aangegeven dat het opgegeven adres een postadres was) het formulier onvolledig zijn ingevuld (omdat geen woonadres was vermeld), maar niet in strijd met de waarheid zijn opgemaakt. Verdachte en zijn medeverdachten wordt verweten dat zij telkens een adres hebben vermeld dat zij in strijd met de waarheid voor de woon- of verblijfplaats van de aanvrager hebben laten doorgaan. Het gaat hier dus niet zozeer om uitleg van de wet- en regelgeving, maar om de uitleg van de formulieren zoals die daadwerkelijk door de verdachten zijn ingevuld. De uitleg die het Hof aan de ingevulde formulieren heeft gegeven kan daarbij slechts op zijn begrijpelijkheid worden getoetst. Welnu, onbegrijpelijk is die uitleg allerminst, gelet op het feit dat, zoals het Hof vaststelt, op de meeste formulieren tevens - eigenmachtig - een postadres is vermeld. Met het andere (als vals aangemerkte) adres kan dan moeilijk het postadres zijn bedoeld.
- Het middel faalt.
- Het tweede middel bevat de klacht dat 'het oogmerk om de geschriften als echt en onvervalst te gebruiken' en 'het telkens opzettelijk gebruik maken van een geschrift als ware het echt en onvervalst' niet uit de bewijsmiddelen kan volgen c.q. dat het Hof betreffende de invulling van deze begrippen is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting.
- In de toelichting op het middel merkt de steller van het middel op dat misleiding impliceert dat een derde, die -kort gezegd- de documenten onder ogen krijgt, niet van de valsheid op de hoogte is. De Vreemdelingendienst was in onderhavige zaak wel van de valsheid op de hoogte. Van misleiding was derhalve, volgende de steller van het middel geen sprake.
- Ten aanzien van -kort gezegd- 'het oogmerk' heeft het Hof als volgt overwogen. "12.3 Oogmerk Het oogmerk om de van een vals woonadres voorziene aanvragen als echt en onvervalst te gebruiken of door een ander te doen gebruiken leidt het hof reeds af uit het gegeven dat de aanvragen in persoon dan wel per inzending, werden ingeleverd bij de Vreemdelingendienst ter verdere behandeling. Wat er ook zij van het betoog van de verdediging dat de medewerkers, dan wel de leidinggevende van de balie 'Unit Toelating, team nieuwkomers' van de Vreemdelingendienst wetenschap zou(den) hebben van de valse adressen, ten tijde van de ten laste gelegd feiten werden de gegevens met betrekking tot de aanvragen verwerkt in het geautomatiseerde Vreemdelingen Administratie Systeem (hierna: VAS) dat in het bijzonder wordt aangehouden met het oog op de toekenning van verblijfstitels. Het VAS strekte er kennelijk toe degenen die toegang tot dit geautomatiseerde systeem hadden, inzicht te geven in de gegevens omtrent vreemdelingen, welke gegevens de gebruikers van het systeem nodig konden hebben met het oog op de taken die zij ter uitvoering van de vreemdelingenwetgeving hadden te vervullen. Daaruit vloeit voort dat degenen die het systeem ten behoeve van hun taken raadpleegden, indien zij de persoonsgegevens, van een vreemdeling in het systeem treffen, deze bij hun handelen dan wel beslissen konden betrekken. Ook andere medewerkers binnen de Vreemdelingendienst dan de directe baliemedewerk(st)ers van de 'Unit Toelating, team nieuwkomers' konden het VAS systeem raadplegen en daarmee de daarin ingevoerde, door de verdachte en zijn mededaders opgegeven, valse adressen, waardoor die medewerkers konden worden misleid. Uit de verklaring van [betrokkene 1] ter terechtzitting in hoger beroep van 22 januari 2007 leidt het hof af dat de IND inzage had in het VAS-systeem doch daarin geen wijzigingen kon aanbrengen."
- De in art. 225 lid 1 Sr strafbaar gestelde handeling impliceert opzet op de valsheid. Het daarnaast vereiste oogmerk ziet op het gebruik van het stuk, niet op de valsheid ervan.