Nr. 07/12573 Mr. Vellinga Zitting: 19 mei 2009 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Zulks in aanmerking genomen alsmede dat ten laste van de verdachte bewezen is verklaard dat hij in vereniging met anderen geweld heeft gepleegd tegen de in de bewezenverklaring vermelde personen en goederen, getuigt 's Hofs oordeel dat de vorderingen van de benadeelde partijen betreffende rechtstreeks door dit bewezenverklaarde feit toegebrachte schade (vgl. art. 361, tweede lid, onder b, Sv) voor toewijzing vatbaar zijn niet van een onjuiste rechtsopvatting, en is dat oordeel evenmin onbegrijpelijk.
- Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO bedoelde motivering.
- Ambtshalve vraag ik aandacht voor het volgende. Verdachte heeft op 27 april 2007 beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad zal uitspraak doen nadat sedertdien meer dan 24 maanden zijn verstreken. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Zulks dient te leiden tot strafvermindering.
- Ambtshalve heb ik overigens geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf. De Hoge Raad kan de hoogte daarvan verminderen naar de gebruikelijke maatstaf. Voor het overige dient het beroep te worden verworpen. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG 1 Parl. Gesch. Boek 6, p. 1355; , R.J.B. Boonekamp, Kluwer Groene Serie, Onrechtmatige daad, art. 6:166, aant. 10.