Nr. 01974/07 Mr. Knigge Zitting: 7 juli 2009 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Volgens de steller van het middel schiet de motivering van de bewezenverklaring in onderhavige zaak op dit punt tekort. Het gaat hier om de vraag of uit de inhoud van de in de aanvulling op het verkorte arrest opgenomen bewijsmiddelen, zoals hierboven onder 4 weergegeven, kan worden afgeleid dat verdachte op of omstreeks 19 oktober 2005 uit een woning aan de [a-straat] te [plaats] een portemonnee met verschillende passen, waaronder een creditcard, toebehorend aan [slachtoffer], heeft gestolen. Er is de aangifte (bewijsmiddel 1) en de vaststelling dat de bibliotheekpas van [slachtoffer] zich een week na de diefstal in de portemonnee van verdachte bevond (bewijsmiddel 3). Voorts is er de verklaring van [betrokkene 1] dat verdachte in de nacht van 19 oktober 2005 bij hem thuis was, is vertrokken en niet veel later teruggekomen, waarna hij een creditcard en andere pasjes uit zijn tas heeft gehaald en met '[betrokkene 2]' op de computer met de creditcard spullen heeft besteld (bewijsmiddel 2). Uit de aangifte blijkt voorts dat op 19 oktober 2005 om 05.20 uur met de ontvreemde creditcard voor een fors bedrag elektronica-apparatuur was besteld bij de PDAshop.nl te Rotterdam.
- Met betrekking tot de vraag hoe de bibliotheekpas van [slachtoffer] in de portemonnee van verdachte is gekomen, hebben verdachte en zijn raadsman aangevoerd dat verdachte de pas in de woning van [betrokkene 1] gebruikt heeft om drugs op een lijntje te leggen en vervolgens bij zich heeft gestoken, denkend dat het zijn eigen pas was. Het Hof heeft - in zijn vrije selectie en waardering van het bewijs - geoordeeld dat deze lezing wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen (arrest, p.3).
- Uit de in de aanvulling op het verkort arrest vermelde bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat de verdachte toen hij in de nacht waarin de diefstal werd gepleegd, terugkeerde in de woning van [betrokkene 1] in het bezit was van de bij die diefstal weggenomen bibliotheekpas en creditcard. Hoe hij aan die passen is gekomen, blijkt uit de bewijsmiddelen evenwel niet. In het bijzonder kan daaruit niet zonder meer worden afgeleid dat verdachte op of omstreeks 19 oktober 2005 in de bedoelde woning aan de [a-straat] is geweest en daar de portemonnee van [slachtoffer] heeft weggenomen.