Nr. 07/11320 Mr. Machielse Zitting 7 juli 2009 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Uit de overwegingen van het hof is af te leiden dat een beroep op art. 359a lid 1 onder a Sv is gedaan, maar niet blijkt hoe dit verweer precies heeft geluid en welke omstandigheden zijn aangevoerd. Uit het schriftelijk requisitoir van de AG is wel iets af te leiden over de achtergrond van het verweer, maar daaruit blijkt nog niet of er door de advocaat ter terechtzitting na dit requisitoir nog aanvullingen zijn toegevoegd. 6.
- De vraag is nu of de te ruime uitleg door het hof van het gesloten stelsel van bewijsmiddelen ertoe moet leiden dat het arrest wordt vernietigd. Men zou immers ook kunnen betogen dat de verdediging er op moet toezien dat het verweer met voldoende helderheid in het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting wordt opgenomen en dat in het andere geval de verdediging er zich niet over kan bekreunen dat het gebrekkig geformuleerde verweer ook gebrekkig wordt verworpen. Ik denk aan het geval waarin de verdediging heeft nagelaten te schetsen welke invloed de factoren die in het tweede lid van art. 359a Sv zijn genoemd op de keuze van de sanctie op het vormverzuim dienen te hebben. Maar in de onderhavige zaak is het hof niet eens inhoudelijk op het verweer ingegaan door een mijns inziens onjuiste uitleg. Het kan dus zijn dat het hof een vormverzuim dat door de verdediging is aangevoerd heeft veronachtzaamd terwijl dat vormverzuim toch door art. 359a Sv wordt bestreken. Nu de afhandeling van het verweer door het hof deze mogelijkheid mijns inziens ten onrechte heeft uitgesloten kan het arrest niet in stand blijven. Of er sprake is van vormverzuim dat consequenties moet hebben is een vraag die feitenrechter opnieuw onder ogen zal moeten zien.
- Het eerste en het vierde middel zijn gegrond. De overige middelen falen. Het tweede en derde middel kunnen met de aan art. 81 RO ontleende motivering worden verworpen. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Arnhem teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Zie bijv. HR 13 juni 2006, NJ 2006, 623 m.nt. Klip.