Nr. 08/02948 Mr. Machielse Zitting 22 september 2009 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)Nu in feitelijke aanleg niet is aangegeven waarom het hof aan de andere gegevens de voorkeur zou moeten geven, stond het aan het hof vrij om uit te gaan van de tekeningen op blz. 482 en volgende. En dan is de versie van verdachte dat hij tegen de deur heeft geschopt en dat toen een reflexschot is afgegaan onwaarschijnlijk geworden. 3.
- De mogelijkheden die de verdediging aanvoert ter ondersteuning van de stelling dat er sprake is geweest van een reflexschot als gevolg van het schoppen tegen de deur zijn onderling met elkaar niet te rijmen. Men kan niet het gegeven dat er sprake is van de waarneming van twee schoten verklaren uit de mogelijkheid dat de schop tegen de deur ten onrechte voor een schot is aangezien en tegelijkertijd wijzen op de mogelijkheid dat schot en schop zijn samengevallen, waardoor de schop niet als zelfstandige gebeurtenis is gehoord. Een van beide mogelijkheden moet onjuist zijn geweest. Maar ik werp dat de steller van het middel niet tegen, omdat het hof nu eenmaal ook voor het bewijs verklaringen heeft gebruikt waarin beide mogelijkheden zijn opgenomen. Wel komt het mij voor - maar dat is een overpeinzing die geen feitelijke grondslag heeft in deze zaak - dat een schop tegen een deur, zeker als die half zou zijn mislukt, wel degelijk anders klinkt dan een schot van een vuurwapen. Voorts denk ik dat het onwaarschijnlijker is dat de trekker wordt overgehaald als de wilde lichaamsbeweging al voorbij is dan wanneer deze juist wordt uitgevoerd. 3.
- De kans op zo'n reflexschot lijkt mij overigens groter wanneer men zijn vinger om de trekker houdt dan wanneer men dat niet doet. Daarom vergt het oordeel van het hof dat het feit dat verdachte zijn vinger op de trekker heeft gehouden de verklaring van verdachte dat het schot per ongeluk is afgegaan nog onaannemelijker maakt wel nadere uitleg. Als een schot afgaat doordat de trekker wordt overgehaald zijn er twee mogelijkheden. De eerste en meest waarschijnlijke is dat de trekker opzettelijk is overgehaald. Dat is zo in het merendeel van de gevallen. Dat wordt ook in de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek dat de verdediging heeft opgevoerd niet betwist. De andere mogelijkheid is dat er bijvoorbeeld een reflexschot valt, maar dat is een uitzondering. Het hof is kennelijk uitgegaan van de stelling dat er eerder opzet kan worden aangenomen wanneer men de vinger om de trekker van een geladen wapen heeft, dan wanneer men zijn vingers daar uit de buurt houdt. Wanneer er aanwijzingen zijn die pleiten tegen de mogelijkheid van een reflexschot, en die enkel via hypothetische tegenmogelijkheden kunnen worden geëcarteerd is het niet onbegrijpelijk dat de rechter die tegenmogelijkheid verwerpt. Dat is hier ook gebeurd. Het hof heeft uit het feit dat degenen die zich achter de deur bevonden geen schop tegen de deur hebben bemerkt, uit de beperkte manoeuvreerruimte voor verdachte in het portaal en uit het feit dat het schot is afgegaan doordat de trekker is overgehaald vrijwel direct nadat de voordeur was gesloten kunnen afleiden dat de door de verdediging geopperde mogelijkheid zo weinig waarschijnlijk is dat daarmee in redelijkheid geen rekening kan worden gehouden. De uitdrukking 'per ongeluk' heeft het hof hier kennelijk gebezigd als tegenstelling tot 'opzettelijk'. En dan vind ik deze zinsnede in de overwegingen van het hof niet vreemd. Verdachte was naar eigen zeggen gedurende 10 jaar wapeninspecteur en had dagelijks met wapens te maken. Hij moet bekend zijn geweest met de mogelijkheid dat een schot afgaat als men de vinger aan de trekker houdt en dan heftige bewegingen maakt. Uitgaande van de cijfers die de verdediging heeft gegeven over het voorkomen van zulke reflexschoten is zo een schot geen rariteit.