08/02287 Mr L. Strikwerda Zt. 20 nov. 2009 conclusie inzake
(2005), nr. 134; Hugenholtz/Heemskerk, Hoofdlijnen van Nederlands Burgerlijk Procesrecht, 22e dr. 2009, nr.
- Voor zover het middel wil betogen dat aanvaarding van de stelling van [verweerster] (dat Curzate M in 1992 als bestrijdingsmiddel was toegelaten) leidt tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat als bedoeld in art. 149 lid 1 Rv, stuit dit betoog, wat daar verder ook van zij, reeds af op gebrek aan feitelijke grondslag. Uit de bestreden arresten blijkt niet dat het hof de bedoelde stelling van [verweerster] heeft aanvaard; het hof heeft zich over de vraag of de stelling als vaststaand kan worden beschouwd, überhaupt niet uitgesproken.
- Middel 2 gaat ervan uit dat het hof in r.o. 2 t/m 17 van het tussenarrest heeft geoordeeld dat [eiser] c.s. eigen schuld hebben door niet adequaat de phytophtora-besmetting te bestrijden, in het bijzonder nu zij in de periode van extreme phytophtora-druk in augustus en september 1992 niet de in het voorlichtingsmateriaal van [verweerster] voor dat geval voorgeschreven spuitinterval van zeven dagen in acht hebben genomen, welke eigen schuld zodanig groot is dat in de onderlinge verdeling van de vergoedingsplicht, die schade geheel voor rekening van [eiser] c.s. moet blijven (cassatiedagvaarding onder 27), en dat het hof de vorderingen van [eiser] c.s. op deze grond heeft afgewezen (cassatiedagvaarding onder 28). Het middel klaagt erover dat dit aldus begrepen oordeel van het hof onjuist respectievelijk onbegrijpelijk is (cassatiedagvaarding onder 29) en werkt deze klacht uit in negen subonderdelen.
- Het middel berust op een verkeerde lezing van het bestreden tussenarrest en moet daarom in zijn geheel falen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. Het hof heeft zijn oordeel dat de vorderingen van [eiser] c.s moeten worden afgewezen niet gegrond op het oordeel dat [verweerster] weliswaar onrechtmatig jegens [eiser] c.s. heeft gehandeld, maar dat de schade niettemin wegens 'eigen schuld' van [eiser] c.s. geheel voor rekening van [eiser] c.s. moet blijven, doch op het oordeel dat niet kan worden aangenomen dat [verweerster] jegens [eiser] c.s. onrechtmatig heeft gehandeld (r.o. 20 van het tussenarrest). De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden,