Nr. 09/00244 Mr. Machielse Zitting 8 december 2009 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Een verdachte kan weliswaar niet in zijn eigen strafzaak als getuige worden gehoord maar de rechter kan in de strafzaak tegen verdachte voor het bewijs gebruikmaken van verklaringen die deze verdachte in een andere strafzaak als getuige heeft afgelegd, mits de rechten van verdachte daarbij zijn gerespecteerd. En dat was hier volgens mij het geval. Het middel faalt.
- Beide middelen falen. Ambtshalve wijs ik er op dat het cassatieberoep op 25 juni 2008 is ingesteld en dat tot de dag van vandaag al meer dan 16 maanden zijn verstreken, zodat de redelijke termijn -nu verdachte in de onderhavige zaak voorlopig gehecht is - is geschonden. Dat zal dienen te leiden tot verlaging van de opgelegde straf.
- Deze conclusie strekt tot verlaging van de opgelegde straf en tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 HR 9 februari 1993, NJ 1993, 645; HR 10 mei 1994, NJB 1994, p. 487, nr. 196; HR 2 september 1997, NJ 1998,
- 2 HR 20 februari 1928, W.18113, NJ 1928, 594, waarin de verklaringen van verdachte, in een chantagezaak, inhoudende dat hij met de vrouw samenleefde, nadien in een strafzaak waarin verdachte ervan werd beschuldigd haar souteneur te zijn, mochten worden gebruikt.