Nr. 08/04152 Mr. Knigge Zitting: 15 december 2009 (bij vervroeging) Conclusie inzake: [Verdachte]
(2)Bezien in het licht van dit Uittreksel, waarnaar het Hof verwijst, en in aanmerking genomen dat het Hof overweegt dat 'de verdachte tenminste drie van de aan hem opgelegde gevangenisstraffen reeds heeft uitgezeten', kan het er mijns inziens voor gehouden worden dat het Hof 'met zoveel woorden' tot uitdrukking heeft gebracht dat verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan feit 1 ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot telkens (onder meer) een gevangenisstraf. Het middel faalt in zoverre.
- Het Hof vergelijkt de gegevens uit het Uittreksel Justitiële Documentatie vervolgens met het, zoals ik het maar noem, 'overzicht openstaande onherroepelijke vrijheidsstraffen', dat zich eveneens bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt. Het Hof kon op basis van deze vergelijking vaststellen dat tenminste drie van de onherroepelijk opgelegde gevangenisstraffen ten uitvoer waren gelegd. Geen van de straffen opgelegd bij de hierboven bedoelde zes onherroepelijke veroordelingen staat namelijk op dit overzicht. De conclusie dat in ieder geval drie van de opgelegde straffen vóór 8 januari 2008 ten uitvoer zijn gelegd, kan echter niet op de bedoelde vergelijking worden gebaseerd. Het overzicht van openstaande straffen is namelijk gedateerd 18 augustus
- Daarmee is niet uitgesloten dat de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraffen geheel of gedeeltelijk heeft plaats gevonden na 8 januari 2008, zodat niet vaststaat dat de tenuitvoerlegging van tenminste drie van die straffen vóór 8 januari 2008 was voltooid. Zo dus al zou kunnen worden aangenomen dat het Hof met zijn overweging dat 'vaststaat dat de straffen vóór de thans te berechten feiten zijn tenuitvoergelegd' met zoveel woorden tot uitdrukking heeft gebracht dat die straffen vóór de pleegdatum van feit 1 zijn tenuitgevoergelegd, dan geldt dat die overweging in het licht van de gedingstukken niet zonder meer begrijpelijk is.