Nr. 07/13546 Mr. Vellinga Zitting: 9 februari 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(1)10. Zoals de toelichting op het middel laat zien, vergt het middel mede een onderzoek van feitelijke aard, in het bijzonder naar de beweegredenen die aan de beslissing van het Hof ten grondslag hebben gelegen. Voor een dergelijk onderzoek is in cassatie geen plaats. 11. Het middel faalt. 12. Het derde middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring van feit 2 (parketnummer 09/754090-04) niet naar de eis der wet met redenen is omkleed nu het Hof zich in zijn nadere bewijsoverweging beroept op feiten en omstandigheden die niet uit de gebezigde bewijsmiddelen volgen, terwijl in die nadere bewijsoverweging ook niet met voldoende mate van nauwkeurigheid is aangegeven aan welke wettige bewijsmiddelen die feiten en omstandigheden zijn ontleend. 13. Het Hof heeft ten aanzien van het onder parketnummer 09/754090-04 onder 2 tenlastegelegde bewezenverklaard dat: " hij op 10 juni 2004 te Amsterdam, voorhanden heeft gehad: - drie Lichte Antitank Wapens (model M 80,) en negen handgranaten (type 91), zijnde wapens van categorie II onder 7° en - drie pistoolmitrailleurs (kaliber 9x19mm) en een pistoolmitrailleur (kaliber 9 millimeter Auto (9x17 mm)), zijnde wapens van categorie II onder 2° en - drie pistolen (merk Makarov (kaliber 7.65
- mm)en HS (kaliber 9x19 mm)) en Glock (kaliber .45 ACP)) en - een revolver (merk Colt (kaliber .357 Magnum)), zijnde wapens van categorie III onder 1° van de Wet wapens en munitie en - 66 patronen (kaliber .357 Magnum) en - 33 patronen (kaliber .38 Special), zijnde munitie van categorie II en - 100 patronen (kaliber .45 ACP) en - 21 patronen (kaliber .22) en - 104 patronen (kaliber 7.65
- mm)en - 131 patronen (kaliber 9X19
- mm)en - 28 patronen (kaliber .380 Auto (9x17mm)), zijnde munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie." 14. Deze bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen. "1. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 1 augustus 2005. Deze verklaring houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven: Ik huur de woning aan de [a-straat 1] sinds juni 1999. Ik heb de naam [alias 1 verdachte] gebruikt om het huis te huren. Het klopt dat ik [alias 1 verdachte] werd genoemd. [Getuige 1] heb ik herkend als [getuige 1], [betrokkene 1] als [betrokkene 1], [betrokkene 2] als [betrokkene 2] en [betrokkene 3] als [betrokkene 3]. Deze mensen kwamen wel eens langs of belden mij. Het klopt dat [betrokkene 3] in de woning heeft verbleven toen ik naar Portugal ging. Toen ik terugkwam uit Portugal heb ik verdovende middelen boven in het pand zien liggen en in de schuur. Ik wist van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Ik heb deze ook aangeraakt. Nadat ik uit Portugal terug was heb ik ook een keer tijdens het stofzuigen een wapen aangeraakt. Op de bovenste verdieping stond een soort vloeistof, het stonk ontzettend. Het was verpakt in een ijzeren ton dacht ik. De heb lege jerrycans gezien in mijn woning. Op 10 juni 2004 heb ik de deur open gedaan. Ik wist dat ze kwamen, want ze belden van tevoren. Ik denk dat ze een soort vacuümapparaat kwamen brengen. 2. De verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 11 oktober 2007. Deze verklaring houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven: Ik heb in mijn woning aan de [a-straat 1] te Amsterdam verdovende middelen zien liggen. Ik heb bij het schoonmaken van het huis wapens aangetroffen. 3. De verklaring van de getuige [getuige 1], afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 4 oktober 2007. Deze verklaring houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven: Ik noemde [verdachte] [alias 1 verdachte]. (...) 19. Een fotokopie van een proces-verbaal met nummer 575-2-004/04 van 11 juni 2004, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] (l/AH/3, p. 52 ev). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Op 10 juni 2004 is de woning aan de [a-straat 1] te Amsterdam doorzocht. De volgende goederen werden daarbij aangetroffen: plastic vacuümzakken, een vacuümapparaat, een sealapparaat (SLK 1-12), een weegschaal, een jerrycan met sporen van PMK, twee jerrycans met onbekende vloeistof en vijfentwintig lege jerrycans. C.T. Tevens werden aangetroffen: een pistool van het merk Glock, type 30, een pistool van het merk Makarov, een pistool van het merk HS, een revolver kaliber.357, drie pistoolmitrailleurs, drie granaatwerpers van het type M80 met de serienummers [001], [002] en [003], 9 type M91 handgranaten en diverse tassen met munitie. (...) 24. Een fotokopie van een proces-verbaal met nummer 757-2-004/04 van 11 juni 2004, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (1D/AH/31, p. 776-783). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Op 11 juni 2004 werden door mij de volgende wapens onderzocht: Twee pistoolmitrailleurs, kaliber 9x19 millimeter en twee pistoolmitrailleur (merk Ingram en merk Intratec), kaliber 9 millimeter auto (9 x 17 millimeter). Deze pistoolmitrailleurs zijn vuurwapens in de zin van artikel 1, aanhef en onder 3, gelet op artikel 2, eerste lid, categorie II onder 2 van de Wet wapens en munitie. Een pistool van het merk Makarov (kaliber 7.65 millimeter), een pistool van het merk HS (kaliber 9x19 millimeter), een pistool van het merk Glock (kaliber .45 ACP) en een revolver van het merk Colt (kaliber .357 Magnum). Al deze vuurwapens zijn vuurwapens in de zin van artikel 1, aanhef en onder 3, gelet op artikel 2, eerste lid, categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie. Zesenzestig patronen van het kaliber .357 Magnum en 33 patronen van het kaliber .38 Special. Deze patronen zijn munitie in de zin van artikel 1, aanhef en onder 4, gelet op artikel 2, tweede lid, categorie II van de Wet wapens en munitie. Honderd patronen van het kaliber .45 ACP, 21 patronen van het kaliber .22, 104 patronen van het kaliber 7.65 millimeter, 131 patronen van het kaliber 9x19 millimeter en 28 patronen van het kaliber .380 auto (9x17 millimeter). Deze patronen zijn munitie in de zin van artikel 1 aanhef en onder 4 gelet op artikel 2, tweede lid, categorie III van de Wet wapens en munitie. 25. Een fotokopie van een proces-verbaal met nummer 757-2-004/04 van 11 juni 2004, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] (1D/AH/31, p. 784-785). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: Op 10 juni 2004 zijn inbeslaggenomen: Drie licht antitank wapens model m80, voorzien van de serienummers [004], [002] en [003]. Deze wapens zijn voorwerpen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie. Negen handgranaten van het type 91. Deze handgranaten zijn voorwerpen in de zin van artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie. 26. Een proces-verbaal met nummer PL1509/2002/1485 van 12 augustus 2004, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 3] (1D/AH/35, p. 808). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als mededeling van verbalisant: In het proces-verbaal van technisch onderzoek, opgemaakt door [verbalisant 2], procesverbaalnummer 757-2-004/04, wordt het kaliber van een pistoolmitrailleur Intratec, omschreven als zijnde 9 millimeter auto (9x17 mm). Dit blijkt echter 9 mm luger te betreffen (9x 19 mm). (...) 31. Een fotokopie van een proces-verbaal met nummer 575-2-004/04 van 21 juni 2004, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 4] en [verbalisant 5] (1D/G6.1, p. 811), Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 21 juni 2004 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 2]. Ik verhuur de woning [a-straat 1] te Amsterdam sinds 1 juli 1999 aan [alias 1 verdachte]. 32. Een fotokopie van een proces-verbaal met nr. PL 1590/2002/1484 van 20 september 2004, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 6] (1E/G, p. 914-915). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 september 2004 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van [getuige 2]. De man die rechts staat op foto 1 herken ik als de man die ik jaren geleden heb gezien bij de eerste contractverlenging van de woning aan de [a-straat 1] in Amsterdam. Het was in mei 2000. Hierna is de huurperiode van de [a-straat 1] voor onbepaalde tijd verlengd aan [alias 1 verdachte]. als bijlage een foto-index van de aan getuige [getuige 2] getoonde foto's: De man die rechts op foto 1 staat is [getuige 1]. (...) 35. Een proces-verbaal met nr. PL1590/2002/1485 van 6 juli 2004, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 7] (1B/V16.1, p. 412 ev). Dit proces-verbaal houdt in, voorzover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 6 juli 2004 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van verdachte: Ik huur het huis aan de [a-straat 1] te Amsterdam sinds 1 juli 1999. In België heeft een vriend mij geholpen aan een Belgisch paspoort met de naam [alias 1 verdachte]. Alle zaken met betrekking tot het huis staan op naam van [alias 1 verdachte]. Ik word [alias 1 verdachte] genoemd. Ik heb drugs in de overige slaapkamers van de [a-straat] zien liggen. Sommige drugs waren in poedervorm en sommige in pillen. Sommige stonken heel erg. Ik wist dat er thuis drugs lagen." 15. Het Hof heeft in zijn arrest, voor zover relevant voor de bespreking van het middel, als volgt overwogen: "Ten aanzien van feit 2 (parketnummer 09/754090-04) In de woning van verdachte aan de [a-straat 1] te Amsterdam is op 10 juni 2004 bij doorzoeking van de woning op de zolder alsmede in de schuur een groot aantal wapens, waaronder pistolen, pistoolmitrailleurs, granaatwerpers en handgranaten, alsmede munitie aangetroffen. Verdachte die heeft verklaard de woning sinds 1999 te huren, ontkent niet al enige tijd van de aanwezigheid van enkele handvuurwapens op de zolder op de hoogte te zijn geweest, maar betwist iets van het zware kaliber wapens in de schuur en op de zolder te hebben geweten. Niet alleen hebben in het verleden wel eens andere mensen in zijn woning verbleven, maar tijdens een verblijf in Portugal eind 2003 zouden er voorts spullen in zijn woning zijn opgeslagen met de inhoud waarvan hij niet bekend was, aldus verdachte. Het hof stelt voorop dat de ervaring leert dat de bewoner van een woning in het algemeen weet welke zaken daarin aanwezig zijn en daar ook de verantwoordelijkheid voor draagt. Niet aannemelijk is geworden dat ten tijde van de inval op de [a-straat] in juni 2004 anderen dan verdachte in de woning verbleven. Het hof is van oordeel dat wat er ook verder zij van de stelling van verdachte dat anderen in zijn huis hadden verbleven en dat als opslagplaats gebruikten, verdachte door, na het aantreffen van vuurwapens op de zolder en het zien van een hem onbekende koffer en tas in de schuur en op zolder, daarin niet te kijken hij, voor zover hij daar al niet daadwerkelijk van op de hoogte was, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zich daar ook verboden voorwerpen, zoals vuurwapens, in zouden bevinden, zoals ook is gebleken." 16. Voor de beoordeling van het middel is het volgende van belang: "Indien het gaat om feiten of omstandigheden die door de rechter redengevend worden geacht voor de bewezenverklaring, dient de rechter die zich aldus - al dan niet in reactie op een bewijsverweer - beroept op bepaalde niet in de bewijsmiddelen vermelde gegevens, met voldoende mate van nauwkeurigheid in zijn overweging (
- a)die feiten of omstandigheden aan te duiden, en (
- b)het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend."