Nr. 08/04127 Mr. Aben Zitting 2 maart 2010 Conclusie inzake: [Verdachte]
(2), vormt 's hofs strafoverweging daarop een voldoende responsie. Het hof heeft hierin immers toereikend gemotiveerd uiteengezet dat en waarom het van oordeel is dat aan de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van een lange duur dient te worden opgelegd. In die motivering ligt tevens besloten waarom het hof niet heeft willen volstaan met de door de verdediging voorgestelde lichtere strafmaat. 3.
- Het middel faalt in al zijn onderdelen.
- Ambtshalve merk ik nog het volgende op. Namens verdachte is op 9 juli 2008 beroep in cassatie ingesteld. Thans staat al vast dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, wat moet leiden tot strafvermindering. Verder heb ik geen gronden aangetroffen die tot ambtshalve vernietiging van de bestreden uitspraak zouden behoren te leiden.
- Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf in de mate die de Hoge Raad aangewezen acht en tot verwerping van het beroep voor het overige. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden 1 Deze zaak hangt samen met de onder nr. 08/03472 tegen [medeverdachte] aanhangige zaak, in welke zaak ik vandaag eveneens concludeer. 2 Ik merk in dat verband op dat hetgeen in de pleitnota met betrekking tot de straf door de verdediging naar voren wordt gebracht m.i., anders dan de steller van het middel betoogt, niet van een ondubbelzinnige conclusie is voorzien.